ColumnAsha ten Broeke

Een taal die ons herinnert aan de levendheid van dieren en de natuur schept een mooier wereldbeeld

null Beeld
Asha ten Broeke

Wat zou er gebeuren als zevenbenige ruimtewezens op een dag op aarde zouden arriveren in een soort reusachtige zwarte schelp? In de film Arrival is het antwoord: we zouden een taalwetenschapper genaamd Louise Banks op ze afsturen, die zou ontdekken dat deze heptapoden de tijd niet als lineair ervaren; ze hebben geen verleden dat achter hen ligt, een heden dat nu aan de gang is en een ongewisse toekomst die nog komen moet. Hun taal reflecteert dat.

In de film verwijst Banks naar de Sapir-Whorf-hypothese: het idee dat de taal die je spreekt bepalend is voor hoe je denkt. Die hypothese bestaat echt, al vinden taalwetenschappers inmiddels dat meneer Whorf zich wat al te potig heeft uitgedrukt. Onze taal bepáált niet hoe we de wereld zien. Maar invloed heeft ze wel.

Met Arrival nog in gedachten las ik het nieuwe coalitieakkoord. ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’, heet het. (Complotdenkers kunnen gerustgesteld zijn dat de nieuwe regering in ieder geval niet stiekem uit heptapoden bestaat.)

‘Klimaatverandering is dé uitdaging voor onze generatie’, las ik op pagina 6. ‘Goed klimaatbeleid biedt kansen om een duurzame en sterke economie op te bouwen en nieuwe banen te creëren.’ Op dezelfde bladzijde moet er recht gedaan worden aan volgende generaties, maar ook aan het verdienvermogen van Nederland.

Wat voor wereldbeeld spreekt er uit zulke taal? De coalitie hanteert een beleidstaal waarin het lijkt alsof de toekomst enkel van ons vraagt dat we iets beter aan de stikstof- en broeikasknopjes draaien terwijl we verder gewoon doorgaan met onze business.

Essayist Wendell Berry schreef dat we de aarde niet meer begrijpen; niet wat ze ons biedt, niet wat ze van ons verlangt. De kennis van mensen die geloven in de intrinsieke waarde van de wereld en haar wezens is niet dezelfde kennis als die van mensen die alleen marktwaarde zien, denkt hij. ‘En ik denk dat het een regel is dat mensen onvermijdelijk vernietigen wat ze niet begrijpen.’

Zou een andere taal ons kunnen inspireren tot andere ideeën en beter beleid? In de essaybundel The democracy of species beschrijft botanist Robin Wall Kimmerer hoe ze Potawatomi leert: de taal van haar natie en voorouders. Een taal, ook, die in woorden en verbuigingen onderscheid maakt tussen wat leeft en wat levenloos is.

Een baai, schrijft ze, ‘is alleen een zelfstandig naamwoord als het water dood is, als het gedefinieerd wordt door mensen [...] Maar het werkwoord wiikwegamaa – een baai zijn – verlost het water van gevangenschap en laat het leven. ‘Een baai zijn’ omvat het wonder dat, in dit moment, het levende water ervoor heeft gekozen om te schuilen tussen deze oevers, in gesprek met cederwortels en een troep babyzaagbekken.’ Een baai, een bos, een appel, een vogel: het worden personen in plaats van dingen. Potawatomi is ‘een spiegel waarin je de levendheid van de wereld kunt zien.’

Kimmerer vertelt hoe ze met ecologiestudenten bij een wiikwegemaa zat, dit idee besprak en een van hen zei: ‘Maar wacht even, betekent dat niet dat Engels spreken, in het Engels denken, ons op de een of andere manier toestemming geeft om geen respect te hebben voor de natuur? Omdat we alle anderen het recht ontzeggen om personen te zijn?’

Kimmerer denkt van wel. Wanneer we van een boom, een bos, de zee een ding maken, werpen we een barrière op, stelt ze, die ons ontslaat van morele verantwoordelijkheid en de deur open zet voor exploitatie. Maar een taal die ons elke dag herinnert aan de levendheid van dieren en de natuur schept een mooier wereldbeeld, hoopt ze, waarin andere levende wezens soevereine volkeren zijn, ‘een democratie van soorten in plaats van een tirannie van één’.

Ik vraag me af: als wij zo’n taal spraken, hoe zouden we dan denken? Als coalitieakkoorden geschreven werden in het Potawatomi, wat voor beleid zouden we dan hebben? Wat voor land? Wat voor toekomst?

Asha ten Broeke is wetenschapsjournalist. Zij schrijft elke week een wisselcolumn met Elma Drayer.

Meer over