ColumnArie Elshout

EU roeptoetert dat ze geopolitieke macht wil zijn, maar wat dreigt is een bestaan als geopolitieke marginaal

null Beeld

Dat het met de Europese eenheidsgedachte behelpen blijft, bleek bij de Duitse verkiezingen. Het was spannend, de verslaggeving was prima, toch had de belangstelling iets plichtmatigs. We volgen het omdat het moet, niet omdat we het opwindend vinden. De publieke beleving is veel minder intens dan bij verkiezingen in Amerika. Dat is begrijpelijk, gezien de rocky horror picture show die ze er daar telkens weer van maken. Maar eigenlijk is het onlogisch.

In Duitsland wordt de feitelijke leider van Europa gekozen, iemand die een doorslaggevende rol speelt bij EU-besluiten die ons direct kunnen raken, bijvoorbeeld in de portemonnee.

De gevolgen van zijn keuzes kunnen heel dicht bij ons komen, maar de verkiezing beschouwen we als iets van veraf. Amerika is mentaal dichterbij dan Duitsland. Dat zegt veel over het geringe Europese bewustzijn.

Behalve bij degenen die er op een of andere manier beroepsmatig bij betrokken zijn en er hun geld mee verdienen, wil Europa niet echt gaan leven in de hoofden van de mensen, laat staan in het hart. Hoezeer de eenwording ook voortschrijdt.

Ook naar buiten toe moet Europa knokken om gezien te worden. Het zwaartepunt van de wereldpolitiek verplaatst zich naar de Indo-Pacific, het gebied rond de Indische en Stille Oceaan. Europa heeft moeite de verschuiving te volgen. Hoewel de Amerikaanse president Obama al in 2012 de ‘draai naar Azië’ afkondigde, dachten de Europeanen door Ruslands annexatie van de Krim dat het zo’n vaart niet zou lopen. Inmiddels is de slaapwandelaar wakker en ziet hij de zeeën van Zuid- en Oost-Azië zich razendsnel ontpoppen als het nieuwe geopolitieke strijdtoneel.

Er ontstaan daar nieuwe bondgenootschappen buiten de EU en de Navo om. De Verenigde Staten, Australië en het Verenigd Koninkrijk verrasten iedereen met de vorming van Aukus, een defensiepact gericht tegen China. Daarnaast is er de Quad, een samenwerkingsverband van de VS, Australië, Japan en India. Eveneens bedoeld als tegenwicht voor China. Frankrijk is nijdig over Aukus. Niet alleen gaat de levering van Franse onderzeeërs aan Australië niet door, tevens is er de angst dat Europa ook geopolitiek bezig is de boot te missen.

Al jaren roeptoetert de EU dat ze een geopolitieke macht wil zijn, maar wat dreigt is een bestaan als geopolitieke marginaal. Strategische autonomie moet uitkomst bieden: Europa wil een militaire mogendheid worden die onafhankelijk van Amerika kan optreden. Men riep het na de Brexit en Trumps verkiezing in 2016, de Franse president Macron roept het nu weer na de geboorte van Aukus. Het wemelt van plannen en projecten, maar toen de Amerikanen de aftocht bliezen uit Kabul, konden de Europeanen niets anders dan volgen. Papier wordt maar geen praktijk.

Een zoveelste voorstel is in de maak, ditmaal voor een Europees expeditieleger. Op de tekentafel gaat dat er ongetwijfeld mooi uitzien, net als de EU-Battlegroups. Die werden opgericht in 2004 als snelle-reactiemacht. Alleen: ze zijn nooit ingezet en bleven in de showroom. Wat de EU parten speelt, is een chronisch gebrek aan eenheid en geld. Lidstaten koesteren in defensiezaken hun soevereiniteit en zien op tegen het opbouwen van een onmisbare maar peperdure ‘autonome’ satelliet- en transportcapaciteit.

De EU is niet zo van de hard power. Voor harde macht, versterkt met een snufje perfiditeit, kun je beter bij Angelsaksische mogendheden als de VS en het VK zijn, moeten de Australiërs hebben gedacht. Alleen zo kan de machtsbalans in de Indo-Pacific worden gewaarborgd en China afgeschrikt. Europa is meer van de zachte hand, de soft power. In het geopolitieke verhaal is het de schone maagd die meent dat ze als democratische waardengemeenschap en handelspartner zo aantrekkelijk is dat anderen graag met haar samenwerken en haar regels aanvaarden.

Ze voelt niks voor een harde confrontatie met China. Maar ze kan er ook niet om heen dat Xi Jinping het westerse democratische model uitdaagt, de Oeigoeren en Hongkong onderdrukt en het democratische Taiwan bedreigt.

Als de EU hier geen duidelijke grenzen stelt, bijvoorbeeld omdat Duitsland zijn winstgevende export naar China niet wil riskeren, ondermijnt zij haar democratische geloofwaardigheid en voorbeeldfunctie en daarmee haar grootste macht: de soft power. Het maakt haar gevecht om relevant te blijven er niet gemakkelijker op.

Arie Elshout is journalist.

Meer over