ColumnSylvia Witteman

Er zijn toch ook léúke coronamaatregelen?

null Beeld

De slagerij in de Kinkerstraat spuwde een vrouw uit van een jaar of 60, die omhoogkeek en daardoor tegen me aanbotste. ‘O, sorry!’, riep ze vanachter haar rood-wit geruite mondkapje (Brigitte Bardot droeg indertijd geregeld aanstootgevende keursjes van die stof). Ze trok het kapje naar beneden. Daarbij kwam haar gezicht te zien, dat de uitdrukking droeg van iemand die een lange reeks akelige vermoedens dagelijks bevestigd ziet. Ze vervolgde: ‘Het is toch gewoon geen dóén meer?’

‘Wat?’, vroeg ik met tegenzin, want ik vreesde een duizendste tirade over de avondklok, gesloten tuincentra of het gefnuikte verlangen om bejaarde verwanten in de armen te sluiten. We weten het nu wel. Bovendien zijn er ook léúke coronamaatregelen: mijn kinderen gaan sinds kort naar school op weinig voor de hand liggende maar inspirerende locaties rond het Leidseplein. Die staan anders toch maar leeg, en nu horen de muren van café Reijnders, bioscoop City en Paradiso ook eens iets over het onderstandig vruchtbeginsel, elementaire deeltjes of Dorische trigliefen.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

‘Dát!’, riep de vrouw, wijzend naar iets dat zich boven mijn hoofd bevond. Ik keek. Daar stond een groot aanplakbord met daarop de verkiezingsposters van álle mededingende partijen geplakt. Een stuk of veertig. ‘Zo veel!’, zei de vrouw. Ze hield haar armen machteloos opzij van haar lichaam. Ze had een postuur alsof ze per ongeluk (of expres, God verhoede) in een hooibalenpers terecht was gekomen en omdat ze nog steeds omhoogkeek leek ze nu, al met al, wat op de Dokwerker.

‘Wat moet ik daar nou mee?’, ging ze voort. ‘In míjn tijd stemde je gewoon PvdA...’ Ik knikte. In mijn tijd ook. Het CDA leunde op stumpers die in God geloofden, D66 was meer iets voor intellectuelen en op de VVD stemden alleen meedogenloze, volgevreten kapitalisten die schaterend de laatste druppel bloed uit uitgemergelde arbeiders persten. (Inmiddels zijn de VVD’ers niet meer volgevreten, en de arbeiders niet meer uitgemergeld. Dat is toch nog gauw gegaan.)

‘Ja, het zijn er wel veel...’, antwoordde ik, terwijl ik mijn ogen langs Kees, Kaag, Krol en de anderen liet glijden. Ze weten allemaal zo zeker dat ze gelijk hebben, en alleen al daarom hebben ze het niet.

‘Ik weet het niet hoor’, sprak de vrouw. ‘Ik doe anders maar Partij voor de Dieren. Dieren zijn tenminste onschuldig...’ Ik knikte maar weer, al is dat niet waar. Ik heb thuis een kat die zonder aarzelen de wereldbevolking aan een zeer wreed despotisch regime zou onderwerpen, als hij de kans kreeg. Daarom mag hij ook niet naar buiten.

‘Dat lijkt me een prima keus’, zei ik desondanks tegen de vrouw.

Ze had het al moeilijk genoeg.

Meer over