ColumnSheila Sitalsing

Gerechtigheid komt zelden op tijd, pas na dertien jaar is het oordeel er: Shell is schuldig

Sheila Sitalsing column Beeld De Volkskrant
Sheila Sitalsing columnBeeld De Volkskrant

Toen de BBC een tijd geleden ging filmen in de Nigerdelta, spraken de verslaggevers met mensen die van de rivier leefden. Overal zit olie op of in, het lekt uit de pijpen die langs hun huizen lopen (wordt illegaal afgetapt, zeggen de oliemaatschappijen). Een vrouw vertelde dat de vis zo mismaakt is door de vervuiling dat hij oneetbaar is: ‘Soms vang je een enorme kop met een heel klein lijf met amper vlees eraan.’

Toen de Nigeriaanse Shell-tak in 1956 voor het eerst olie naar boven haalde in Oloibiri, stond de westerse wereld aan de vooravond van een ongekende welvaartsgroei. Het begon bescheiden, met dromen van een auto voor elke arbeider en een wasmachine voor elke huisvrouw. Het culmineerde in twee auto’s voor de deur, ’s winters op ski- en ‘s zomers op ver-weg-vakantie en daar tussenin op stedentrip, wasdroog- en koelvriescombinaties, peultjes uit Kenia, airco in de zomer en terrasverwarmers in de winter. Shell verzorgde de energie (en BP, en ExxonMobil, en al die andere gas- en oliebedrijven). De olie en gas kwamen uit landen die niet allemaal even aangeharkt zijn, maar het zou al te mal zijn om jezelf daarom tankzegeltjes of airmiles te ontzeggen.

Ingevlogen peultjes eten

Soms was iemand boos op Shell, wanneer een olietanker een plak olie had achtergelaten in de oceaan, of wanneer er rotzooi uit een schoorsteen dwarrelde, maar niet iedereen legde even scherp de relatie tussen boos zijn op Shell en geen ingevlogen peultjes meer eten. In De Zaak Shell, een piekfijn theaterstuk van Rebekka de Wit en Anouk Nuyens dat door de cultuursluiting niet het publiek heeft kunnen krijgen dat het verdient, zegt de (fictieve) Shell-baas over de klimaatcrisis waar het concern medeverantwoordelijk voor wordt gehouden: ‘Hashtag Shell Knew. Ja, Shell knew. We all knew. Maar we all gingen gewoon door met het serveren van kip uit onze gasovens terwijlwe all elkaar artikelen doorstuurden over de stijging van de zeespiegel.’

Dat in de Nigerdelta de olie overal lekt, dat de mensen er ziek van worden en hun land er vergiftigd van raakt, wisten we all ook allang. Dat Shell iets van doen heeft met de vervuiling, ook. Het is alweer 26 jaar geleden dat Ken Saro-Wiwa werd opgehangen.

Vrijdag bevestigde het gerechtshof in Den Haag wat we all knew: Shell Nigeria is aansprakelijk voor olielekkages. Het kan niet aantonen dat er sprake zou zijn van sabotage door oliedieven of activisten, het heeft niet adequaat gereageerd op lekkages en het moet derhalve schadevergoedingen betalen en een beter waarschuwingssysteem installeren. Vier Nigeriaanse boeren die landbouwgrond kwijtraakten spanden de zaak dertien jaar geleden aan, samen met Milieudefensie. Twee van hen zijn inmiddels overleden; gerechtigheid komt zelden op tijd.

Eisende partij krijgt gelijk

De zaak is uniek. Omdat ze niet is verworpen of geschikt, zoals vaker gebeurt bij aanklachten tegen multinationals wegens mensenrechtenschendingen of vervuiling. En omdat het voor het eerst is gekomen tot een eindoordeel van een rechter ten gunste van de eisende partij.

Boeiend is ook dat de rechter het moederconcern de stuipen op het lijf heeft gejaagd. Dat hanteert doorgaans de Rutte-verdediging: Wij? Lekkende olie? Nigeria? O, je moet onze dóchter hebben. Pleegdochter eigenlijk, we kennen haar amper, niks mee te maken.

De rechter trapte daar niet in en legde ook het moederconcern de verplichting op adequaat op te treden bij toekomstige lekkages. Dat wordt interessant op de hoofdkantoren van andere multinationals. En bij de andere rechtszaak tegen Shell, over de rol van het concern in de klimaatcrisis.

We all knew. Maar er is volgens de rechter één hoofdschuldige.

Meer over