columnarnon grunberg

Eigenlijk houd ik het meest van mensen die praten zonder vragen te stellen en Willem viel in die categorie

null Beeld

In de tuin behorend bij het huis dat van mijn moeder is geweest staat een zieke boom. De tijd dat ik mensen wilde redden ligt achter mij, her en der hooguit een individueel geval. Ook deze boom gunde ik een tweede leven.

Ik was net een bomendokter aan het schrijven toen ik gebeld werd door Martijn Griffioen. Griffioen is directeur van een uitgeverij, mijn vriend Oscar van Gelderen heeft onder hem gediend en ik wilde weten wat Griffioen te zeggen had. Overigens moet men dat dienen niet zwaar nemen. De beschaafde mens is dienaar in hart en nieren. Hij dient zijn ouders, zijn bankrekening, zijn verslavingen, soms zijn emoties en zijn al dan niet valse idealen. Wie zichzelf wil zien, moet naar een butler kijken.

‘Willem Jansen is overleden’, zei Griffioen.

Ik herinnerde me een vriendelijke vertegenwoordiger in het boekenvak die veel kleurrijke verhalen had over andere schrijvers. Eigenlijk houd ik het meest van mensen die praten zonder vragen te stellen en Willem viel in die categorie.

‘Dat spijt me’, zei ik.

Ongeveer daar hield het telefoongesprek op, Griffioen en ik houden het graag kort. Minimalisme in het telefoongesprek, ook daar houd ik van.

Ik dacht aan Willem Jansen, de zieke boom en vertegenwoordigers in het algemeen. Als ik oud ben, zal ik van deur tot deur gaan om iets te verkopen, al weet ik nog niet wat. Iedereen moet zijn Via Dolorosa creëren, anders heb je niet geleefd.

Vervolgens reisde ik naar Überlingen, aan het Bodenmeer.

Een Uberchauffeur vertelde me dat hij in het noorden van Irak herder was geweest. Hij was als enige van zijn familie naar Zwitserland gevlucht, daar was hij pizzabakker geworden. Vanwege covid was hij ontslagen, nu was hij chauffeur. Maar blij was hij niet.

‘In Zwitserland zijn geen herders’, zei hij, ‘hier zijn hekken.’

Meer over