Peiling

‘Formeren met het idee ‘god zegene de greep’ is geen goed uitgangspunt om mee te hervormen’

Johan Remkes probeert een minderheidskabinet van de grond te krijgen. Is de keuze voor een minderheidskabinet de beste manier om de gewenste nieuwe bestuurscultuur een kans te geven?

Mark Rutte (VVD) staat de pers te woord op landgoed De Zwaluwenberg in Hilversum. Beeld ANP
Mark Rutte (VVD) staat de pers te woord op landgoed De Zwaluwenberg in Hilversum.Beeld ANP

Hilde Lavell (historicus bij het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis van de Radboud Universiteit Nijmegen)

‘Met het oog op ‘macht en tegenmacht’ en de ‘nieuwe bestuurscultuur’ kan een minderheidskabinet een middel zijn om de positie van de Tweede Kamer te versterken. Een minderheidscoalitie zal brede steun moeten zoeken en de oppositie zal eerder bij de besluitvorming betrokken moeten worden. Daarnaast kunnen kleine fracties in de Kamer, die normaal misschien vaker buitenspel zouden staan, een sleutelrol gaan spelen om een voorstel aan een meerderheid te helpen.

‘Een vaak gehoord argument tegen een minderheidskabinet is dat het instabiel zou zijn en minder effectief. We leven in verschillende crises: een coronacrisis, een klimaatcrisis en een wooncrisis. Het is zaak dat snel aan te pakken en dus is het belangrijk dat een eventueel minderheidskabinet (van tevoren) afspraken maakt door middel van deelakkoorden of met hulp van gedoogpartner(s). Wel moet worden voorkomen dat het minderheidskabinet te afhankelijk is van één partij, zoals in 2010 met de PVV.’

Tom Louwerse (universitair docent politicologie aan de Universiteit van Leiden, onderzoekt politieke representatie)

‘Minderheidskabinetten komen in twee smaken. Sommige hebben een ‘gedoogafspraak’ met partijen die niet in de regering zitten. De gedoogpartijen steunen dan een deel van het regeringsprogramma. Die partijen zullen het kabinet niet zomaar wegstemmen. Dat zagen we bij Rutte I met VVD, CDA en de PVV. In de praktijk functioneerde dat als een meerderheidscoalitie.

‘Zonder zo’n gedoogafspraak vooraf moet de coalitie steeds op zoek naar steun voor elk voorstel. Dat geeft oppositiepartijen meer kans op invloed, maar is voor de regering ingewikkeld. Toch lukte het de afgelopen jaren wel om meerderheden te vinden in de Eerste Kamer – al speelt in de Tweede Kamer de machtsvraag duidelijker. Een nadeel is dat het voor kiezers minder duidelijk is welke partijen voor het beleid verantwoordelijk kunnen worden gehouden: de coalitiepartijen of ook de oppositiepartijen die een specifiek voorstel steunden? Het zoeken naar meerderheden moet vanuit dat perspectief zo transparant mogelijk zijn.’

Tom van der Meer (hoogleraar politicologie aan de UvA, schreef het boek Niet de kiezer is gek)

‘Het formeren van een minderheidskabinet zegt niets over de verhouding burger-staat, het zegt niets over de informatievoorziening van de regering richting de Tweede Kamer en de burgers, het zegt niets over de vraag of burgers terecht kunnen bij de ombudsman en of die ombudsman vervolgens gehoord wordt, het zegt niets over de rechtspraak waar burgers zich toe kunnen wenden, en het zegt evenmin iets over de invloed van referenda of andere middelen waarmee burgers inspraak zouden kunnen hebben. Een minderheidskabinet zegt hoogstens iets over de verhouding oppositie-coalitie. Het creëert de nodige ruimte voor middenpartijen om zich te profileren.

‘De nieuwe bestuurscultuur is een modewoord, net als tegenmacht: iedereen verstaat er iets anders onder. Als je de bestuurscultuur wilt vernieuwen, zou ik eerst goed willen analyseren wat er met die nieuwe bestuurscultuur wordt bedoeld en vervolgens kijken welke elementen je gaat aanpakken. Maar nu spreekt men over een minderheidsregering als laatste redmiddel. Het idee ‘god zegene de greep’ is geen gelukkig uitgangspunt om te formeren, en het is zeker niet ideaal om te hervormen. Juist een minderheidsregering vereist vertrouwen.’

Julia Wouters (politicoloog en schrijver en was elf jaar lang de rechterhand van PvdA-leider Lodewijk Asscher)

‘Ik stoor me eraan dat mensen denken dat een nieuwe bestuurscultuur gebaat is bij een minderheidskabinet. De bestuurscultuur is vooral afhankelijk van de mensen die besturen en van de cultuur in het ambtenarenapparaat. Doordat een minderheidskabinet naar meerderheden moet zoeken, kan het juist tot meer gekonkel en geritsel in achterkamertjes leiden om politieke akkoordjes te sluiten. Met een controlfreak als Mark Rutte als leider, zal er juist méér neiging zijn alles van tevoren dicht te metselen. Bovendien vergeten mensen vaak dat het huidige kabinet praktisch ook een minderheidskabinet was: in de Eerste Kamer moest voortdurend een meerderheid worden gezocht.

‘Er moet vooral een wil zijn om te veranderen, een wil om een nieuwe bestuurscultuur te doen ontstaan. Wat let ze om de nieuwe bestuurscultuur meteen te beginnen? Daarvoor hoef je niet te wachten op een kabinet. Maar die wil ontbreekt. Dat zie je in het Afghanistan-debat, waarbij niet alle informatie op tafel kwam, en met de invoering van de coronacheckapp: we doen het zogenaamd om de risico’s beter beheersbaar te maken, maar iedereen weet dat het gaat om het verhogen van de druk om mensen te laten vaccineren. Dat mag, maar geef het toe. Zolang dat niet gebeurt, blijft de nieuwe bestuurscultuur uit zicht.’

Meer over