ColumnBert Wagendorp

Er is een rechtsstatelijke crisis en in het hart daarvan staat onze premier

null Beeld

Pieter Omtzigt (CDA) en Renske Leijten (SP), de twee Kamerleden die zich jarenlang hebben vastgebeten in de kinderopvangtoeslagenaffaire, zaten zondag aan tafel bij Twan Huys in Buitenhof. Je had, nu de vuiligheid in het rapport Ongekend onrecht naar buiten is gekomen, twee triomferende parlementariërs kunnen verwachten, maar dat was niet het geval. Omtzigt en Leijten zijn nog lang niet klaar, en dat is slecht nieuws voor veel betrokkenen, onder wie premier Rutte.

Het was toptelevisie op de zondagmiddag, in het doorgaans zo kalme programma. Dat kwam vooral door Omtzigt. Het is fascinerend en tevens intimiderend hem boos te zien worden. Er speelt voortdurend een lichte maar verbeten glimlach om zijn mond, maar zijn ogen spreken een andere taal: die van een terriër die je zijn zojuist gevangen konijn uit de bek probeert te trekken.

Leijten is minstens zo vasthoudend; de prijs voor de Politicus van het Jaar – ex aequo – lijkt me wel vergeven.

Omtzigt had het over de ‘Rutte-doctrine’, een dwaalleer die zegt dat de regering bepaalt welke informatie de Kamer toekomt – de omgekeerde wereld dus. Bij de obstructie was een prominente rol weggelegd voor Algemene Zaken, het ministerie van de premier. Ook overlegde het kabinet onder Ruttes voorzitterschap over de vraag hoe de twee dwarsliggers konden worden geneutraliseerd.

‘Is dit Nederland?’, vroeg Omtzigt zich destijds af.

Jazeker, dat is Nederland en dat is haar eerste minister.

Rutte was in het verleden vaker te betrappen op een losse en vindingrijke manier van omgang met de feiten en de informatievoorziening aan de Kamer, iets dat meestal als ‘politiek handig’ werd omschreven en nooit als bewuste misleiding. Rutte wist zich er telkens weer behendig uit te draaien of hij herinnerde het zich allemaal niet.

Maar nu wordt het ingewikkeld. Er is, heeft de parlementaire ondervragingscommissie vastgesteld, sprake van een crisis in de rechtsstaat, en in het hart van die crisis staat onze premier. Mede onder zijn verantwoordelijkheid is de informatieverschaffing aan de Kamer (aan Omtzigt en Leijten) getraineerd, vertraagd en geweigerd en zijn er liters lak doorheen gegaan om stukken tekst uit de informatie die wél werd vrijgegeven onleesbaar te maken.

‘Wij zijn behoorlijk hard tegengewerkt’, zei Omtzigt en hij keek erbij alsof dat een understatement was. Hij boorde meteen de stille hoop de grond in dat na alle sorry’s en blijken van medeleven van de bewindslieden in de verhoorzaal het probleem wel zo’n beetje is opgelost. ‘Het idee dat dit weggaat: ik zou het uit mijn hoofd zetten.’

Dinsdag komen de betrokken bewindslieden bijeen op het Catshuis. Omtzigt verklaarde dreigend dat ze maar beter ‘met een verdraaid goede reactie’ konden komen. Leijten had er weinig hoop op en haalde Einstein aan. ‘We kunnen onze problemen niet oplossen met de denkwijze waarmee ze zijn gecreëerd.’

De toeslagenaffaire is een ongehoord politiek schandaal. Om dat te verhullen heeft het boegbeeld van onze democratie, Mark Rutte, actief meegedaan aan het toedekken daarvan. Er zijn in onze parlementaire geschiedenis om minder kabinetten gevallen. Het virus biedt geen vluchtmogelijkheid; de affaire is te ernstig om hem door het coronagedoe te laten ondersneeuwen.

Omtzigt zei dat hij thuis nog even wat pittige Kamervragen ging bedenken over meineed tijdens de verhoren.

‘Heerlijk uitwaaien in de Twentse bossen na een lange dag!’ twitterde hij zondag op de vroege avond. 

Meer over