InterviewErnst Hirsch Ballin

Ernst Hirsch Ballin: ‘We moeten waakzamer zijn over burgers die zich verlaten voelen’

Ernst Hirsch Ballin, jurist en oud-minister van Justitie maakt zich zorgen over Nederland. Hij ziet burgers met te weinig burgerschap en leiders met te weinig leiderschap. Hij bepleit een grotere waakzaamheid over mensen die zich verlaten voelen.

Ariejan Korteweg
Ernst Hirsch Ballin, rechtsgeleerde en oud-CDA-minister van Justitie.  Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
Ernst Hirsch Ballin, rechtsgeleerde en oud-CDA-minister van Justitie.Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

De staatsrechtgeleerde Ernst Hirsch Ballin is een prudent man. Zo heeft hij zich laten kennen als minister van Justitie in het laatste kabinet Lubbers en in twee kabinetten Balkenende. Zo presenteerde hij zich ook als CDA-lid. Prudent, én standvastig. Man van stellige overtuigingen die in behoedzame, uiterst zorgvuldige formuleringen worden gebracht.

Als Hirsch Ballin meteen in de eerste zin van Waakzaam burgerschap, vertrouwen in democratie en rechtsstaat herwinnen noteert dat ‘dit boek is voortgekomen uit verontrusting over de werking van ons staatsbestel’, dan moet er wat aan de hand zijn. Hij signaleert ‘burgers met te weinig burgerschap en leiders met te weinig leiderschap’. De toeslagenaffaire was voor hem een sterk signaal: de staat is bezig zijn beschermende rol te verwaarlozen. De omgang met vluchtelingen is voor hem een toetssteen waaraan is af te lezen hoe het met de rechtsstaat is gesteld. Hirsch Ballin is geen revolutionair, hij wil aanknopen bij het ethos van de democratische rechtsstaat, waarbij ethos staat voor ‘iets gemeenschappelijks, een identificatiemogelijkheid die ‘wij’ met elkaar delen, en die dus meer is dan gehoorzaamheid aan de wet. Een rechtsstaat die veel meer oog moet hebben voor de belangen van toekomstige generaties. Zelf noemt hij zijn boek: ‘een eigenzinnige inleiding in de werkelijkheid van ons constitutionele bestel’.

Nog even heeft Hirsch Ballin zijn kamer op de campus van de Universiteit van Tilburg. Op de kast links naast de deur staat een rijtje met de proefschriften van de promovendi die hij begeleidde. Een van de eersten was Alex Brenninkmeijer, die later Nationale Ombudsman zou worden. Tijdens het gesprek wordt hij gebeld vanwege het bericht van diens overlijden. In Tilburg nam hij 13 mei afscheid, met een rede over vrede en recht.

‘Waakzaam burgerschap’ heet uw boek. Waar maakt u zich het meest zorgen om?

‘Eigenlijk vooral over onachtzaamheid, het negeren van ontwikkelingen die schadelijk zijn voor het vertrouwen in de democratische rechtsstaat. Zwakke signalen dat dingen niet goed gingen, waren er al ver voor 2007, het begin van de bankencrisis. Dat wil ik in het boek aangrijpen, en dan niet op een politiek niveau. Het is geen oproep tot waakzaamheid voor populistische bewegingen, al is dat dringend nodig. De bedoeling is die waakzaamheid vroeger te laten beginnen. Namelijk bij de ontwikkelingen, veranderingen, gevoelens van verlatenheid bij mensen, waardoor zulke bewegingen angsten kunnen aangrijpen en versterken.’

Wanneer ving u de eerste zwakke signalen op?

‘Dat was al in de eerste periode dat ik in een kabinet zat, onder Lubbers. De opkomst van het neoliberalisme ging samen met een ingrijpende verandering in de samenleving. En mijn laatste periode, tijdens Balkenende IV, was het begin van het einde van dat neoliberalisme.

