laat het stoppen

Een voorstel, beste lezer, want we hebben te veel vrije dagen in Nederland

null Beeld

Moderne verschijnselen; we komen erin om. Maar we hoeven ons er toch niet altijd bij neer te leggen? Er zijn zaken waar we ons tegen ­kunnen – nee, móéten – verzetten. Deze week keert Julien Althuisius zich tegen een verouderd verschijnsel: te veel feestdagen.

Julien Althuisius

Waarschijnlijk leest u dit op 4 juni of misschien wat later in het pinksterweekend. Lekker lang weekend. Lekker vrij. Lekker genieten. Weet u toevallig wat er met Pinksteren wordt herdacht en waarom we het in Nederland met 17 miljoen mensen vieren? Maakt ook niet uit. Lekker vrij. Lekker lang weekend. Lekker genieten. Lekker Volkskrant Magazine lezen. De deadline voor dit stukje lag op 16 mei. Nu ligt het moment van inleveren altijd al zeer ruim voor de publicatiedatum, maar nu moest het nóg eerder omdat Hemelvaartsdag er ook nog tussen zat. In theorie is dat een enkele vrije dag, maar in de praktijk wordt de dag erop er voor het gemak maar even bij genomen. Lekker vrij. Lekker genieten. Broodnodig ook, want de meivakantie was alweer drie weken geleden – en die duurde ook maar twee weken.

Nu is dit beslist geen aanklacht tegen deadlines – zonder deadlines en de handhavers ervan zou er geen letter op papier verschijnen. Nee, waar het op neerkomt: we hebben te veel vrije dagen in Nederland. Of ze zijn op z’n minst buitengewoon ongelukkig verdeeld. Vanaf half april is het één lange estafette aan vakanties en vrije dagen tot aan de zomervakantie. Goede Vrijdag, Eerste Paasdag, Tweede Paasdag, Koningsdag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag, Eerste Pinksterdag, Tweede Pinksterdag. Al die feestdagen worden vaak ook gesupersized met verplichte vrije dagen of ‘studiedagen’ op menige school. Geweldig natuurlijk, als je met je billetjes op het fluweel van een vast contract zit of in de publieke sector werkt, maar voor veel zelfstandigen is de periode van grofweg half april tot eind augustus één grote hindernisbaan aan fuck-hoe-gaan-we-dit-nou-weer-doen?-momenten.

En laten we eerlijk zijn. Al die christelijke feestdagen zijn misschien wel lekker om te hebben, maar niet meer van deze tijd. In maart concludeerde het Sociaal en Cultureel Planbureau nog dat Nederland geen gelovig land meer is: er zijn nu veel meer niet-gelovigen dan gelovigen. In 2019 hing grofweg 35 procent van de Nederlanders het rooms-katholieke of het protestantse geloof aan en die groep wordt alleen maar kleiner. 65 procent gelooft dus niet of hangt een ander geloof aan. Wordt het dan niet eens tijd voor een voorzichtige herziening van al die christelijke feestdagen? Kerst en Pasen, niets mis mee. Goede timing in het jaar ook. Maar vraag een gemiddelde voorbijganger wat er gebeurde op Goede Vrijdag en hij zal antwoorden dat Jozef toen ontdekte dat je kroketten ook in de airfryer kunt doen.

Het totaal aan jaarlijkse feestdagen hoeft niet te veranderen, maar ze moeten wel eens even goed herschikt worden. Tussen 1 januari en 1 juli hebben we in totaal negen vrije feestdagen. Tussen 1 juli en Kerst zijn dat er nul. Nederland kan beter, moet beter. Een voorstel: we houden Pasen, Koningsdag en Bevrijdingsdag. De rest hevelen we over naar de andere helft van het jaar. Om te beginnen zou Keti Koti (1 juli) sowieso een nationale feestdag moeten worden. Over de overige dagen kan een referendum worden georganiseerd. Een feestdag in september zou niet misstaan, om de equinox te vieren – of de verjaardag van Arne Slot. En halverwege november kunnen we ook nog wel ergens een lang weekeinde gebruiken om die gure, donkere periode tussen de herfst- en kerstvakantie op te breken. Misschien Flinksteren, een gesponsord weekend waarop iedereen knus thuis zit en boodschappen laat bezorgen door een flitskoerier. Maar er zijn vast betere ideeën.

Meer over