Opinie

Gedwongen arbeid in de productieketens? Dwing bedrijven tot transparantie

Het wordt hoogtijd dat bedrijven slavernij in hun productieketens verplicht moeten bestrijden, zodat Nederland niet bijdraagt aan de uitbuiting en mishandeling van volwassenen en kinderen, betoogt Gertjan de Jong.

Kinderen in Kolkata protesteren tegen kinderarbeid. Beeld NurPhoto via Getty Images
Kinderen in Kolkata protesteren tegen kinderarbeid.Beeld NurPhoto via Getty Images

De Nederlandse kledingbedrijven Zeeman en WE Fashion deden tot voor kort zaken met Indiase spinnerijen waar gedwongen arbeid schering en inslag is, zo blijkt uit een rapport van onderzoeksorganisaties Somo en Arisa. Diverse media, waaronder de Volkskrant, gaven aandacht aan dit nieuws.

Schandalen rond bekende ‘poppetjes’ of bedrijven doen het altijd goed. De achteloze nieuwslezer die alleen koppen scant, denkt bij deze berichtgeving waarschijnlijk dat WE Fashion en Zeeman onverantwoord bezig zijn. Maar zoals vaak is de werkelijkheid wat complexer dan nieuwskoppen suggereren.

De Volkskrant meldde verderop in het bericht: ‘Bedrijven als Zeeman en WE doken op in het onderzoek omdat zij relatief transparant zijn over hun productieketen. Voor veel andere kledingbedrijven geldt dat niet.’

Niet verplicht

Hier ligt precies het manco van het huidige speelveld. Bedrijven zijn niet verplicht om na te gaan of er in hun productieketen sprake is van uitbuiting en slavernij. Sommige bedrijven, zoals Zeeman, zetten de eerste noodzakelijke stappen om slavernij en uitbuiting tegen te gaan. Zij geven namelijk inzicht in hun productieketens. Juist door die transparantie komen echter misstanden aan het licht en komen ze in het nieuws als bedrijven die arbeiders uitbuiten. Voor kledingbedrijven die weinig tot geen werk maken van transparantie, is dit niet echt een aanmoediging om hun werkwijze te verbeteren.

Je kunt de situatie enigszins vergelijken met een docent die huiswerk opgeeft. Drie leerlingen maken braaf hun huiswerk en de overige twintig leerlingen doen helemaal niks. Maar wat gebeurt er de volgende dag? Die drie leerlingen blijken nogal wat fouten te hebben gemaakt. De leraar haalt ze naar voren en leest ze uitgebreid de les. Terecht? Nou, die leerlingen hebben inderdaad fouten gemaakt, maar ze hebben het tenminste geprobeerd.

Bedrijven die van goede wil zijn en transparantie nastreven, worden nu gestraft. Waarom zou je je huiswerk maken als je daarmee het risico loopt publiekelijk aan de schandpaal te worden genageld? Daarom moeten alle bedrijven verplicht worden gesteld om hun ‘huiswerk’ te maken.

Van ‘ondernemertje pesten’ is bij zulke wetgeving geen sprake. Het gaat niet om een kleinigheid, maar om het tegengaan van moderne slavernij.

Zwarte bladzijde

De trans-Atlantische slavenhandel wordt door vrijwel iedereen gezien als een zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis. Maar is het niet bizar dat kleding die wordt gemaakt door kindslaven tot op vandaag gewoon in de schappen ligt?

Hoezo beschermt de wet wel Nederlandse kinderen, maar geen kinderen die in het buitenland onze kleding naaien, cacaobonen voor onze chocolade oogsten of kobalt voor onze telefoons uit mijnen halen?

Dat schrijven van ‘zwarte bladzijden’ gaan tot op vandaag gewoon door en steeds meer consumenten lijken zich dat te realiseren. Duurzamemarketingadviseur Bart Bruggenwirth zei onlangs op NPO Radio 1 dat de consument zelf ethisch geproduceerde producten belangrijk vindt en in toenemende mate bereid is om hier meer voor te betalen.

In de politiek is deze tendens eveneens zichtbaar. In de Tweede Kamer is een wetsvoorstel ingediend dat bedrijven verplicht om in hun ketens mensenrechten en het milieu te respecteren. Een petitie die partijen oproept voor dit wetsvoorstel te stemmen, is in korte tijd al door ruim 27 duizend mensen ondertekend (zie www.ijmnl.org/petitie).

Ook steeds meer bedrijven willen slavernij in hun productieketens bestrijden. Maar uiteraard willen zij wel eerlijke regels en niet worden afgerekend op hun poging om productieketens schoon te krijgen. Tony’s Chocolonely, het chocolademerk dat ‘100 procent slaafvrije chocolade’ wil verkopen, roept al jaren om wetgeving omdat vrijwillige initiatieven ernstig tekortschieten. Ook vanuit andere bedrijven klinkt deze roep.

Joël Voordewind, voormalig Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie, zei pas op NPO Radio 1 dat multinational Unilever wil toewerken naar een schone keten, maar dan wel wanneer dit geldt voor alle bedrijven. ‘Ze zeggen: geef ons een gelijk speelveld. Dus niet dat zij meedoen, maar de concurrent niet.’

‘Bangladesh-akkoord’

Wetgeving is nog urgenter geworden nu de inhoud van het zogenaamde ‘Bangladesh-akkoord’, dat kledingfabrieken veiliger moet maken, ter discussie staat. Aanleiding voor dit akkoord was de ramp rond Rana Plaza, een acht verdiepingen tellende kledingfabriek in Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh. Bij die ramp in april 2013 vielen meer dan 1.100 doden en 2.500 gewonden.

Het akkoord zou eigenlijk gisteren aflopen, maar is ternauwernood met drie maanden verlengd. Hoe het daarna verdergaat, is onbekend. Een aantal kledingmerken wil niet langer vastzitten aan een juridisch-bindend akkoord.

Het is onbestaanbaar dat je in Nederland doodleuk kleding kunt kopen die door kindslaven is gemaakt, dat besef dringt steeds breder door. Alleen moet de verantwoordelijkheid om dit te veranderen niet rusten op een paar goedwillende ondernemers, die daar ook nog eens op afgerekend kunnen worden.

‘Huiswerk’

Het is niet meer dan normaal dat álle bedrijven hun ‘huiswerk’ moeten maken en er moet wetgeving komen die werknemers blijvend beschermt. Momenteel zitten er ruim veertig miljoen kinderen, vrouwen en mannen vast in moderne slavernij. Ook als Nederlandse consumenten hebben we – zij het waarschijnlijk ongewild – bloed aan onze handen. Hoe gaan we dit verhaal straks uitleggen aan onze kleinkinderen?

Gertjan de Jong is communicatieadviseur bij International Justice Mission, een wereldwijde organisatie die strijdt tegen moderne slavernij.

Meer over