‘Ten tijde van het derde kabinet Lubbers was er een heftige discussie over onderwerpen uit de sociale zekerheid, zoals arbeidsongeschiktheid. Sommigen, ook CDA’ers, vonden dat daar veel scherper in moest worden ingegrepen. De gedachte dat iedereen vooral voor zichzelf moet zorgen maakte furore. Dat is een gedachte die ik niet plezierig vind, omdat een nieuwe onderklasse is ontstaan van mensen die in een precaire situatie leven, met daarnaast een urbane, goed opgeleide middenklasse die niets heeft met de vroegere sociale cohesie. Dat riep een ongemakkelijk gevoel op.

‘Ik herinner me de discussies over de landen in Oost-Europa, net bevrijd van het communistische machtsblok. Sommigen vonden, met mij, dat daar in politie en justitie geïnvesteerd moest worden. Maar wat kwam bovendrijven, was dat die economieën moesten worden geliberaliseerd en geprivatiseerd; dan zou het verder vanzelf goed komen.

‘Met dit boek wilde ik de blik consequent op de toekomst richten, vandaar ook de verbinding die ik leg met de klimaatproblemen. De rechten van de mens gaan niet alleen over degenen die nu leven, die gaan ook over de toekomst. In de politiek wordt de aandacht sterk gericht op het nu en het verleden. Er is weinig ontvankelijkheid voor signalen dat dingen verkeerd kunnen gaan.’

Vindt u dat de rechterlijke macht door de politiek veroorzaakte schade moet kunnen corrigeren?

‘Ik zou dat anders formuleren. Degenen die deze rechterlijke uitspraken niet aanstaan, stellen de rechter graag voor als een politieke actor. Maar dat is niet de taak van de rechter. Denk even aan wat er gebeurde toen het Britse Supreme Court had geoordeeld dat het aanvragen van de Brexit pas constitutioneel geoorloofd was na instemming van het Lagerhuis. Een van de Brexitgezinde tabloids reageerde met een voorpaginakop ‘Enemies of the people’, met foto’s van de rechters erbij. Dat is framing. Er is een lijn van denken in Nederland die dat ook graag uitdraagt. Het antwoord moet zijn: we hebben zelf de gerechtshoven gewild als instellingen die iedereen in ons land aan de fundamentele rechten houden.’

Iedereen, inclusief de politici?

‘De rechter moet iedereen in het land, inclusief de overheid, houden aan die rechtsorde die voor iedereen geldt. De rechter verkeert in de positie daarbij ook acht te slaan op de fundamentele rechten van degenen die nog niet naar de stembus kunnen, omdat ze minderjarig zijn of nog geen stemrecht hebben. Het Duitse constitutionele gerechtshof heeft dat in mijn ogen zeer verhelderend geformuleerd door te zeggen dat het bij de bescherming van die fundamentele rechten ook meeweegt dat geen gevolgen van nalatigheid worden afgewenteld op komende generaties. Dan denk ik aan de klimaatbeheersingsnorm.’

Als in de politiek deelbelangen boven het algemeen belang worden geplaatst, is het dan aan de rechter om dat te corrigeren?

‘In de rechtsorde gaat het niet om opgetelde deelbelangen, maar om een algemeen belang dat afwegingen vereist. Als dat ethos leeft, geeft dat ook een antwoord op de inhoudelijke armoede die dreigt als een democratische rechtsstaat niet meer gedragen wordt door gedeelde idealen. Dan gaat het heel simpel om dat wat ieder mens toekomt. Daar ligt een verbinding met die mensenrechten, niet in juridische zin maar als ethos van de democratische sociale rechtsstaat.’

Ziet u het afzwakken van het algemeen belang als grootste politiek probleem?

‘Er zijn belangrijke stappen gezet die het algemeen belang versterken, niet alleen met de mensenrechten maar ook door de klimaatakkoorden, door verdragen over het beschermen van mensen met een handicap, een belangrijk verdrag over de rechten van het kind. Toen ik studeerde gingen de discussies over grondrechten nog over of bepaalde aanstootgevende plaatjes en toneelvoorstellingen onder de vrijheid van meningsuiting vielen. De vragen die nu aan de orde zijn gaan over onderwijs, kinderrechten, migratie, de positie van mensen met een handicap. Onderwerpen die betrekking hebben op levensperspectieven.

