Column

Gelukkig beslis ik niet over cultuursubsidies

Was er een Quote 500 van Nederlandse schrijvers op basis van het jaarinkomen, dan zat ik sinds een paar jaar vermoedelijk wel bij de eerste 100. Dat zegt meer over algemene schrijversarmoede dan over mijn inkomen (ik werk als docent Schrijven in het hoger onderwijs).

'Als kunst- en cultuursubsidies gebaseerd waren op mijn persoonlijke voorkeur, waren er slechts Pop-art- en Bauhaus-tentoonstellingen in het Stedelijk.' Beeld anp
'Als kunst- en cultuursubsidies gebaseerd waren op mijn persoonlijke voorkeur, waren er slechts Pop-art- en Bauhaus-tentoonstellingen in het Stedelijk.'Beeld anp

'Kunt u rondkomen van uw boeken?' 'Nee, maar mijn kat wel!' Schrijven van fictie is voor de meesten nog minder rendabel dan een aandeel in sierhaarden met asbest. Ik ben opgelucht dat ik als schrijver niet (meer) afhankelijk ben van subsidie. Schrijven is trouwens nog voordelig als ik het vergelijk met de theaterwereld: ik ben regisseur, dramaturg en decorbouwer tegelijk en speel alle rollen. Ik bepaal zelf wanneer en hoe vaak ik repeteer.

Als de hele week onderwijstermen als 'dynamiek' en 'plenair terugpakken' mijn brein hebben doorgeblazen, is er niets prettiger dan een paar uurtjes op zondag en tijdens mijn vakanties aan het schrijven te wijden. Ik schreef er geen boek minder door. Ik heb de dagelijkse gang naar de koffieautomaat en overleg over andere zaken nodig. 'Maar bent u dan niet afgeleid?' Ik vind fictie schrijven belangrijk, maar niet als dagelijkse activiteit. Ach, een ander gaat schaken, squashen of naar de parenclub.

Ik las gisteren dat door 212 aanvragers van het Fonds Podiumkunsten ruim het dubbele (54 miljoen) van de beschikbare gelden (25 miljoen) werd aangevraagd. Veel gezelschappen verliezen subsidie. Het lijkt mij verschrikkelijk om zo'n brief met slecht nieuws te ontvangen. Dat ik zelf niet naar ondoorgrondelijke toonkunst in een opengereten container op een theaterfestival hoef te luisteren, wil nog niet zeggen dat ik het een ander niet gun.

Als kunst- en cultuursubsidies gebaseerd waren op mijn persoonlijke voorkeur, zouden literaire festivals jaar in jaar uit alleen over J.G. Ballard en John Cheever gaan, waren er slechts Pop-art- en Bauhaus-tentoonstellingen in het Stedelijk en zou Wim T. Schippers permanent het Rijks cureren (vooruit, de Kunsthal toonde nog een paar vleugels Hopper en Newton). In concertzalen stonden alleen maar mannen die in elk geval minstens één periode van hun carrière make-up of permanent een zonnebril droegen. Filmhuizen vertoonden louter Franse films en eindeloze Netflix-series (o, maar dat is commercieel, nou ja) en in de theaters die u bezocht, trof u avond aan avond actrice Meral Polat ('Meral Polat zingt... Porgy én Bess!'). En op al die plekken was er tot vermoeiends toe een combo dat een naakte dans uitvoerde. En dan ben ik nog schrijver, laat staan wat er gebeurt als we een pijpfitter uit Dronten de keuze laten maken.

Ik brand mijn vingers niet aan het oordeel van de commissie. Zij hebben te weinig geld en ik heb er te weinig verstand van.

Sylvia Witteman is met vakantie. Thomas van Aalten vervangt haar.

Meer over