laat het stoppenJulien Althuisius

Er groeit een generatie kleuters op die denkt dat het leven één grote Oprah-aflevering is

null Beeld

Moderne verschijnselen: we komen erin om. Maar we hoeven ons er toch niet altijd bij neer te leggen? Er zijn zaken waar we ons tegen ­kunnen – nee, móéten – verzetten. Julien Althuisius verbaast zich over de goodiebags na kinderfeestjes.

Het kan al maanden van tevoren beginnen. Een snelle, onschuldige verkramping in de onderbuik die zich voortzet in een licht, bijna onmerkbaar knagen. Je denkt: o ja, het zit er weer aan te komen. Maar het is nog even weg. Je gaat verder met je leven, alsof er niets aan de hand is – want er is ook niets aan de hand. Totdat je een week van tevoren gillend wakker wordt in het holst van de nacht, je lakens drijfnat, onsamenhangende woorden prevelend. ‘Minipiñatas’, ‘vlinderpotloden’, ‘Elsa’, ‘Anna’, ‘Nee! Natuurlijk niet Olaf!’

Je partner slaat je een paar keer met vlakke hand in het gezicht en vraagt wat er aan de hand is. Jij, ogen wijd opengesperd, starend in het radeloze niets, mompelt iets nauwelijks verstaanbaars, waarop je partner wanhopig vraagt wat Wittgenstein hier mee te maken heeft. ‘Nee’, zeg je en je haalt diep adem.

‘Traktatie.’

Vroeger, toen mensen nog normaal deden, bestond een traktatie uit een dropveterketting met nibbitringen. Als je geluk had hing er ook nog een colasleutel aan. Wie zich echt wilde uitsloven bakte cupcakes, zonder iets er op.

Maar wie heden ten dage een traktatie voor zijn kind af probeert af te doen met een satéprikker met een paar druiven, tomaatjes en misschien een marshmallow, kan een telefoontje van Jeugdzorg verwachten. Trakteren is van een klein, sympathiek gebaar, verworden tot een circusact waar je goede sier mee kan – nee, móét – maken. Voor de andere kinderen uit de klas van je zoon of dochter, voor hun ouders, voor je volgers op Insta.

De oer-Hollandse neiging om alles wat Amerikaans is te verheerlijken, te importeren en te kopiëren heeft ons, behalve Halloween (nu we hier toch zijn, mag dat ook weg?) ook opgezadeld met de goodiebag. Een traktatie of kinderpartijtje is niet meer compleet zonder een, liefst gepersonaliseerd, tasje met daarin een keur aan snoep, knutselfrutselshit, stickers en plastic speelgoed, gemaakt door andere kinderen aan de andere kant van de wereld. Op allerhande mamablogs klotsen de vulsuggesties voor deze traktatiezakjes tegen de randen van de browser: ‘lol-bruisballen, flesjes nagellak, kartonnen puzzeltje, mini-emmertje zand, haaraccessoire, bellenblaas, verrassingsei, minipotloden, sleutelhanger, plastic dieren’.

Ik weet niet wat ‘lol-bruisballen’ zijn, maar ik heb het sterke vermoeden dat kinderen wel zonder kunnen. Net als dat het milieu zonder al die troep kan, ouders het uitstekend kunnen stellen zonder a) de sociale druk ook zo’n zakje te moeten maken als hun kind jarig is en b) hersencapaciteit te besteden aan het zo oorspronkelijk mogelijk vullen van voornoemd zakje en de wereld het ook wel redt zonder een generatie kleuters die opgroeit met het idee dat het leven één lange Oprah-aflevering is. Het hoeft allemaal niet zo ingewikkeld en pompeus. Een verjaardag is geen evenement. Een traktatie hoor je in een paar happen op te kunnen eten en kinderfeestjes dienen verlaten te worden met lege handen en een net niet hanteerbare suikerkick.

Op onlinevraagbaak Quora vraagt iemand of ‘het onbeleefd is om geen goodiebags te hebben voor de gasten op een kinderfeestje’. Nee, natuurlijk is dat niet onbeleefd, gek, doe normaal. Of, zoals gebruiker Stardust het iets geciviliseerder verwoordt: ‘Op welk moment gaat het niet meer over het kind, maar over de ouders? Jaren geleden was ik alleenstaande moeder. Ik had nauwelijks genoeg geld voor slingers, taart, ijs en mijn eigen cadeau. Ik zorgde er met spelletjes voor dat de kindjes het naar hun zin hadden. Het is voor een kind, laat je niet gek maken.’

En wat je ook doet of maakt, kinderen zijn het toch weer binnen de kortste keren vergeten. ‘Ouders organiseren verjaardagsfeestjes met de overtuiging dat je ze nooit meer zal vergeten’, aldus de Amerikaanse schrijver David Sedaris. ‘Je hebt het naar je zin, maar twee jaar later denk je: ‘Was er een pony? Echt? En een clown met één been?’

Meer over