‘In de rechtsorde zijn belangrijke stappen gezet. Er is veel in ons constitutionele bestel waar je hoop aan kunt ontlenen.’

In 2015 moest een grote hoeveelheid vluchtelingen worden opgevangen, nu in 2022 is er een volgende golf, in 2021 waren we terughoudend met evacués uit Afghanistan. Hoe vindt u dat Nederland omgaat met mensenrechten en mensenrechtenverdragen?

‘Daar valt eigenlijk vooral de inconsistentie op, die een algemeen kenmerk van de Nederlandse politiek is geworden. Ik ben van de school dat partijen zich van elkaar moeten onderscheiden door hun visie op het algemeen belang. Daar is maar weinig van te merken in de politieke praktijk. Nu wordt vaak aansluiting gezocht bij deelbelangen en bij segmenten van kiezers. De dominantie van actuele onderwerpen haalt aandacht weg van meer fundamentele debatten.

‘Ik zeg daarmee niet dat een partij zich niet mag afvragen wat beleid bijvoorbeeld betekent voor agrariërs. Dat moet gebeuren. Daarna moet het terugkomen, niet als een boodschap dat die belangen worden doorgezet, maar dat die belangen worden meegenomen op een manier die draaglijk is voor de toekomst, voor je bedrijfsperspectief, voor je levensperspectieven.

‘Dat inconsistente zie je terug in onze omgang met vluchtelingen. Het is evident dat een groep mensen in onze samenleving in een precaire situatie verkeert. We hebben hoge normen aanvaard bij het bieden van bescherming aan mensen die vervolgd worden en in gevaar zijn. Burgers die niet voldoende inkomen en middelen hebben om in hun huisvesting te voorzien, wordt door een deel van de politiek wijsgemaakt dat hun situatie wordt veroorzaakt door mensen die naar ons land komen en hun plaats innemen.’

Dat is volgens u iets wat die mensen wordt wijsgemaakt?

‘U bedoelt: of zitten de vluchtelingen echt in de weg?’

Dat bedoel ik niet. Er kunnen niet onbeperkt huizen worden gebouwd. Als die woningen over meer mensen verdeeld moeten worden, wordt de spoeling dunner. Logisch dat mensen die het moeilijk hebben zich dan zorgen maken. Is het niet zo dat het probleem van de politiek is dat die zorgen lang niet serieus zijn genomen?

‘Dit is één van de latente crises waarvan de zwakke signalen onvoldoende zijn onderkend. Het heeft te maken met hypotheekverstrekking, met de terugtrekkende beweging van woningbouwcorporaties uit de sociale sector, met trage besluitvorming rond bouwvergunningen, met stikstofnormen die niet onder ogen werden gezien. De ontbrekende alertheid daarvoor gaat vooraf aan het onvoldoende voorzien in woningen voor een bevolking die groeit, los van de vluchtelingen. Het ene gebrek aan waakzaamheid brengt het andere voort. Dus uw voorbeeld is trefzeker. Angsten worden opgeroepen die ten onrechte op personen worden betrokken.’

Weinig mensen in het brede politieke midden zullen het oneens zijn met wat u betoogt. Maar hoe bereik je de bereidheid je te verplaatsen in de kwetsbare ander, die volgens u nodig is?

‘Door er met elkaar over te leren spreken. Ten tijde van de Syrische vluchtelingencrisis was er aan de ene kant een reactie van: het zijn er te veel, we kunnen dit niet aan. Tegelijkertijd waren er wachtlijsten van mensen die wilden helpen. Je mag de samenleving niet over één kam scheren. Dat is een kwestie van ethos inderdaad, van je instelling ten opzichte van medemensen in levensgevaar. We kunnen elkaar daarin helpen door te vertellen dat onze democratische rechtsstaat er ook is voor anderen, en dat daar wederkerigheid bij hoort.’

Verplaatsen in de ander lukt veel beter bij vluchtelingenstromen uit Oekraïne dan uit Syrië. Kennelijk spelen herkenning en kennis wel degelijk een rol.

