ColumnPeter Middendorp

Een psychiater wilde weten door welke zeep ik plots sterk bewust was geworden van mijn piemel

null Beeld

Enkele weken geleden schreef ik dat ik me plotseling sterk bewust was geworden van mijn piemel sinds we thuis van doucheschuim waren overgestapt op plasticvrije natuurzeep. De godganselijke dag drong dat ding zich sindsdien aan me op. Het was soms net, schreef ik, alsof hij met mij uit wandelen ging in plaats van andersom.

Kort daarop ontving ik een brief van een psychiater van een bekende instelling, die enkele mannen in behandeling heeft met seksuele problemen; erectiestoornissen waren er deel van. ‘Wat zij beschrijven is een steeds mindere tactiele gewaarwording van hun penis. Alsof dat lichaamsdeel er niet meer toe doet. In jouw stukje beschreef je een groeiend gevoel van aanwezigheid, hetgeen je relateerde aan een specifieke natuurzeep. Zou je mij het merk van die zeep willen melden? Als het eenzelfde effect heeft op mijn cliënten, is dat wellicht een keerpunt in het herstel van tactiel contact.’

Het duurde even voordat de inhoud van de brief tot me doordrong. Kon dit wel? Werd ik in de maling genomen? Bestonden er zulke psychiaters? Of cliënten die zulke adviezen ter harte zouden nemen, vol verwachting op een nieuw levensperspectief?

Ik bedoel: de cliënten waren serieus. Hun problemen, een soort omgekeerde fantoomgevoelens, waren echt. De lijdensdruk was hoog. Straks gingen overal in het land mannen met mijn zeep aan de slag, een laatste strohalm waaraan ze zich vastklampten en riepen ze daarna onthutst: Er gebeurt helemaal niets!

Misschien lag het wel helemaal niet aan die zeep dat het pietermannetje zich tijdelijk centraal in mijn bewustzijn had genesteld, maar aan iets anders. Misschien was het niets, iets psychisch, de tijd van het jaar. Misschien was het toeval, een particuliere correlatie. Was mijn stukje over de zeep eigenlijk wel voldoende serieus geweest? Was het wel echt waar wat ik beweerde, of had ik de waarheid weer eens bij elkaar gelogen?

Anderzijds: stel dat het werkte, een nieuwe methode, die mijn naam zou dragen. Je kon het niet uitsluiten. Bijna alle ontdekkingen worden per ongeluk gedaan. Je ontwikkelt een antidepressivum en alle proefpersonen stoppen met roken – voilà, een anti-rookpil. Misschien was dit wel het wezen van de menselijke vooruitgang: je zoekt A, struikelt over B, valt plat op je bek op C en komt bloedend overeind met D. Eureka!

Enigszins beschaamd, ik weet niet waarom, schreef ik de psychiater terug: het is Happy Soaps. Zelf gebruik ik de variant met lavendel, wat me te rustgevend lijkt voor het beoogde doel en ook te veel aan lavendelliefhebber Thierry Baudet doet denken, wat me een extra therapeutische uitdaging lijkt, tenzij de cliënten extreem rechtsdragend zijn misschien. Maar gelukkig bestaan ook de varianten citroen, kruidnagel en pepermunt.

De psychiater reageerde opgewekt en beloofde me van de vorderingen op de hoogte te houden, zodat ik ook u kan blijven informeren. Intussen hopen we en duimen voor het allerbeste.

Meer over