ColumnEva en Eddy Posthuma de Boer

Eva Posthuma de Boer ziet de wereld van nu, met die grensoverschrijdende machthebbers, als een horrorfilm

Elke twee weken in de Volkskrant: het leven door de ogen van de Posthuma de Boers – een foto uit het rijke naoorlogse archief van vader Eddy, met een tekst van dochter Eva. Vandaag: kinderen van de jaren zeventig in de horrorfilm van nu.

New York, 1970Beeld Eddy Posthuma De Boer

Het stond op een affiche, ik las het al fietsend, terwijl ik mijn man aan de telefoon had. ‘Simon & Garfunkel in Het Concertgebouw!’, riep ik. ‘Ik bestel meteen kaarten!’, riep hij.

We zijn allebei kinderen van de jaren zeventig, van vooruitgang gevoed met liefde, van Hair peace, bed peace, van fladderende bloemetjesjurken, van gelijkheid tussen mannen en vrouwen, homo’s en hetero’s, auto- en allochtonen, ouders en kinderen. En daar horen Simon & Garfunkel bij. Hun muziek raakt aan mijn diepste overtuigingen die wortelen op het schoolplein, toen mijn moeder me ophaalde in haar ribfluwelen bruine broek met wijde pijpen en haar schapenvest, en ik haar meetroonde naar de grote zandbak om mijn nieuwe vriendinnetje aan te wijzen.

‘Kijk mama, dat is Jennifer, daar, met die blauwe schoentjes’, riep ik, en wees tussen alle spelende kindertjes het enige donkere meisje aan. Bijna zwart was haar huidskleur. Voor mij was het Jennifer met de blauwe schoentjes. Zelf weet ik hier niets meer van, maar mijn moeder heeft het zo vaak naverteld dat ik er een levendiger beeld van heb dan van veel dingen die ik me wel herinner. Het heeft me doen geloven dat de mens voor de mens in den beginne gewoon een mens is. We worden geboren zonder kennis, oordeel en interpretatie, en vinden dientengevolge niks van de ander, althans, niks lelijks. Wel willen we knuffelen, lachen, liefde.

‘Ik heb liever een dode zoon dan een homoseksuele’, zegt de man die president van Brazilië dreigt te worden. Welhaast een overtreffende trap van wat de keffende kuif in Amerika aan haat zaait.

Misschien ligt het aan mijn opvoeding, maar ik bezie de wereld van nu, met die grensoverschrijdende machthebbers, als een horrorfilm: ik kijk niet, daarvoor ben ik te bang, ik gluur alleen af en toe tussen mijn vingers door om te zien of het al voorbij is. Hoe zit het met de beschaving, vraag ik me af, was die niet geëvolueerd, waren we niet op een bepaald punt gekomen, waar is die liefde gebleven die ons vooruitgang bracht? De mens leert van de geschiedenis niets anders dan dat de geschiedenis ons niets leert, zei Hegel, en ik vrees dat hij gelijk had.

Ik wil de liefde terug. Dat de mensen lief voor elkaar zijn. Ik wil gelijkheid, ik wil fladderjurken, ik wil Simon en Garfunkel. Helaas blijken Paul en Art zelf helemaal niet naar Het Concertgebouw te komen, en zijn de peperdure kaarten die mijn man braaf heeft besteld voor een of andere revivalband, aangekondigd in misleidende, vanaf de fiets onmogelijk te lezen, piepkleine lettertjes. 

Eva Posthuma de Boer (1971) is schrijver van onder meer de roman En het wonder ben jij, 2018; Eddy Posthuma de Boer (1931) is fotograaf en werkte voor Het Parool, de Volkskrant, Time-Life en Avenue. Samen kiezen ze elke twee weken een foto uit Eddy’s archief. 

Meer over