COLUMNTom Hofland

Een voorbijrazend blauw kenteken liet me zien dat al dat gepieker zinloos was

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld

In het communistische Tsjecho-Slowakije van de jaren vijftig ziet de toekomst van Ludvik Jahn er rooskleurig uit. Hij is een vlotte, enthousiaste student en is, net als zijn vrienden, loyaal aan de communistische partij. Zijn leven gaat redelijk volgens plan: studeren gaat goed, hij is populair en een carrière in de politiek lijkt na zijn afstuderen binnen handbereik.

Wanneer een meisje dat hij leuk vindt een lyrische brief aan hem schrijft over de partijideologie, kan hij het toch niet laten haar een beetje te stangen. Hij schrijft terug en doet alsof hij het allemaal maar dom vindt. Voor de grap, dus. Hij meent het niet.

Het briefje lekt uit. Zijn partijlidmaatschap kan hij per direct inleveren, en ook de universiteit wordt voor hem verboden gebied. Om hem een beetje politieke gehoorzaamheid bij te brengen wordt hij vervolgens naar een werkkamp gebracht. Vijf jaar lang werkt hij diep onder de grond in de mijnen, en in die donkere grotten raakt zijn ooit optimistische inborst verbitterd. Hoewel hij later alsnog carrière maakt als professor, is hij een schim van de man die hij ooit was.

In de roman De Grap van Milan Kundera ruïneert één ongelukkige grap het leven van een jonge student. Uiteraard bedoeld als kritiek op de humorloze communistische regimes uit die tijd, maar voor mij ook een geheugensteuntje dat onze levens juist in de onbewaakte, schijnbaar onschuldige momenten drastisch kunnen veranderen.

Een aantal jaar geleden was ik eens in Amsterdam. Het was zomer en we zaten in het park een biertje te drinken tot ik ineens, zoals dat gaat, heel nodig moest pissen. Op zoek naar een openbaar toilet wilde ik gauw de straat oversteken, maar ik – een geboren provinciaal – was het hoofdstedelijke verkeer niet gewend. Ik stak achter een tram langs, blind de taxibaan op.

Iemand schreeuwde. Ik stopte. En direct scheurde nog geen centimeter voor mijn tenen een taxi met 50 kilometer per uur voorbij. Had ik de schreeuw niet gehoord, dan had ik recht voor zijn bumper gestaan.

Vaak had ik mij al voorgesteld hoe ik uiteindelijk ten onder zou gaan: kanker, een gescheurde aorta, een mentale inzinking of misschien zelfs eenzaamheid. Maar een voorbijrazend blauw kenteken liet me zien dat al dat gepieker zinloos was. De taxi leek mij in het voorbijgaan te willen zeggen:

Don’t worry about the future. Or worry, but know that worrying is as effective as trying to solve an algebra equation by chewing bubble gum. The real troubles in your life are apt to be things that never crossed your worried mind. The kind that blindsides you at 4 p.m. On some idle Tuesday.

Een behoorlijk specifieke tekst, en ook nog eens een citaat uit een bekend liedje van Baz Luhrmann. Maar toch: die taxi had gelijk.

Of je nu gefocust op een volle blaas de taxibaan opstapt, of indruk wilt maken op een meisje met een slecht getimede grap: het onheil komt pas als je er geen rekening mee houdt. Laat je aandacht verslappen, en je gaat ten onder. Een opbeurende gedachte? Niet per se. Maar wel genoeg reden om eindelijk eens te stoppen met dat eeuwige gepieker.

P.s.

En dan nog dit: ik moet terugkomen op mijn column van twee weken geleden. Ik ben overweldigd en ontroerd door de meer dan tweehonderd tips. Velen wisten ook niet over welk boek het ging, maar wilden het maar al te graag weten. Ook kreeg ik gehaaide tips, zoals het boek zelf schrijven en wachten tot ik door de originele auteur van plagiaat zou worden beticht.

Google werd in meerdere talen geraadpleegd, bibliotheeklijsten werden doorgespit en er werd diep in herinneringen gegraven. En soms stond het boek gewoon in de kast. Want het bestaat. Het is geschreven door de Italiaanse schrijver Sandro Veronesi en het heet XY. Het plot komt niet helemaal overeen met mijn herinnering, en het omslag is zo dertien in een dozijn dat het niet past bij hoe episch het boek in mijn herinneringen is, maar ik heb het besteld. Dankzij jullie, lieve lezers, ben ik een mooi boek rijker of een illusie armer.

Meer over