ESSAY

Een psychose kan ook een mooie ervaring zijn

null Beeld Nathalie Lees
Beeld Nathalie Lees

Een psychose is niet onschuldig, maar voor de psychiater is het per definitie een geestesziekte. Iemand heeft immers het contact met de werkelijkheid verloren. Dat komt de behandeling echter niet ten goede. Door het etiket ‘geestesziek’ te plakken op de psychotische ervaring die iemand beleeft, zet je het gesprek stop. Iemand die jou geestesziek noemt, daar kan je toch niet mee praten?

Jeroen Verkroost

In de afgelopen tien jaar heb ik drie psychoses mogen meemaken. De eerste twee keer kwam ik in een waanzinnig mooie droomwereld terecht, de laatste keer belandde ik in een regelrechte nachtmerrie. Mijn behandelaars gingen niet het gesprek met mij aan over mijn psychotische belevenissen, met als gevolg dat ik hen niet vertrouwde. Ik was ervan overtuigd dat zij mij wilden offeren aan Satan, en zij deden bar weinig om mijn vertrouwen te winnen. Dat is precies wat misgaat in de omgang met psychotische mensen.

In het wetenschappelijk vertoog van de psychiatrie bestaat een psychose uit zowel hallucinaties als waandenkbeelden. Iemand kan ervaren dat er kriebelige beestjes over de huid lopen, hij kan stemmen horen, of buiten op straat roze olifanten in tutu’s zien dansen. Dat zijn hallucinaties, per definitie zintuiglijke waarnemingen die andere mensen niet hebben. Waandenkbeelden zijn de ideeën over waar die hallucinaties vandaan komen. Dus iemand hoort een stem – dat is de hallucinatie. De betekenis die wordt gegeven aan die stem, dat die afkomstig is van duivels, God of een overleden grootmoeder – dat is de waan. De combinatie van waan en hallucinatie is genoeg grond om iemand tot geestesziek te bestempelen.

Er bestaat daarnaast zoiets als de mystieke ervaring, een geestestoestand waarin iemand kan ervaren dat de ziel een eenheid vormt met de kosmos, maar ook met de mensheid, Moeder Aarde of ieder afzonderlijk atoom. Er is het sterke intuïtieve gevoel dat het heilige aanwezig is in de wereld en een positieve kracht behelst. De ervaring bestaat verder uit gevoelens als euforische blijdschap, gezegend te zijn en extase. Het laatste kenmerk is een sterk gevoel van een ultieme realiteit, waardoor dat wat iemand beleeft in de mystieke ervaring veel echter voelt dan wat hij in het gewone leven meemaakt. Dit maakt dat de belevenissen voor de mysticus zo overtuigend zijn.

Mystieke ervaring

Mystieke ervaringen komen ook voor in de alledaagse belevingswereld van zogenaamd ‘normale’ mensen, maar dan in afgezwakte vorm. Dan kan men een gevoel van gelukzaligheid ervaren en zich één voelen met de omringende wereld, in de zin dat je wordt opgenomen in een groter geheel dat het individuele zelf overstijgt. Bijvoorbeeld bij het aanschouwen van een landschap van bijzondere schoonheid kan het voorkomen, of bij het bedrijven van de liefde kunnen de geliefden het gevoel hebben in elkaar op te lossen. Hetzelfde gebeurt bij voetbalwedstrijden waar het uitzinnige publiek collectief de overwinning viert dan wel het verlies betreurt.

Een psychose is volgens mij in aanleg een mystieke ervaring, maar dan zonder een religieus of cultureel kader om de heftige belevenissen in te kaderen. Hierdoor kan ze ontsporen in een nachtmerrie. Een psychose is dan ook zeker niet onschuldig. Zo is de levensverwachting van mensen met schizofrenie zo’n twintig tot vijfentwintig jaar korter dan gemiddeld. Dit komt door medicatie, gebruik van tabak, alcohol en andere drugs, en weinig beweging. Maar ook pleegt ongeveer 10 procent van hen zelfmoord. Daarom is het des te belangrijker dat deze mensen zich gehoord voelen.

