VerslaggeverscolumnAriejan Korteweg in Den Haag

Een ongekende rolverwarring heerst in de Tweede Kamer

null Beeld

Buiten loeit het oproer. ‘Oprutten, Oprutten’, klinkt het over de Herengracht. Het Plein is door de politie afgesloten omdat tegen de coronapas wordt gedemonstreerd. De Koning rijdt naar de Grote Kerk tussen hoge schermen. Ook voor het nieuwe Binnenhof is het onrustig.

En binnen niet minder. Kamerleden klagen. Ze zijn moe nog voor ze goed en wel aan een nieuw parlementair jaar beginnen. De helft van de Kamerleden is nieuw. Ze kregen onderwerpen toebedeeld, mogen zich verdiepen in het primair onderwijs of de Wadden. Maar wat er gebeurt: niks. Alles klemgezet door de formatie. Gaan ze de straat op, dan worden ze verontwaardigd aangesproken. Blijven ze thuis, dan kunnen ze naar Alleen tegen de staat kijken, de documentaire over de slachtoffers van de toeslagenaffaire. Overal klagers, waar je maar kijkt. Het vertrouwen in de politiek is gekelderd.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

 Wilders en Kaag (en een stukje Ouwehand) tijdens de Algemene Beschouwingen.  Beeld ANP
Wilders en Kaag (en een stukje Ouwehand) tijdens de Algemene Beschouwingen.Beeld ANP

Er moet een huispsycholoog komen, en een huisarts. De Kamerleden Don Ceder (CU) en René Peters (CDA) verzoeken om een stilteruimte waar Kamerleden tot zichzelf kunnen komen. De onvrede dringt door het beton en drukt op de schouders. Intussen tonen de schermen in het parlementsgebouw filmbeelden van de lava in de straten van La Palma.

In plaats van lavastromen en explosies is hier een trage implosie aan de gang; besluiteloosheid, achterdocht en incompetentie zuigen alles en iedereen mee. De coalitie omdat er stalorders zijn die verzet verhinderen, de oppositie omdat die angstvallig buitenspel wordt gehouden. En het collectief omdat niemand de regie wil nemen, Kamer noch minister-president.

Zo was de toestand op Prinsjesdag.

Met zwaar gemoed zoek ik de volgende dag het persvak van het nieuwe Binnenhof op, om de Algemene Politieke Beschouwingen (APB) te volgen. Dat persvak sluit naadloos aan bij de stemming. De pers was blijkbaar een sluitpost bij de verbouwing: er zijn negen zitplaatsen en vier journalistieke hangplekken, je kunt hooguit een kwart van de zaal zien. Wat zichtbaar is: in vak K, dat doorgaans uitpuilt, zitten vijf ministers. Ook dat tekent de situatie.

Intussen worden in de plenaire zaal de laatste restjes parlementaire vastigheid op losse schroeven gezet. Klaver (GL) wil de volgorde van de bijdragen omkeren, omdat er immers geen sprake meer is van oppositie en coalitie. Marijnissen (SP) gaat een stapje verder: ze vraagt zich af of er überhaupt nog een kabinet is. Later trekt ze de rol van Sophie Hermans – die het woord voert namens de VVD – in twijfel. Wat is ze nu eigenlijk: vertegenwoordiger van de regering of Kamerlid van de VVD? Eerdmans (JA21) wil weten wat hij hier sowieso te zoeken heeft als Hermans zowat iedereen tevoren belde om wensen te inventariseren.

Een ongekende rolverwarring heerst in de Tweede Kamer.

Ook de doorgaans rolvaste Wilders is de weg kwijt. Aanvankelijk is hij dolblij na enig geharrewar toch als eerste te mogen en zo de toon te kunnen zetten. Maar in plaats van zijn rol als grootste oppositiepartij waar te maken door het kabinet aan te vallen, verliest hij zich in een persoonlijke aanval op de – dan nog afwezige – Kaag, die alleen gaat over Louis Vuitton-koffers, sjieke pantoffels en quinoasalades, en nergens ook maar iets inhoudelijks raakt.

Zijn ze met zichzelf bezig of met ons? Dat vragen volgens Hermans de burgers zich af. ‘Dat raakt me persoonlijk, het doet me zelfs pijn’, voegt ze er met gevoel voor dramatiek aan toe.

Een helder antwoord komt van Caroline van der Plas (BBB), die het heel belangrijk vindt erop te wijzen hoe onfatsoenlijk het is dat kabinetsleden tijdens de debatten op hun telefoon kijken. Om vervolgens precies dat te doen.

Algehele verwarring over rollen en verantwoordelijkheden dus. Een clusterfuck van de democratie, zou Derk Boswijk (CDA) zeggen. Van het kabinet is geen heil te verwachten, de minister-president verkeert vooralsnog in een parallelle werkelijkheid waarin iedereen op een vrolijke boks zit te wachten.

Het parlement moet orde brengen en eindelijk de regie naar zich toehalen. Gebeurt dat niet, dan krijg je een debat als dit, waarin na enig spartelen iedereen zich stort op het strooigeld in de begroting en daarmee precies doet waar de formerende partijen op hoopten. Hoezo zou er geen coalitie meer zijn?

Meer over