Columnthomas van der meer

Emma zwaait haar ouders uit, draait zich naar mij en zegt: ‘Ik heb net te horen gekregen dat ik geen vader en moeder meer heb’

thomas van der meer artikel Beeld de volkskrant
thomas van der meer artikelBeeld de volkskrant
Thomas Van Der Meer

Emma (41) veert op in bed, slaat de dekens van zich af en kijkt me kwaad aan. ‘Jij zegt dat ik een hoer ben.’

‘Nee, ik vroeg of je uit bed wilt komen. Je ouders komen je straks ophalen. Ik maak je ontbijt, ja?’

‘Ik heb geen ouders.’

Na een stevige onderhandeling komt ze uit bed. Op mijn aanwijzingen stapt ze onder de douche, kleedt zich aan en maakt haar bed op, daarna loods ik haar door de gang naar de ontbijtzaal. Tegen iedereen die we tegenkomen zegt ze: ‘Hij heeft me uit bed gedwongen met een pistool tegen mijn kop.’

Emma staat bekend om haar ochtendhumeur en haar gewoonte om aandacht te vragen door te provoceren. Ze weet alleen niet zo goed hoe dat moet. Laatst kwam ze vertellen dat ze een erectie had. ‘Hier’, zei ze, en ze wees naar haar knie.

Even later sluit ik mezelf per ongeluk buiten van de zusterpost; door het raam zie ik mijn sleutelbos op tafel liggen. In plaats van mijn collega te vragen de deur open te doen, ga ik op zoek naar een reservesleutel. Maar als je probeert een blunder te verhullen, bega je minstens drie nieuwe, dat is een natuurwet. Ik laat de medicijnkast openstaan, stoot mijn koffie om en laat mijn portofoon in drie stukken op de grond kletteren. Mijn collega kijkt me aan en fronst haar wenkbrauwen.

Als ik eenmaal weer op de zusterpost zit, staar ik mistroostig voor me uit. Ik tel mijn blunders bij elkaar op en concludeer: dit werk is te moeilijk voor mij.

Emma is niet de enige die met het verkeerde been uit bed is gestapt. Ik ben nog niet bijgekomen van mijn nachtdiensten en zou eigenlijk wat slaap moeten inhalen, misschien wel een uur of zes, want bij de minste of geringste tegenslag voelt het alsof mijn elastiekje knapt.

Op een stoel in de gang zit Emma al een tijdje naar me te kijken. Ze staat op en komt in de deuropening staan. ‘Ik wil wat vragen.’

‘Ja?’

‘Ik denk steeds dat jij God bent. Is dat zo?’

Ik schiet in de lach. Dat had ik nou net nodig: iemand die me komt vertellen dat ik God ben.

Nu Emma me op haar manier een peptalk komt geven, moet ik denken aan de podcast Bob. Bob was de buurjongen en grote liefde van de 84-jarige Elisa, die voortdurend over hem praat, maar Elisa is dementerend en tot voor kort hadden haar dochters nog nooit van Bob gehoord. In de podcast gaan drie radiomakers op onderzoek uit: bestaat Bob?

Van tevoren dachten de radiomakers niet goed na over de mogelijke consequenties van hun zoektocht; uiteindelijk twijfelen ze of Elisa de antwoorden die ze hebben gevonden wel aankan. Ze besluiten haar nog niets te vertellen, maar Elisa voelt feilloos aan dat ze iets voor haar verbergen. ‘Jullie weten het wel’, zegt ze. ‘Ik weet dat jullie iets weten.’

Door haar dementie heeft Elisa steeds minder grip op feitelijkheden, waardoor ze steeds meer aandacht heeft voor gevoel, legt een specialist ouderengeneeskunde uit in de podcast. Net zoals iemand die steeds slechter ziet, steeds beter kan horen.

Dat geldt ook voor Emma. Ze heeft last van wanen en hallucinaties en kan feit en fictie ook niet van elkaar scheiden: ze is chronisch psychotisch. Aan de dingen om haar heen kan ze minder goed betekenis geven en dat maakt haar gevoel voor sfeer en stemming des te sterker.

Een paar keer per week halen Emma’s ouders haar op van het stationnetje tegenover het ggz-terrein. Als ze haar aan het eind van de middag weer hebben teruggebracht, zwaai ik ze samen met Emma uit. Haar moeder blaast handkusjes van achter het raam.

De trein is uit het zicht verdwenen, Emma draait zich naar mij om en zegt: ‘Ik heb net te horen gekregen dat ik geen vader en moeder meer heb.’

‘Wat vreselijk. Kom, we gaan gauw naar huis, dan moet je me vertellen wat er is gebeurd.’

Emma haakt haar arm in die van mij. ‘Zullen we dan maar heel lang leven?’, vraagt ze.

‘Graag.’

‘Zonder slaap.’

‘Nee! Nee, in godsnaam. Lang leven, mét slaap.’

Thomas van der Meer is schrijver en werkt in een psychiatrische kliniek. Hij schrijft om de week een wisselcolumn met Arie Elshout. De namen in deze column zijn gefingeerd en sommige details zijn aangepast.

Meer over