De culturele omgeving bepaalt in belangrijke mate hoe de psychose ervaren wordt. Een sjamaan die de geestelijke wereld aanroept om boze geesten in stamgenoten te verjagen en in trance om een vuur danst om bovennatuurlijke krachten aan te roepen, lijdt volgens de psychiatrische leerstelling aan een psychose. Echter, een sjamaan heeft geleerd om de spirituele wereld te hanteren om zo zijn stamgenoten bij te staan en treedt dus in een cultureel geaccepteerde en waardevolle rol. Ook in andere gemeenschappen wereldwijd en vroeger in onze eigen cultuur, was er plaats voor dit soort belevenissen. Mystieke ervaringen werden toen ingekaderd in een geaccepteerd raamwerk. Je was een heks, druïde, tovenaar, profeet of zelfs de langverwachte Messias.

Een psychose is dus lang niet altijd eng of beangstigend. Het kan ook beleefd worden als wonderbaarlijk mooi, verrijkend en inspirerend. Mensen komen tot diepgaande inzichten in de aard van de werkelijkheid, de mensheid, de kosmos, het heilige en de verhoudingen van deze begrippen tot elkaar. Een psychonaut – eenieder die mystieke ervaringen heeft, of het nu een mysticus is of iemand met psychosegevoeligheid – ervaart een diepe liefde voor de omringende wereld. Daarnaast kan iemand spirituele verlichting ervaren of op een belangrijke missie zijn om de mensheid te redden. Dat alles zijn prachtige dingen om te beleven en te geloven. Vanwege de doorvoelde, intense realiteit van de ervaring beklijft de overtuiging in sterke mate, en vaak veranderen mensen in hun overtuiging. Zo veranderde ikzelf van overtuigd atheïst in een spiritueel agnost.

Geen interesse

In mijn ervaring hebben psychiaters gek genoeg geen inhoudelijke interesse in de mystieke wereld waarin de waanzinnige leeft, behalve dan als de onwillekeurige uitingen van een zieke geest. Dit terwijl 66 procent van de mensen met een bipolaire stoornis religieuze of spirituele ervaringen meemaken. Zij willen daar graag over praten met hun behandelaar, maar de meeste psychiaters zien het als een ziektesymptoom dat zo snel mogelijk moet worden teruggedrongen. Vanwege dit gebrek aan interesse voor de inhoud van psychedelische ervaringen hebben psychiaters geen benul van de mooie kanten ervan.

Dat psychiaters niet openstaan voor de psychotische ervaring is logisch in een tijd waarin de DSM regeert als bijbel van de psychiatrie. In dit standaardwerk worden de ervaringen van mensen die afwijken in symptomen gevangen. Symptomen zijn de verschijnselen die een bepaald ziektebeeld definiëren. Hierdoor wordt naar symptomen gezocht in plaats van de inhoud van psychotische ervaringen.

Deze werkwijze wordt bekrachtigd doordat de zorgverzekering een diagnose op basis van classificaties van de DSM eist als voorwaarde om de behandeling te vergoeden. Er is zo dus een perverse financiële prikkel voor psychiaters om druk in de weer te zijn met symptomen en niet met de cliënt in te gaan op de inhoud. Bovendien heeft een psychiater in een FACT-team, een behandeleenheid binnen de GGZ, zo’n tweehonderd cliënten in behandeling. Dus is het vanzelfsprekend dat er geen tijd overblijft voor de inhoudelijke kant van een psychose.

Voor de psychiater is een psychose per definitie een ziekte, een geestesziekte. Iemand heeft immers het contact met de werkelijkheid verloren. Maar de geest is voor mensen een belangrijk fundament van de identiteit. Dus de psychiater zegt in feite: jouw geest, dat onderdeel van jouw wezen dat zo belangrijk is voor jou, is ten diepste ziek. Zo wordt een potentieel waardevolle ervaring tot ziekte bestempeld.

Door het etiket ‘geestesziek’ te plakken op de psychotische ervaring die iemand doorleeft, zet je het gesprek stop. Iemand die jou geestesziek noemt, daar kan je toch niet mee praten? Hoe zou een psychiater dan contact met jou kunnen maken? Hoe zou hij jouw vertrouwen kunnen winnen? Vertrouwen dat zo belangrijk is voor de psychotische persoon, want waarom zou hij medicatie willen innemen als hij ervan overtuigd is dat jij als behandelaar een duivel bent, een voorpost van de farmaceutische industrie, iemand die hem anderszins kwaad wil doen of opsluit zonder gegronde basis? Juist daarom moet de psychiater ook het gesprek aangaan met de mens achter de geesteszieke.

null Beeld Nathalie Lees
Beeld Nathalie Lees

Wantrouwen

Dit wantrouwen is wat er fundamenteel misging in mijn laatste psychotische episode. Ik werd direct opgenomen, met als resultaat dat ik dacht dat de dienstdoende psychiater de hoofdduivel was die mij met mijn moeder en zuster op de brandstapel aan Satan wilde offeren. De hele kliniek werd in mijn optiek geleid door satanaanbidders. Ik beleefde een acht maanden durende nachtmerrie, met veel bezoeken aan de isoleercel, waar ik vele uren in een angstwekkende eenzaamheid mocht doorbrengen. Geen van de behandelaars ging het gesprek aan over wat ik meemaakte in mijn hoofd. Het is mijn stellige overtuiging dat ik waarschijnlijk niet zo angstig was geworden als er naar mij was geluisterd.

