GastcolumnJeroen Dera

Gastcolumn: Gun ook vmbo-leerlingen de verbazing van een poëzieles

null Beeld ANP
Beeld ANP

In het gedicht De zelfmoordenaar (1852) van Piet Paaltjens haalt een nette burgerman een strop uit zijn zak en hangt zich op aan de tak van een eikenboom. Daar bungelt hij vervolgens maanden, ‘tot verbazing der musschen’. Enkele jaren geleden besprak een van mijn studenten in de lerarenopleiding dit gedicht met haar derde klas. Ik was aangeschoven om haar te beoordelen, maar ik werd tijdens dat lesbezoek vooral ook met mezelf geconfronteerd.

Toen de woorden ‘tot verbazing der musschen’ ter sprake kwamen, zei een van de leerlingen: ‘Dat is toch geweldig, mevrouw, dat die dichter die vogels gebruikt om duidelijk te maken dat er nooit iets in dat bos gebeurt? Hoe eenzaam kan een plek zijn als zelfs de dieren nooit iemand zien?’ Ik glimlachte om zo veel wijsheid. Ook de andere leerlingen kwamen met treffende inzichten. Ze spraken geanimeerd over het woordgrapje in de regels ‘In een wip was de lust / Om te vrijen gebluscht’ en er was een meisje dat bij het gedicht moest denken aan een schilderij van Caspar David Friedrich dat in een eerdere les aan de orde was geweest.

Bij de nabespreking van de les vroeg ik mijn student of het om een atheneum- of gymnasiumklas ging. Ik zie nog hoe ze haar wenkbrauwen optrok. ‘Dit is mijn vmbo-klas’, antwoordde ze, ‘daar doen we ook gewoon Piet Paaltjens.’

Nu is dat laatste helemaal niet ‘gewoon’. In het examenprogramma van het vmbo komt het woord ‘literatuur’ niet voor, laat staan dat er systematisch aandacht is voor beroemde gedichten uit de negentiende eeuw. Zelfs op de havo vormt literatuurgeschiedenis geen verplicht onderdeel van het schoolvak Nederlands. Het was dus niet zo gek om te denken dat ‘3C’, zoals de klas heette in de lesvoorbereidingen van mijn student, een vwo-klas was. Maar ik moet ook eerlijk zijn: niets in mij had verwacht dat een vijftienjarige vmbo-leerling zich zo zou verwonderen over de verbazing der mussen.

Wat dat betreft doet de beeldvorming ook weinig goed. De berichten over de leesvaardigheid van Nederlandse jongeren zijn alarmerend. Volgens het meest recente PISA-onderzoek presteert momenteel bijna een kwart van de vijftienjarigen onder leesvaardigheidsniveau 2. Voor die kinderen geldt dat hun taalvaardigheid zo laag is dat ze een risico lopen op laaggeletterdheid. Het is geen wonder dat scholieren met zo’n lage competentie een hekel aan lezen hebben. Ook dat zien we in de cijfers terug: in De leeswereld van jongeren en jongvolwassenen (2020) toont Cedric Stalpers aan dat de grote meerderheid van de Nederlandse boekmijders uit het vmbo en mbo komt.

Deze statistieken onderstrepen het belang van leesbevordering voor deze groep. Als we niet oppassen, heeft die focus echter ook een prijs: voor je het weet, wordt de vmbo-leerling gezien als een incompetente niet-lezer die niet literair uitgedaagd kan worden. Zo gaf ik onlangs een workshop aan docenten Nederlands naar aanleiding van het boek Woorden temmen: van kop tot teen dat ik maakte met de Vlaamse dichter Charlotte Van den Broeck. Daarin laten we lezers op een activerende manier kennismaken met 30 gedichten uit de Nederlandstalige literatuur. ‘Dat hoef ik met mijn leerlingen echt niet te proberen’, zei een aanwezige vmbo-docent, ‘ze haken al af als ze een gedicht zien.’

Twee weken later stond ik desondanks in zijn klaslokaal. 23 tweedeklassers uit de gemengde leerweg lazen het gedicht Ademloos van Delphine Lecompte, met daarin deze strofe:

Ademloos bereiken we de parking

van een vijandige meubelketen

waar je gerookte zalm op Zweeds brood kan eten

terwijl je kinderen of die van een ander

verdrinken in een bad van ballen

of simpelweg worden meegelokt.

Er was niet één leerling die hier niet de Ikea in herkende. Er was ook niemand die geen mening had over de vraag of die meubelketen ‘vijandig’ is. Een jongen zei dat Lecompte de Ikea ‘verstikkend’ vond, vanwege die verdrinkende kinderen in de ballenbak. Een meisje vroeg of ze vaker over dit soort teksten mochten praten, want ze vond het gedicht zo grappig. De docent mailde later dat ze een Ikea-raptekst geschreven had, met een grapje over gerookte zalm erin.

Ongetwijfeld gaat het niet in elke vmbo-klas zo, maar een poëzieles op het gymnasium is ook geen garantie voor succes. Laat ons deze groep leerlingen dan ook geen rijke teksten onthouden: gun ook het vmbo de verbazing der mussen.

Jeroen Dera is universitair docent Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is in juli gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

null Beeld rv
Beeld rv
Meer over