ColumnAaf Brandt Corstius

Gesprekken over tekorten doen me denken aan de gesprekken die ik een paar jaar geleden voerde over bitcoins

null Beeld

Ik heb het de afgelopen week met iemand gehad over het tekort aan metaal, met iemand anders over het houttekort, met weer iemand anders over het papiertekort, en dan zijn er de vele mensen die een tekort aan mannetjes ervaren (mannetjes die iets in hun huis moeten maken met hout of metaal of andere dingen waar een tekort aan is) en sowieso heeft iedereen het de hele tijd met elkaar over het huizentekort.

Het doet me denken aan de gesprekken die ik een paar jaar geleden voerde over bitcoins, waarbij niemand ooit wist wat een bitcoin was, of wat hij waard was, of hoe hij eruitzag, maar dat durfden we allemaal niet toe te geven, dus dan zeiden we: ‘Het is iets met een blockchain.’ En dan druk knikken en hm-hm zeggen.

Bij gesprekken over tekorten snap je er allemaal net iets meer van, maar dat maakt de conclusies van deze conversaties niet per se inzichtelijker dan in die tijd rond 2018 dat we allemaal op niks af over bitcoins zaten te wauwelen.

‘Het is natuurlijk dat ene schip op het Suezkanaal, hè. Ongelofelijk. Dat dat nog zo veel effect heeft. Schijnt de economie nog steeds’ – hier een willekeurig aantal miljarden invoegen – ‘euro per dag te kosten. En het is natuurlijk ook corona. Werkt nog steeds door. In China hebben ze shifts in die fabrieken, en dan mogen er bijvoorbeeld maar tien mensen komen werken waar er vroeger vijftig stonden.’

Iedereen knikt. Dit wisten ze allemaal ook al. Zo’n beetje. Vaak is er op dat moment iemand die zegt: ‘Maar sowieso, dit hadden we allemaal al jarenlang kunnen zien aankomen, hè. Maar niks aan gedaan.’ Dat gesprekspad loopt alras dood, en dan trekken we het weer concreter, naar de mannetjes.

‘Je begrijpt gewoon niet dat echte vaklui niet meer gewaardeerd worden. Vroeger wás je echt iemand, als je een ambacht had geleerd. Dus dan wilde je wel timmerman worden. Of schilder.’ En daarmee komen we op leraren, ook een tekort, en op verpleegkundigen, ook een tekort, en dan verzucht iemand (ik): ‘Mijn zoon zit al een jaar op zijn Playstation 5 te wachten. Maar ja, de chips zijn op. In China.’

En dan is de cirkel rond en terug bij het Suezkanaal, of bij corona, of pakken we door met het tekort aan iPhones, truckers, studentenkamers, kerstkalkoenen, horecapersoneel, luizenshampoo, zwemjuffen. Op dat moment probeer ik altijd verstandig op te merken: ‘Misschien moeten we er eens aan wennen dat we niet alles meteen maar kunnen krijgen.’

En dan knikt iedereen, en voelen we ons heel noest dat we een maand langer dan verwacht op de reling voor ons nieuwe balkon hebben gewacht.

Meer over