In mijn eerste opname had ik in ieder geval goed contact met mijn medepatiënten, een uitlaatklep die mij opluchting gaf. Met hen kon ik het wel hebben over mijn ervaringen, in ieder geval voelde ik geen afwijzing. Ik geloofde dat ik beschermd werd door God en de Russische geheime dienst, die met scherpschutters hoog op de daken lagen aan de overkant van de kliniek. Echter, omdat ik mijn behandelaars niet vertrouwde, stopte ik toen ik uit de kliniek kwam meteen met de medicatie. Tien maanden later werd ik weer psychotisch.

In mijn tweede manische episode werd ik vrijgehouden door mijn toenmalige psychiater, waardoor ik mijn psychose in volledige vrijheid kon uitleven. Ik werd toen ook niet begrepen door mijn omgeving, maar ik kon in ieder geval mijn fantasieën botvieren.

De eerste twee episodes beleefde ik als een mystieke ervaring. Omdat ik dat fenomeen tijdens mijn studie antropologie toevallig bestudeerd had, kaderde ik ze ook direct zo in. Gedurende mijn studie was ik geïnteresseerd geraakt in de aard en oorsprong van religieuze overtuigingen. Bijbelse profeten zoals Mozes en Jezus, maar ook Mohammed en vele anderen, zouden volgens onze huidige maatstaven zo psychotisch als een deur zijn geweest. Volgens de definitie van de DSM hadden ze immers zowel hallucinaties – ze hoorden stemmen – als wanen, de stem kwam van God. Ik was benieuwd waarom ze zo overtuigend en waarachtig overkwamen voor hun volgelingen. Mijn conclusie was dat dat kwam door de ervaring van een ultieme realiteit, die hun verhaal extra overredingskracht gaf en zo geloofwaardig maakte.

In een manische episode zie je jezelf vaak als een belangrijke figuur op het wereldtoneel. Zo zag ik mezelf als een nieuwe Messias, de opvolger van Jezus. Op het moment dat je opgepakt wordt door de politie en overgedragen wordt aan de psychiatrische kliniek, ga je jezelf afvragen: waarom overkomt mij dit? Als ik zo’n belangrijke persoon ben in deze wereld, waarom word ik dan opgesloten? Zijn er krachten gaande die mij willen vermoorden? Is de kliniek er om mij veiligheid te bieden of is het een slinkse truc van de duivel om mij van mijn missie te weerhouden?

Zolang je op vrije voeten blijft, lukt het beter om de botsing tussen je fantasie en de werkelijkheid met elkaar in overeenstemming te brengen. Maar op het moment dat je opgepakt wordt, lukt dat niet meer. En dan wordt het beangstigend.

Volgens mij is de reden dat psychotische episodes zo eng en beangstigend kunnen worden in de kliniek, gelegen in het feit dat er nauwelijks wordt gepraat over wat je meemaakt, waarom je opgesloten bent en waarom je per se medicijnen moet slikken. Ik dacht dat ze mij met die medicatie tot een zombie wilden maken om mij uit te schakelen. Gezien de emoties dempende werking van veel antipsychotica geen onlogische gedachtegang.

Een meer mensgerichte aanpak in de psychiatrie van mensen met psychotische ervaringen zou een hoop goed doen voor de psychonaut. Dit houdt in het gesprek aangaan over wat iemand ervaart. Zo kan de acceptatie van de behandeling bevorderd worden en ervoor zorgen dat die niet langer duurt dan strikt noodzakelijk. Mensen worden dan niet meer benaderd als een ziektebeeld, maar als een persoon in zichzelf. Zo ontstaat er ook ruimte voor de schoonheid die de ervaring ook kan inhouden, in plaats dat die wordt bestempeld als niet meer dan een ziektebeeld.

Jeroen Verkroost is schrijver, journalist en antropoloog. Onlangs bracht hij de psychotische verhalenbundel Anderhoofd uit.