COLUMNSheila Sitalsing

Er is in dit land nog nooit iets gebeurd zonder dat het langs dertien overlegorganen is gegaan

null Beeld

In de Hermitage in Amsterdam, dat nu even dicht is maar straks weer open, hangen groepsportretten uit de zeventiende eeuw. Grote doeken vol regenten en schutters, groepjes mannen die zich met imposante kragen wentelen in hun eigen belangrijkheid. Ze besturen. Overleggen, vergaderen, bepalen, elk in eigen kring, niemand de baas, of juist iedereen.

Van die geschilderde vergadertafels is het een rechte lijn naar de foto’s – ze hangen een stukje verderop – die Taco Anema maakte van besturen in de polder. Formica tafels, koffiekannen, notulen van de vorige keer. Onafzienbaar veel clubs en clubjes die een overleg beleggen en vervolgens gaan overleggen over het overleg.

Zo werkt Nederland, legt fotodetective Hans Aarsman uit op de begeleidende audiotour. Praten tot je erbij neervalt. Ja zo werkt het, kun je lezen in de ogen van de bestuurders die zich bijna vierhonderd jaar geleden lieten schilderen. Krek, zeggen de fotoportretten van Taco Anema.

Zet drie Nederlanders bij elkaar en ze gaan een bestuur vormen, met voorzitter, penningmeester en een secretaris die als eerste daad een vacature opstelt voor iemand om het schema van aan- en aftreden te beheren. Er is vermoedelijk, bedenk je als je door de Hermitage loopt, in dit land nog nooit iets gebeurd zonder dat het langs dertien overlegorganen is gegaan. (Misschien hebben ze daarom zo’n hekel aan zzp’ers in Den Haag: zzp’ers vergaderen niet.)

Dat we al gaan vaccineren op 8 januari: dat is dus een wonder.

In de Volkskrant van vrijdag stonden in verband met het begin van de vaccinatiecampagne boze zinnen over ‘maar liefst’ vier bestuurlijke overleggen tussen het ministerie, het RIVM, de GGD’s en zorgorganen. Vier maar; pak de foto’s van Anema erbij en weet: daar zijn we nog goed mee weggekomen.

Volgens De Groene Amsterdammer bestrijden we in Nederland de crisis met ‘een Byzantijns web van zorgverzekeraars, verpleegbedrijven, GGD-regio’s en als zelfstandig ondernemingen functionerende ziekenhuizen. De minister stelt zich op als allerhoogste persvoorlichter in plaats van baas.’ Had je het anders verwacht dan, schamperen de regenten op het doek. Dit land heeft geen baas.

Dat weet de Tweede Kamer ook wel, dus na een avondlang lamenteren over ‘hoe het mógelijk is’ dat de Duitsers op 27 december gaan prikken, en waarom wij weer ‘hekkensluiter’ zijn, en dat godbetert de Belgen (dat land bestaat toch niet?) eerder dreigen te zijn dan wij, en dat er ‘geen dag te verliezen is’, legde iedereen zich er gewoon bij neer dat het eerste PR-moment hier iets later zal zijn. (Want een PR-moment is het. De eerste prikken elders zijn lang niet overal het begin van massale vaccinatie. In het VK haperen de computers waarin wordt bijhouden wie welke prik heeft gekregen inmiddels.)

Uiteindelijk dwingt daarom ook de volksvertegenwoordiging de minister niet om voor de show iemand op 27 december voor het oog van de camera’s te injecteren, desnoods met suikerwater, wegens goed voor het moreel. Uiteindelijk zwicht iedereen voor het woord ‘zorgvuldig’ (een woord dat doet denken aan onze ‘intelligente’ lockdown, want erin ligt besloten dat de anderen dom zijn, of onzorgvuldig). Ik heb ooit een hoofdredacteur gehad die woedend kon worden als we het nieuws later hadden dan de concurrent; je kon hem goed troosten met de opmerking: later, maar wel beter.

Op de radio zuchtte iemand of het niet ‘een tikkeltje autoritairder’ kan. Nee, giechelden de regenten in de Hermitage.

Ondertussen is de angstaanjagendste aller angstaanjagende woordcombinaties gevallen in verband met de registratie van wie wanneer welk vaccin heeft gehad: ICT en overheid.

8 januari: het is een wonder.

Meer over