Frank Heinen brengt een ode aan Camperts Tot Zoens

Frank Heinen over de niet-toerist, die de plaatselijke taal heeft geleerd – à la Remco Camperts Tot Zoens.

En dan zijn er nog de mensen die pertinent geen toerist willen zijn, maar de tijd, energie of het avonturiersbloed ontberen om ‘reiziger’ te worden. Ook dit menstype wil er wel eens uit, al is dat nog niet zo eenvoudig, want in het diepst van hun gedachten zijn ze overal thuis.

Bij aankomst laat de niet-toerist de shuttlebus naar het appartement links liggen. Hij (of zij, maar toch meestal: hij) wandelt liever het busstation binnen om daar inlichtingen in te winnen over de actuele vertrektijden van de lokale buslijnen. Dit doet de niet-toerist vanzelfsprekend niet in het Engels. De niet-toerist spreekt wel Engels, in uiteenlopende accenten zelfs, maar die vaardigheid bewaart hij voor Engelstalige landen. Geen nood: onderweg naar zijn bestemming heeft de niet-toerist zich verdiept in de taal van het land dat hij gaat bezoeken. Zo noemt de niet-toerist dat, ‘een land bezoeken’. Dat hij voor vertrek drie maanden lang uitsluitend films en series uit dat land heeft bekeken (zónder ondertiteling), heeft hem bovendien niet alleen een groot inzicht verschaft in de actuele maatschappelijke kwesties en modes ter plaatse, maar hem tegelijk voorzien van een fijngevoelig gehoor dat aan de kleinste stembuigingen de regio van herkomst van een spreker herkent. Zodoende maakt de niet-toerist altijd kans op een persoonlijk gesprek en, de niet-toerist sluit niets uit, een duurzame vriendschap.

Helaas: de buschauffeurs blijken nurkse inboorlingen en converseren met elkaar in een soort Openbaar Vervoer-jargon dat op geen enkele taalkaart staat aangegeven. De niet-toerist tracht in heldere zinnen van één woord per stuk duidelijk te maken dat hij de tijdenbus zoekt omdat afstand. De buschauffeurs zijn het kennelijk ontwend in hun officiële landstaal te worden toegesproken, in plaats van hun eigen strippendialect, want zij schakelen speciaal voor de niet-toerist over op een rudimentair Engels, terwijl meerdere vingers wijzen naar de vertrekhalte van de shuttlebus naar het resort. ‘Integendeel integendeel’, schudt de niet-toerist– dat klinkt beter dan ‘nee nee’. Hij wenst met lokale wezens en personages te reizigen. Kan, kan wel niet, nee?

Eenmaal per shuttlebus bij de bestemming gearriveerd, merkt de niet-toerist op dat het door een huisgenoot uitgezochte resort vol zit met toeristen. Toeristen herkent de niet-toerist aan hun witte benen, hun rode hoofden en de ‘geen knollen voor citroenen’-uitdrukking op hun gezicht wanneer zij in het oude centrum naar een menukaart met foto’s van de gerechten loeren. Eten in het oude centrum, op het centrale plein nog wel... laat de niet-toerist niet lachen. Nee, echt: laat hem niet lachen, daar is hij te ernstig voor.

De niet-toerist lacht niet. De niet-toerist zwemt niet. De niet-toerist huurt geen mountainbike. De niet-toerist draagt geen luchtige kleding. Op een zwak moment bezoekt de niet-toerist een bezienswaardig stadje waar hij doorheen beent met de tred van iemand die te laat is voor een zakelijke afspraak. Hij draagt geen rugzak met noodzakelijkheden. Wel is hij in het bezit van een reisgids (in de taal van het land), die hij onder zijn kleren draagt.

Volg de niet-toerist op de voet wanneer hij in een buitenwijk, laat op de avond natuurlijk, zonder navigatie of reisgids op zoek gaat naar een afzichtelijk tentje waar je het lekkerst eet, voor De Helft Minder. Neem enige afstand in acht wanneer hij de gemeentegrens passeert en weigert om te keren. Loop enkele minuten na hem het betreffende tentje (truckerscafé) binnen en sla hem gade terwijl hij een serveerster geroutineerd een meubelstuk van twee vraagt, om op te kauwen. Laat hem de boodschap dat etenstijd voorbij is rustig incasseren, en sta hem toe nog even te informeren naar leuke en ondure huisjeseten in de omgevingbijheid. Noteer namens hem de naam van een restaurant dat bij nadere beschouwing de naam van het restaurant van het resort blijkt te zijn.

Geef de niet-toerist in uw persoonlijke omgeving de gelegenheid de toerist in zichzelf te ontdekken. Zet hem tot die tijd met een lokale krant op een krukje langs de weg, wachtend tot iemand hem de weg vraagt. Laat hem wijzen, afstanden berekenen en moeilijk kijken en laat hem, de onwetende toeristen nawuivend, gerust luid en duidelijk ‘Gedoereis!’ roepen.

Met dank aan Remco Campert

Meer over