Opinie

Europa dwingt asielzoekers tot dodelijke hordenloop, terwijl het de migranten goed kan gebruiken

Politici die pleiten voor strengere grensbewaking met als argument dat dit voorkomt dat asielzoekers met gevaar voor eigen leven het Kanaal of de Middellandse Zee oversteken, vergeten dat het juist die strenge grensbewaking is die hen aanzet tot het nemen van grote risico’s.

Leo Lucassen
Griekenland heeft de Europese buitengrens met Turkije voorzien van bewaking met drones, camera's, extra personeel, zwaar bepantserde wagens, leden van het FRONTEX-team en een vijf meter hoge muur. Beeld NurPhoto via Getty Images
Griekenland heeft de Europese buitengrens met Turkije voorzien van bewaking met drones, camera's, extra personeel, zwaar bepantserde wagens, leden van het FRONTEX-team en een vijf meter hoge muur.Beeld NurPhoto via Getty Images

‘EU-landen scherpen grensbewaking aan na bootongeluk Kanaal’, kopte de NOS maandag 29 november. Aanleiding was het zinken van een boot met migranten bij Calais, waarbij 27 mensen om het leven kwamen. Deskundigen betogen al jaren dat een nog strenger grensbeleid geen oplossing is. Het is eerder de oorzaak van de duizenden doden die er in de afgelopen jaren aan de Europese buitengrenzen vallen.

Zo stierven sinds 2014 bijna 24.000 mensen in de Middellandse Zee en aan de oostgrens, meest recent nog in de bossen van Wit-Rusland. En dan laat ik de duizenden doden die vallen in de Sahara, doordat de Europese Unie landen als Niger, Mali en Tsjaad betaalt om migranten aan de zuidkant van de woestijn tegen te houden, nog buiten beschouwing. Net als de doden die vallen in detentiecentra in Libië, waar met Europees geld mensen naar terug worden gestuurd. Dit najaar nog schoten Libische bewakers zes mensen dood, toen onlusten uitbraken in een overvol kamp in Tripoli. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de vele gevallen van martelingen in dit Noord-Afrikaanse land.

Het argument tegen het opvangen van asielzoekers luidt dat de EU zoveel immigranten niet aankan. Streng beleid zou helaas noodzakelijk zijn. Anders zouden nog veel meer migranten zich wagen aan de reis naar een EU-lidstaat, of aan een oversteek naar het Verenigd Koninkrijk. Hoewel dat niet ondenkbeeldig is, is het goed de feiten aandachtig te analyseren en deze migratiestroom in een breder perspectief te plaatsen. Dat kan aan de hand van drie veelgehoorde bezwaren.

1. De EU kan de grote aantallen asielzoekers helemaal niet aan

Kijken we naar het afgelopen decennium, dan gaat het gemiddeld om zo’n 650.000 asielzoekers per jaar, oftewel 0,13 procent van de totale bevolking van de EU. Natuurlijk zijn de aanvragen niet gelijkelijk verdeeld, maar zelfs als we naar Duitsland kijken, het meest favoriete land, dan praten we over 243.000 aanvragen. Dat is een kwart procent van de Duitse bevolking. Daarbij moeten we bedenken dat de Duitse populatie al jaren krimpt, een proces dat zonder immigratie nog veel sneller zou gaan. Mede door het lage aantal geboortes neemt het aantal werkenden in Duitsland de komende vijftien jaar naar verwachting met vijf miljoen af.

2. De kosten van de opvang van asielzoekers bedreigen de verzorgingsstaat

Als dit argument zou kloppen, zouden landen als Nederland en Duitsland, die in de jaren negentig meer vluchtelingen opvingen dan in de afgelopen tien jaar, allang door hun hoeven zijn gezakt. Ja, vluchtelingen kosten geld, maar dankzij de grote vraag naar arbeid blijven de kosten beperkt. Zo berichtte de New York Times onlangs nog dat er in veel OESO-landen, de landen die zich inzetten voor wereldwijde ontwikkeling van handel en economie, een enorme vraag bestaat naar arbeidskrachten, zowel laag- als hooggeschoolden.

Duitse autoriteiten waarschuwden dat er een directe vraag is naar 400.000 immigranten, van academici tot storingsreparateurs. En Canada wil tot 2023 liefst 1,2 miljoen asielzoekers een verblijfsvergunning geven. Een activerend en faciliterend in plaats van afschrikwekkend integratiebeleid, een beleid gericht op arbeidsparticipatie en aanvullend onderwijs, zou een belangrijke rol kunnen spelen in een geslaagde integratie.

3. Het zijn geen vluchtelingen, maar arbeidsmigranten. Of, nog erger, ‘gelukszoekers’

Asielzoekers hebben altijd meerdere motieven, die zich niet in eenvoudige zwart-wit beleidscategorieën laten vangen. Uiteraard denken mensen die worden vervolgd ook na over waar ze het beste een nieuw bestaan op kunnen bouwen. Ook de aantrekkingskracht van een economie speelt een belangrijke rol bij de afweging waar iemand zich zal vestigen. Bovendien wil een aantal van de asielzoekers graag worden herenigd met familieleden die al in het land van bestemming wonen. Zoals bijvoorbeeld bij veel Koerden die momenteel met gevaar voor eigen leven de Engelse kust proberen te bereiken.

Kijken we waar de bulk van de asielzoekers vandaan komen, dan valt op dat dit vooral landen zijn in het Midden-Oosten en de Hoorn van Afrika. In die landen is geweld aan de orde van de dag. De maatschappij is er ontwricht door oorlogen, conflicten die vaak mede door het Westen zijn veroorzaakt. Denk aan landen als Afghanistan, Irak en Eritrea, en aan autoritair geleide staten als Iran en Syrië waar andersdenkenden hun leven niet zeker zijn.

Uit het voorgaande kunnen twee conclusies worden getrokken. Ten eerste dat politici die nu pleiten voor strengere grensbewaking met als argument dat dit voorkomt dat mensen met gevaar voor eigen leven het Kanaal of de Middellandse Zee oversteken, vergeten dat het juist die strenge grensbewaking is die hen aanzet tot het nemen van grote risico’s. En ten tweede dat schizofrenie hoogtij viert als het om migratie gaat, aangezien Europa veel van de migranten die nu tot een soms dodelijke hordenloop worden gedwongen, heel goed kan gebruiken.

Leo Lucassen is directeur van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en hoogleraar aan de Universiteit Leiden.

Meer over