Column

Erdogan gaat grondiger te werk dan putschisten

Niet de minste reden om de militaire coup in Turkije te veroordelen is dat deze onwaarschijnlijk klungelig is uitgevoerd. Het handboek staatsgreep moet nog worden geschreven, maar nu al kan worden vastgesteld dat de Turkse coupplegers bijna alle basisregels aan hun laars hebben gelapt.

null Beeld epa
Beeld epa

Zulke dilettanten wens je niet aan het hoofd van een land dat een hoeksteen van de NAVO vormt, het op één na grootste leger van het bondgenootschap telt en een cruciale speler is in het Midden-Oosten.

Oké, er zijn nog een paar redenen om afkerig te zijn van een militaire putsch in een land waar het bewind, hoe bedenkelijk het ook opereert, langs democratische weg aan de macht is gekomen. Al waren die redenen in de eerste uren na de mislukte coup een stuk overtuigender dan een week later.

Want inmiddels moeten we vaststellen dat president Erdogan hard op weg is om de democratie die op zijn instigatie in de nacht van 15 op 16 juli door zo veel Turken werd verdedigd, alsnog om zeep te helpen.

Zoals The Economist het typeerde: hij pleegt zijn eigen coup tegen het pluralisme, dat overigens toch al aanzienlijk is uitgehold. Er wordt niet alleen de bezem gehaald door de strijdkrachten, maar ook zijn tienduizenden politiemannen, rechters, leraren en academici aangehouden of op non-actief gesteld.

Alles wijst erop dat de lijsten met 'verdachte' namen klaarlagen en dat het een kwestie was van wachten op de goede gelegenheid. Deze grootscheepse zuivering is een aanzienlijk grondigere en professionelere operatie dan de halfhartige staatsgreep van een week geleden.

Voor de seculiere oppositie in het parlement zijn de druiven bijzonder zuur. Ondanks al haar bezwaren tegen de islamiseringspolitiek en het machtsmisbruik van de regering-Erdogan, heeft ze zich onmiddellijk tegen de militaire coup gekeerd.

Een principiële daad die minstens zo veel respect verdient als de manmoedigheid - neem dit woord letterlijk, want vrouwen waren nauwelijks te zien - van de AKP-aanhangers die de straat opgingen nadat ze daartoe waren opgeroepen via een religieus getinte boodschap vanuit de tienduizenden door de overheid gefinancierde moskeeën.

Maar dat respect zal de oppositie duidelijk niet krijgen van Erdogan. Machtsconcentratie is zijn parool, niet het bevorderen van meer harmonie. Seculiere politici, kritische journalisten en schrijvers, alevieten, Koerden, allemaal zullen ze op hun woorden moeten passen om niet als vijand van de staat te worden bejegend.

Hoe moet het Westen hiermee omgaan? Uit de politieke reacties op coup en après-coup spreekt een zekere ambivalentie, en ik denk dat die onvermijdelijk is en dat we daarmee moeten leren omgaan. Buitenlandse politiek is vaak schipperen tussen idealisme en realisme.

Aan de ene kant maken geopolitieke belangen - de bijzondere geografische positie van Turkije, de weerbaarheid van de NAVO, de strijd tegen het kalifaat, de vluchtelingencrisis - het onwenselijk om aan te sturen op een breuk met het Turkije van Erdogan. Anderzijds kan en mag het Westen niet de ogen sluiten voor systematische schendingen van mensen- en burgerrechten.

Er staan op dat vlak enkele piketpaaltjes die niet meer kunnen worden weggehaald. Invoering van de doodstraf of andere draconische stappen onder het mom van terrorismebestrijding betekenen simpelweg geen visumliberalisatie voor Turken die naar de Europese Unie reizen, en einde overleg over Turks EU-lidmaatschap.

Over Erdogans ware mentaliteit hoeven we ons geen illusies meer te maken. Verkiezingen zijn voor hem de alfa en de omega van de democratie, andere wezenlijke ingrediënten kunnen desgewenst worden geschrapt. Maar zijn de macht en de adoratie van de jaknikkers in zijn entourage hem zozeer naar het hoofd gestegen dat hij denkt zich alles te kunnen permitteren?

Kort vóór de coup gaf Erdogan nog wel blijk van realiteitsbesef. Hij bood zijn excuses aan Moskou aan voor het neerschieten van het Russische gevechtsvliegtuig boven de Turks-Syrische grens en hij sloot een verzoeningsakkoord met Israël.

Nog enkele doornige realiteiten doemen op: grote kans op meer ontwrichting door aanslagen van zowel IS als de Koerdische PKK. En mede als gevolg daarvan: economische stagnatie omdat investeerders de risico's te groot vinden.

Het betekent dat er (nog) ruimte is om druk uit te oefenen op Ankara. En dat het Westen niet is veroordeeld tot een hopeloze keuze tussen deemoedige berusting en hoogdravende sommaties die vooral de eigen gemoedsrust dienen.

Meer over