OpinieDe inrichting van de samenleving

Gaat de coronacrisis een maatschappelijke verandering teweeg brengen?

We moeten onze samenleving meer op coöperatieve wijze inrichten – en dat was al duidelijk vóór deze crisis, stelt hoogleraar wijsbegeerte Gabriël van den Brink.

Vrijwilliger Jeroen Schipper, van beroep muziekdocent, brengt een serenade aan de bewoners van woonzorgcentrum ’t Huis aan de Vecht. Beeld null
Vrijwilliger Jeroen Schipper, van beroep muziekdocent, brengt een serenade aan de bewoners van woonzorgcentrum ’t Huis aan de Vecht.

Sinds enkele weken ­maken we in Nederland ­behalve een ongekende ramp ook een wonder mee. Sommigen bestrijden dat wonderen bestaan. Aan hen wil ik de volgende definitie voorstellen: het wonder is een totaal onverwachte gebeurtenis die heilzaam uitwerkt.

In elk geval spelen zich dezer dagen tal van hoopvolle gebeurtenissen af. We zien een brede waaier van onderlinge hulp, saamhorigheid en menselijke betrokkenheid. De ‘calculerende burger’ bestaat even niet. We hebben waardering voor een regering die zich in dienst stelt van het algemeen belang. Partijpolitieke profilering hoeft nu even niet. Last but not least zijn er tienduizenden professionals die ondanks risico’s in de zorg doorwerken. De vraag of zij hun targets halen worden even niet gesteld.

Zo blijkt dat Nederland geen optelsom van 17 miljoen individuen is, maar een nationale gemeenschap die veel solidariteit, broederschap en naastenliefde kent. De grote vraag is uiteraard of dat zo blijft. Brengt de coronacrisis een maatschappelijke verandering teweeg of waait dat weer over als we het ergste hebben gehad?

De geschiedenis leert dat rampen grote invloed kunnen uitoefenen, afhankelijk van de manier waarop invloedrijke sociale en politieke actoren de situatie uitleggen. Denk aan alles wat op crisis van 1929 volgde. In sommigen landen koos de nationale elite voor een New Deal, in andere voor een totalitaire oplossing. Welke afslagen dienen zich in de huidige ­situatie aan? Volgens mij zou Nederland vier wegen kunnen bewandelen.

Een eerste weg is dat wij China en andere Zuidoost-Aziatische landen navolgen. Dan ligt de regie bij de nationale overheid. Zij kan de samenleving dwingende maatregelen opleggen, mede omdat alle burgers bereid zijn om daaraan te gehoorzamen.

Een tweede weg behelst het tegendeel. We blijven de vrijheid van individuele burgers voorop stellen en wantrouwen alle vormen van overheidsbemoeienis. Die houding domineert in de VS, al is het de vraag of dat zo blijft als de voorspellingen inzake de coronacrisis daar uitkomen.

Een derde weg is dat we inzetten op herstel van de oude economie. Dat vraagt vermoedelijk een prijs in die zin dat veel bedrijven omvallen en de overheid sterk reguleert. Je moet door de zure appel van een recessie heen bijten, maar daarna keer je terug naar de normale gang van zaken. Ik denk dat ondernemend Nederland graag deze afslag kiest.

Warm hart

Een vierde weg is dat we het publieke leven meer op coöperatieve wijze ­ordenen. In dat geval erkennen we dat veel Nederlanders de nationale gemeenschap een warm hart toedragen. We steunen ondernemingen die hun publieke verantwoordelijkheid waarmaken. We zetten in op vrijwillig samenwerken door professionals en bevorderen het eigen initiatief van burgers.

Die laatste weg acht ik het meest wenselijk. Het zou ook een interessant alternatief vormen voor het vruchteloze dilemma tussen liberalisme en socialisme dat de discussie vaak verlamt. Alsof we slechts de keuze hebben tussen een Chinese ­superstaat (gemeenschapszin door overheidsdwang) en een Amerikaanse supermarkt (zelfredzaamheid door marktwerking). Ik geloof dat Nederland – en zelfs het hele Europese continent – een eigen weg moet gaan en dat coöperatie in de zin van vrijwillig samenwerken daarbij het uitgangspunt zou moeten zijn.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik dit al dacht voordat we van een coronacrisis hadden gehoord. Het is zelfs zo dat ik begin dit jaar de drukproeven gereed maakte van een boek over deze problematiek. Aanleiding was het onbehagen dat de afgelopen jaren in het Westen was ontstaan en dat vooral in rechts-populisme tot ­uiting kwam.

Neoliberaal

Volgens mij was dat een gevolg van het feit dat de bestuurlijke elite in het Westen vanaf 1989 een neoliberale agenda volgde. De titel van mijn boek luidt dan ook Ruw ontwaken uit een neoliberale droom. In feite was de uiterste houdbaarheidsdatum van het oude regime al geruime tijd voorbij toen de coronacrisis losbarstte.

Gelukkig hangt niet alles van de politieke klasse af. In het echte leven handelen veel burgers niet als homo economicus maar als leden van een nationale gemeenschap. Ze zijn sociaal betrokken, zetten zich als vrijwilliger in voor anderen en gaan graag over tot vrijwillige samenwerking, zoals de bloei van lokale coöperaties voor energie of zorg illustreert.

Behalve argumenten vóór de ­coöperatieve weg, zijn er serieuze ­bezwaren tegen de weg die op ­normalisatie mikt. Terugkeren naar business as usual betekent een fundamentele miskenning van de huidige problematiek. Vergeet niet dat het Malieveld tot voor kort vol stond met protesterende beroepsgroepen. Daar manifesteerde zich een onvrede die alles met neoliberaal beleid te maken heeft.

Zoönose

Bovendien is er alle aanleiding om nog eens goed na te denken over de oude economie. Er bestaat immers een samenhang tussen de huidige pandemie en de liberale wereldorde. Waar mensen en dieren dicht op elkaar leven, neemt het risico op zoönose (infectieziekte die van dier op mens kan overgaan, red.) toe. Dat geldt niet alleen voor markten in het Chinese binnenland maar ook voor onze eigen bio-industrie. Even desastreus is het proces van globalisering dat alle fysieke, sociale en morele grenzen ondermijnt.

We kunnen slechts concluderen dat de gangbare orde haar grenzen inmiddels heeft bereikt. Het is de hoogste tijd om in te zetten op een andere systematiek en het zou de ­politiek sieren als ze de urgentie daarvan beseft. Dan kunnen we het wonder wellicht bestendigen.

Gabriël van den Brink is hoogleraar wijsbegeerte bij Centrum Ethos (VU, Amsterdam).

Meer over