VerslaggeverscolumnIn Oostelbeers

Een oude middeleeuwse toren als monument is niet genoeg, daar moet ‘beleving’ bij

null Beeld

Zevenhonderd jaar kijkt de toren kalm over de velden, de wereld veranderde met lichtsnelheid maar de toren staat nog steeds in zijn bakstenen geschiedenis, omgeven door een houtwal zodat hij niet overdreven opvalt. Een rijksmonument, maar dat is niet genoeg: er moet ‘beleving’ bij en daarom gaan ze ’m verbouwen.

‘Alles moet beleefbaar zijn’, zegt Ursula Willemse, ‘anders komt er niemand kijken. Mensen hebben geen eigen fantasie meer, zelfs de middeleeuwen moeten vermaak zijn.’

Komt dat woord: ‘vereftelingisering’.

Om van de oude toren een ‘attractief belevingsconcept’ te maken wordt hij omgebouwd tot periscoop, met twee spiegels erin die ook het zonlicht vangen. Oude eiken moeten wijken voor de zichtlijn, 35 andere bomen worden gekapt opdat het concept zich al van verre aandient en de aandacht krijgt die het verdient.

Artist impression van de nieuwe oude toren. Beeld Studio Marco Vermeulen
Artist impression van de nieuwe oude toren.Beeld Studio Marco Vermeulen

Het plan is van Studio Marco Vermeulen, op aangeven van de subsidiërende gemeente, de wethouder is historicus en houdt van torens. Een periscoop hoort bij een duikboot en de zee is hier op z’n verst, maar er is een verband gevonden met de militaire aanwezigheid in het gebied, kamp Oirschot, loopgraven, etcetera.

Dit is de toren van een parochiekerk, voor het eerst genoemd in 1207, degelijk, met rondboogfriezen. Het schip is verdwenen, het litteken nog zichtbaar. Bovenin, achter het galmgat, nestelt een kerkuil in een uilenkast, beheerd door de uilenwerkgroep, de rest van de toren is aan de vleermuizen: beschermde fauna. Daarom mag niemand de toren beklimmen. Maar een periscoop mag wel.

Hier zijn ze trots op hun vele monumenten, ze voeden de ‘vrijetijdseconomie’, zelfs het huis van Jan Adriaans is tot monument verklaard. Traditionele langgevelboerderij, was de conclusie van het monumentenadviesbureau, ‘maar dat is het nooit geweest, het was een smederij’.

37 bomen kappen voor een periscoop, zegt Jan, ‘ik heb alle politieke partijen benaderd maar die hullen zich in stilzwijgen’. Hoe het met de vergunningen zit blijft onduidelijk. Net als veel dorpelingen groeide Jan op met de oude toren, alle kinderen kennen ’m, en later hield hij er voorstellingen met de toneelvereniging. De schutterij heeft er z’n basis. Het monument is alleen bereikbaar via een zandweg, die wordt straks vast verhard.

Wandelaars en fietsers bevolken de terrasjes in het dorp, doordeweekse dag, Hollands welvaren ‘maar het toerisme loopt terug’, zegt Ursula, het is zoeken naar nieuwe trekpleisters. Bij de toren is alvast een dixie geplaatst, de vooraankondiging van verandering: waar dixies staan zullen werklui komen, maar het werk is nu even uitgesteld, wat de tegenstanders tijd geeft voor formeel bezwaar. ‘Echt natuuronderzoek’, zegt Ruud Merks, ‘is niet gedaan’.

Ruud is fysicus en bestudeerde het optiek, een eenvoudig systeem met twee spiegels, ‘je kijkt als het ware door een lange koker, dus ik weet nu al dat je nauwelijks wat ziet: het is een omgekeerde verrekijker. En je kunt de periscoop niet draaien. Dat is toch wat een periscoop moet doen.’ En wat je ziet, vanaf die hoogte: ‘een bosrand. Word jij daar opgewonden van?’

Omgekeerd moeten de spiegels licht vangen en naar beneden transporteren, ‘nou, de zon is een paar minuten in het blikveld, dat wordt lang wachten.’

Uit onvrede zijn Ursula en Ruud een e-magazine begonnen, ‘Zout’, ook gek voor een dorp ver van de zee, maar dit is bedoeld als oppepper van het ‘flauwe media-aanbod’ dat zorgeloos over de torenperiscoop bericht, en om te bewijzen dat het door de wethouder veronderstelde draagvlak niet bestaat. Een demonstratie ter plekke trok tweehonderd mensen. Dit is een Daan Roosegaarde-esque excercitie, vinden Ursula, Jan en Ruud. Sinds de bekende technopoëet met lichtgevende zuilen, stenen, fietspaden, vliegerdraden en snelwegen aan de slag ging, brengt hij bestuurders in stad en land in vervoering.

Terwijl, zegt Jan: ‘je de toren ook de toren kunt laten, een rijksmonument’.

Artist impression bij nacht (het huidige ontwerp heeft geen verlichting vanwege de beschermde vleermuizen). Beeld Studio Marco Vermeulen
Artist impression bij nacht (het huidige ontwerp heeft geen verlichting vanwege de beschermde vleermuizen).Beeld Studio Marco Vermeulen

Maar daar komt na achthonderd jaar dus niemand meer op af, zegt Marco Vermeulen, de ontwerper. Hij heeft ‘een soort land art-object’, voor ogen, ‘je voegt iets toe waardoor het op een andere manier beleefd kan worden. Iedere vorm van kunst doet dat.’ Wat dat betreft komt het woord ‘vereftelingisering’ hard aan: ‘dat is een populistische benadering, een schadelijke, beperkte constatering, alsof we niks toevoegen. Je kunt het ook positief framen, als een subtiele manier om de toren en het landschap bijna spiritueel inzichtelijk te maken, een verbinding tussen hemel en aarde.’

De oude toren ziet alles maar zegt er niets van, het zegt vooral iets over deze tijd, en daarna komt er weer een andere.

Meer over