columnJarl van der Ploeg

Een pelgrimage om de heilige Titus te eren, in Deventer zijn ze er klaar voor

. Beeld .
.Beeld .
Jarl van der Ploeg

De kerk, ingeklemd tussen station Deventer-Colmschate en een vrij fantasieloze jarenzeventigwijk, ziet er een beetje uit alsof twee architecten tijdens het tekenen ervan ruzie kregen, waarna een derde besloot de onvoltooide delen te bekleden met linoleum en systeemplafonds.

Maar eigenlijk past de afwezigheid van roomse zwier wel goed bij dit deel van Nederland. En belangrijker nog: het past goed bij Titus Brandsma, de naamgever van deze kerk die, aldus zijn voormalige student Godfried Bomans, niet alleen bijzonder kleine voeten had (maat 40), maar ook nog eens op een zeer bescheiden voet leefde.

‘Tjemig nog aan toe’, zegt Johan Maas (75), celebrant van het Titus Brandsmahuis in Colmschate over het moment dat de patroon van zijn gebedshuis zondag heilig werd verklaard. Ze keken er met zo’n veertig man naar en bijna iedereen was zeer geëmotioneerd.

Bijna allemaal maakten ze immers mee hoe de lijn hier jarenlang omlaag had bewogen. Omdat het aantal leden rap daalde – Nederland verliest gemiddeld zo’n 267 geloven per dag – was een fusie met een aantal andere parochies in 2015 onvermijdelijk. De Titus Brandsmakerk werd daarom formeel afgewaardeerd tot Titus Brandsmahuis, de weekendvieringen werden afgeschaft en de celebrant kon niet langer een gewijde priester zijn – daarvan zijn er in Nederland simpelweg onvoldoende – maar werd vervangen door een leek, namelijk buurtgenoot Johan Maas.

Die neergaande lijn stemt veel gelovigen droevig, want in een land waar zowel de linkse kerk als die van God terrein inlevert, hoe moet het daar eigenlijk met de liefde voor de armen, voor de vertrapten, de misdeelden, de naamlozen en de kleinen?

Het had zelfs weinig gescheeld, zegt Maas, of hun gebouw was verkocht aan een advocatenkantoor. Kun je nagaan.

Johan Maas in Colmschate bij een relikwieën van de nieuwe Nederlandse heilige Titus Brandsma. Beeld de Volkskrant
Johan Maas in Colmschate bij een relikwieën van de nieuwe Nederlandse heilige Titus Brandsma.Beeld de Volkskrant

Maar toen brak afgelopen zondag aan en veranderde alles. De tijd bleek eindelijk eens een bondgenoot van de parochie te zijn, want vanwege die vreemde keuze om bij oprichting Titus Brandsma als patroon te kiezen, op een moment dat de beste man nog niet eens zalig was verklaard, is dit kleine gebedshuis plotsklaps in het bezit van de meest waardevolle relikwie van de nieuwste heilige in de katholieke wereld: de rozenkrans van Titus Brandsma.

‘Hierdoor kunnen we bedevaartsoord worden’, zegt Maas, terwijl hij richting een tabernakel loopt waarnaast de plastic vitrine staat met daarin de rozenkrans die Brandsma in 1942 in concentratiekamp Dachau bij zich droeg. De priester, die zich altijd hard had gemaakt voor de journalistiek, zat daar omdat hij katholieke kranten publiekelijk had opgeroepen geen NSB-advertenties meer te plaatsen.

Vlak voor de verpleegster van dienst, een Nederlandse die in latere processtukken Titia wordt genoemd, hem een dodelijke injectie toediende, zei Brandsma: ‘Wat een arm meisje ben je, ik bid veel voor je’, waarna hij haar zijn enige rozenkrans gaf. Na de oorlog bekeerde Titia zich in de gevangenis tot het katholicisme en gaf ze, in een poging weer in het reine te komen met de wereld om haar heen, de rozenkrans aan een broeder uit dezelfde karmelietenorde als Brandsma.

Toen nabij de woonplaats van die broeder, in een nieuwbouwwijk in Colmschate, opeens een Titus Brandsmakerk werd opgericht, zag hij dat als teken en besloot hij de rozenkrans te doneren, waardoor Johan Maas er nu glimmend van trots en devotie naast kan staan.

Maas weet het namelijk zeker: de aandacht die deze heiligverklaring veroorzaakt, is geen laatste stuiptrekking van zijn parochie. Nee, het is juist de wederopstanding ervan. Dankzij Sint Titus kan deze kerk weer uitgroeien tot een plek van betekenis; een oord wellicht waar pelgrims, of andersoortige schipbreukelingen van het leven, van over heel de wereld heen kunnen trekken om er uren van bekoring door te brengen.

Het staat sinds kort zelfs op de website van de kerk: ‘Anno 2022 kende Colmschate geen duidelijk bedevaartkarakter meer; wellicht dat de heiligverklaring van Brandsma in dat jaar daarin weer verandering kan brengen.’

‘We zitten natuurlijk nog in een heel pril stadium’, zegt Maas. ‘Maar we timmeren aan de weg.’ Dat bedoelt hij vrij letterlijk. Nog geen 24 uur nadat Brandsma door de paus heilig werd verklaard, is buiten een vrijwilliger met een hamer in de weer om de aanstaande Titus Brandsmatentoonstelling van wat extra opsmuk te voorzien.

Ook nieuw: de Titus Brandsma Stadswandeling. Dat is – eerlijk is eerlijk – nog niet echt de camino de Santiago de Compostela, maar nogmaals: ze zitten nog in een pril stadium in Colmschate.

‘We proberen gewoon het moment te pakken’, zegt Maas.

Als dat ze lukt, zou het knap zijn. Wonderlijk misschien zelfs.

Meer over