opinie

Functie-elders-gesprek? Drees had er al eentje in 1946. Op de achterbank van een auto

Ook Drees voerde een ‘functie elders’-gesprek in de beginfase van een kabinetsformatie, schrijft Jelle Gaemers.

Oud-premier Willem Drees (R) op Schiphol in 1949. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Oud-premier Willem Drees (R) op Schiphol in 1949.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Het bewuste gesprek vond plaats vlak na de verkiezingen van 17 mei 1946 en werd gevoerd door Willem Drees, minister van Sociale Zaken en vicepremier, en zijn katholieke ambtgenoot van Binnenlandse Zaken, Louis Beel. De ‘functie elders’ betrof niet een ‘lastig’ Kamerlid, maar de minister-president, Willem Schermerhorn, een partijgenoot van Drees.

De formatie was nog nauwelijks van start gegaan: de fractievoorzitters hadden nog geen advies uitgebracht en er was dus nog geen formateur benoemd. Koningin Wilhelmina wilde eerst de mening weten van haar vertrouwde ministers Beel en Drees, en ontbood hen op Paleis Het Loo. Op 22 mei reisden ze samen in één auto daarheen en grepen de gelegenheid aan om de politieke situatie tamelijk open – hun persoonlijke verhouding was goed – te bespreken.

De verkiezingen van 1946, de eerste die na de bevrijding werden gehouden, waren voor de PvdA zeer teleurstellend verlopen. De nieuwe partij, die was opgericht om een ‘doorbraak’ te forceren van de verstarde politieke verhoudingen, behaalde niet de meeste stemmen zoals ook Drees had gehoopt en verwacht. De Katholieke Volkspartij kwam als grootste partij uit de bus.

Op de achterbank van de auto verklaarde Beel dat hij een voortzetting van de samenwerking tussen KVP en PvdA wel zag zitten. De verkiezingsuitslag beschouwde hij echter als een veroordeling van het beleid van Schermerhorn, waarbij hij ook concrete bezwaren opnoemde tegen diens optreden als minister-president. De KVP eiste nu het premierschap op. Van de benoeming van twee formateurs (één van elke partij), waar de PvdA op in wilde zetten, kon geen sprake zijn.

Drees liet Schermerhorn vervolgens vallen: hij erkende diens ‘zwakke steeën’ en vond het ‘verklaarbaar’ dat de KVP de minister-president zou leveren. Van zijn kant gaf hij wel aan dat de benoeming van Carl Romme tot formateur onaanvaardbaar was voor de PvdA. Het was duidelijk een wegstrepen van de ene politiek leider tegen de andere. Voor de KVP was dit echter geen offer, al kon Drees het niet weten: Romme wilde geen formateur worden en drong erop aan dat Beel die taak op zich zou nemen.

Toen bracht Drees de ‘functie elders’ ter sprake. Hij opperde de mogelijkheid dat Schermerhorn Huib van Mook zou opvolgen als landvoogd van Nederlands-Indië, waar inmiddels de strijd om de onafhankelijkheid was losgebarsten. Maar ook hier stak Beel een stokje voor. Hij achtte het burgemeesterschap van Amsterdam een ‘passende retraite’ voor Schermerhorn, die deze suggestie later beslist van de hand wees. Dit begreep Drees overigens weer niet, want hij zou het een prachtige baan hebben gevonden als hij geen minister was geweest.

In het gesprek tussen Beel en Drees werden de kaarten van de formatie al voor een groot deel geschud. Er kwam een rooms-rood kabinet van KVP en PvdA onder leiding van Beel. Drees bleef aan als minister van Sociale Zaken en vicepremier en voltooide de ouderdomsvoorziening waaraan hij al voor de verkiezingen was begonnen. Schermerhorn vertrok toch naar Indonesië, maar dan als voorzitter van de Commissie-Generaal die de onderhandelingen met de Republik Indonesia van Soekarno zou voortzetten.

Hoe kennen we de inhoud van het gesprek dat Beel en Drees voerden? Dankzij Beel, die een dagboek bijhield waarin hij het gesprek uitvoerig weergaf. Hij is echter nooit met dat dagboek onder zijn arm, opengeslagen op de bewuste pagina, gefotografeerd. ‘Passende retraite’ klinkt misschien vriendelijker dan ‘functie elders’, maar de publicitaire storm zou er niet minder om zijn geweest.

Jelle Gaemers is auteur van Willem Drees, daadkracht en idealisme

Meer over