‘Veel mensen denken dat Syrië ver weg is. De apostel Paulus reisde tweeduizend jaar geleden van Damascus naar Rome, in een tijd van zeer beperkte transportmiddelen. Zo ver was Damascus blijkbaar niet.

Mensen leven in het onware verhaal van Samuel Huntington (Amerikaanse politicoloog, bekend van The clash of civilizations, red.) dat mensen door de geografie gebonden zijn aan een cultuur en waardenpatroon waarvoor wij geen verantwoordelijkheid hoeven te dragen.’

U betoogt dat het staatsburgerschap geen gunst moet zijn, je hebt er recht op. Hoe zit dat met Oekraïense vluchtelingen die zich nu melden. Welke rechten moeten die krijgen?

‘Mijn uitgangspunt is: wat zouden wij zelf verwachten in een dergelijke situatie? Seeing us in them, zoals dat in een Amerikaanse publicatie wordt genoemd. In groepen die zelf ook benadeeld zijn, is de empathie voor andere benadeelde groepen veel groter dan bij groepen die al alle rechten hebben. Misschien moet dat het richtsnoer zijn.

‘Snel handelen is voor vluchtelingen heel belangrijk, mensen moeten een toekomstperspectief kunnen proberen te realiseren. Als er een wederopbouwprogramma is, zullen velen willen terugkeren. Hebben ze dat vooruitzicht niet, gaan de kinderen hier naar school, spreken ze beter Nederlands dan Oekraïens, dan is het hardvochtig na vijf of tien jaar te zeggen: je hebt geen recht op het staatsburgerschap.’

In de politieke turbulentie van de afgelopen twee jaar, op gang gebracht door de toeslagenaffaire, is zichtbaar geworden waar het politieke bestel faalt. Was dat een reden voor dit boek?

‘De toeslagenaffaire heeft extra focus gegeven. Wat ik hoop te bestrijden, is dat mensen perplex raken: hoe kan dit allemaal gebeuren? Dat hebben we vorig jaar gezien in de kabinetsformatie die uit de hand is gelopen. De verdeeldheid wordt te sterk benadrukt. Ik heb de overtuiging dat in de Tweede Kamer en zeker ook in het maatschappelijk leven, veel aangrijpingspunten liggen voor verbinding. Wat je gemeenschappelijk hebt, schuilt in een gedeeld ethos van democratie en rechtsstaat gebaseerd op respect voor ieders rechten, ook die van toekomstige generaties.’

Dus in een afspraak die je maakt met elkaar?

‘Ja, je kunt dat een sociaal contract noemen. Vorig jaar zijn in de Kamer aanzetten gegeven die in deze richting gaan.’

‘Bij mensenrechten gaat het eigenlijk over levensprojecten van mensen. Dus rekening houden met de veelheid van levensprojecten, betekent accepteren dat je met elkaar in hetzelfde constitutionele schuitje zit. Laat elkaar niet overboord vallen, duw elkaar er niet af. Daar hoort bij dat we ophouden het staatsbestel te zien als een verworvenheid uit het verleden, maar als iets dat mogelijkheden biedt voor de toekomst.’

‘De verandering in de opbouw van de samenleving heeft gezorgd voor het verdwijnen van de oude middenklasse, en de sociale cohesie die daarbij hoort. Er is ruimte gekomen voor persoonlijke, individuele keuzes. Je ziet het begin van een vrij gekozen verantwoordelijkheid voor elkaar, en voor toekomstige generaties. Dat ligt dicht aan tegen wat ik bedoel met het ethos van de democratische rechtsstaat. Dat daarmee vertrouwen kan worden herwonnen, is de ontdekking van de afgelopen drie jaar.’

Waar is uw optimisme op gebaseerd?

‘Kijk naar de covidpandemie. Er was een groep die dacht dat er chips in vaccinaties zaten, maar het overgrote deel had vertrouwen in de overheid, werkte mee aan tests en vaccinatieprogramma’s. De Europese eensgezindheid heeft een deuk gehad, maar is door schade en schande teruggekeerd. Hier kan een positieve dynamiek uit voortkomen.’

Meer over