VerslaggeverscolumnMichel Maas in Leiden

Etiquette voor de anderhalvemetermaatschappij

.Beeld .

Jan Jaap van Weering heeft een foto van zijn koperen trekbel gedeeld op social media. Aan de perfect gepoetste bel hangt een vuurrood STOP-bordje met daarop de tekst: ‘Niet bellen’ en: ‘Tot 15.15 uur videoconference’. De combinatie van de bel en de videoconferentie vatte perfect de situatie samen waarin de wereld van Jan Jaap van Weering zich bevindt. Hij doceert etiquette, oftewel ‘regels voor het sociale verkeer’.

De trekbel met het briefje

‘Je krijgt maar één keer de kans een goede eerste indruk te maken’, is een van zijn stelregels, maar hoe doe je dat in de nieuwe niet-aanraakwereld van smetvrees en zelfisolatie? Alleen al die begroeting. ‘Ze noemen dat het nieuwe groeten, maar eigenlijk is het ’t ongebruikelijke groeten.’ Nog maar heel kort geleden was er de perfecte handdruk: ‘drie seconden, elkaar recht in de ogen kijken en twee keer pompen’. En die perfecte handdruk paste precies bij de perfecte afstand die Nederlanders bij een conversatie in acht namen: 60 centimeter.

Nu is die 60 centimeter anderhalve meter, en het ziet ernaar uit dat dit nog even zo zal blijven. ‘Wen er maar aan. Pas je aan. Hoe? Niet met die elleboogshake of de voetgroet’, zegt hij, met ingehouden misprijzen, ‘dan ben je trouwens toch al te dichtbij. Je kunt een ‘namaste’-groet doen met gevouwen handen, en als je dat overdreven vindt zijn er alternatieven: je kunt iemand begroeten met een opgestoken hand en ‘Hee, leuk je weer te zien!’ zeggen, en afstand houden.’

Tijdens het WhatsApp-interview is hij casual gekleed. Geen das, gewoon een rood geruit overhemd onder een nette blauwe pullover, zegelring aan de linker ringvinger, het horloge steekt half uit de manchet, ‘en ik heb geen korte broek aan!’ lacht hij. Zelfs al zie je het niet in beeld: hij draagt een lange broek.

Jan Jaap van Weering strak in het pak

Hij heeft daarover nagedacht, zoals hij nadenkt over alles. Ook over hoe de videoverbinding eruitziet. ‘Ik heb een blauwe wand als achtergrond, met twee oude prenten. Dat is rustgevend.’ De dag tevoren had hij nog een heel setupje gemaakt, laptop geïnstalleerd, twee lampen erbij. Dat was voor de videoconferentie met het bekende ‘diplomatenklasje’ van Buitenlandse Zaken. Hij was erop gekleed, natuurlijk: ‘Ik was strak in het pak’. Hij was de enige: ‘Die veertig aankomende diplomaten van het klasje zaten gewoon thuis en droegen iets gemakkelijks.’ Zijn pak werd daarmee een statement, en Jan Jaap van Weering had meteen iets om over te praten.

De videoconferentie was niet alleen voor hem, maar ook voor het klasje een primeur, en zelfs Van Weering, die anders nooit zenuwachtig is, moet toegeven dat hij opgelucht was toen de conferentie voorbij was en bij hem en de deelnemers een goed gevoel had achtergelaten.

Zonder video gaat het niet. Mensen moet je kunnen zien, dat is essentieel voor sociaal verkeer. Dus gaat bij Jan Jaap van Weering zelfs bij het voorgesprek via WhatsApp de camera aan. Want alles draait om deze vraag: hoe kom je over? De basisregels van de etiquette gelden daarbij altijd, ook online. ‘Wijs nooit iemand terecht. Vul stiltes nooit op; geef je gesprekspartner de tijd zijn verhaal af te maken.’

‘Namaste’ en casual op WhatsApp

Dan weer zo’n oneliner: ‘Goede omgangsvormen vallen niet op, het ontbreken daarvan wel.’

Van dat laatste heeft hij veel voorbeelden: iemand die met een hand in de zak zijn andere hand uitsteekt en ‘hoi’ zegt (Van Weering: ‘Zeg nooit hoi of hallo, dat is radiotaal’), minister Hugo de Jonge die witte schoenen draagt (‘altijd een donkere broek en daarbij altijd donkere schoenen’), Wouter Bos die aanvankelijk weigerde een das om te doen toen hij 10 Downing Street en de Britse koningin bezocht.

‘Wij zijn blunt. Door de bank genomen zijn we bot en drammerig. Loop niet als een olifant door de porseleinkast.’

Van Weering doceert nu tien jaar etiquette. Niet alleen aan aankomende diplomaten, ‘ook adelborsten en kadetten, en net zo goed 150 sterilisatiemedewerkers als 300 leden van het worstenmakersgilde, ondernemers, studenten, middelbare scholieren’.

Hij heeft het als Indische Nederlander van huis uit meegekregen, zegt hij: ‘Het zit in me. Noem het innerlijke beschaving. Mijn moeder komt van Java, waar mensen veel fijngevoeliger zijn dan in Nederland.’

Als we het over video-achtergrond hebben merkt hij heel casual een klein dingetje op over de mijne: hij kan niet lezen welke boeken er in de kast achter mijn rug staan. Ik houd de telefoon dichterbij zodat hij het beter kan zien, en hij bedankt me netjes.

Pas achteraf bedenk ik dat dit misschien zijn verfijnde manier was om te zeggen dat de boekenkast als achtergrond niet deugt.

Volgende keer doe ik het anders.

Meer over