ColumnAaf Brandt Corstius

Ergens aan het eind van de basisschool moet er een avond zijn met zang, zweet en kartonnen decorstukken

null Beeld

Ik schrijf bijna nooit over de schoolcarrière van mijn kinderen, omdat het de schoolcarrière van mijn kinderen is. Misschien is er ooit een luis voorbijgekomen, of iets beschouwelijks over de Cito-toets, maar wat daar gebeurt is hun zaak.

Voor de groep-8-musical mag ik van mezelf een uitzondering maken, omdat dat iets is wat je als ouder nogal intens beleeft; dan hoef je het niet eens over de kinderen, hun leraren en hun wereld te hebben.

Zoals we weten waren er vorig jaar geen schoolmusicals, en dit jaar vast op veel plekken ook niet, maar op de school van mijn zoon – gisteren was hij een baby, nu iemand die naar de middelbare school gaat – voerden ze de musical wel op. Er werd iets geregeld met een grote zaal en weinig mensen, en ik had het sterke vermoeden dat we daar met allemaal dubbelgeprikten zaten, dus het was de veiligste bijeenkomst ooit.

En de emotioneelste. Nu ik zelf door de wilde wasstraat werd getrokken die de eindmusical van je kind is, besefte ik pas echt wat kinderen, ouders en leraren vorig jaar hebben gemist.

Er moet ergens aan het eind van je basisschoolloopbaan een avond zijn met veel zang, zweet en uit karton opgetrokken decorstukken die een enorm pak doperwten verbeelden omdat het thema van de musical ‘De supermarkt’ is.

Er moet synchroon en asynchroon gedanst en gezongen worden, er moeten een paar kinderen – óók gisteren nog baby’s – ineens op absurd hoog niveau blokfluit, viool en gitaar spelen. Er moet iemand een gevoelig lied zingen waardoor alle ouders tegelijkertijd het pakje tissues uit hun handtas frutselen. Er moeten honderden wiebelige filmpjes en duizenden wazige foto’s worden gemaakt. Er moet iets met een eindlied, en iets met een roos in cellofaan voor de juffen en meesters. Een kind van wie je het helemaal niet verwachtte, omdat hij kort geleden nog in een ver en gevaarlijk land woonde, moet een speech geven voor de juf die hem Nederlands leerde waar ik, als ik er over tien jaar aan terugdenk, nog steeds om zal moeten huilen.

Als ouder denk je op zeker moment op de avond, het is inmiddels 40 graden in de zaal, de meester is aan het speechen en de zijden jurk die je had aangetrokken is een klamme tent van zweet, snot en tranen: ‘Ik wil nooit meer van deze school af.’

En dan kijk je opzij, naar je kind dat ook naar de speech luistert, en je vermoedt dat hij dat ook denkt. Het is verschrikkelijk, het moet, het is ook heel mooi. Zoiets als het leven zelf.

Meer over