ColumnAleid Truijens

Een niveau waarop iedereen kan inhaken, daar heeft niemand iets aan

null Beeld

Wat mis ik bij taalkundig gekrakeel de wijze en luchthartige Liesbeth Koenen, de taalkundige en journalist die vorig jaar overleed. Ze werd nooit moe om uit te leggen dat een grammaticahandboek, zoals de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS), geen regels voorschrijft, geen lijsten met goed en fout taalgebruik opstelt, maar slechts de levende taal beschrijft. Dat taal voortdurend verandert maar dat het handig is een standaardtaal te hanteren, de taal van de krant, de taal die je op school leert.

De deze week aangevallen ANS deed niets anders dan de taalbeschrijving van 1997 actualiseren. Dus niks ‘doodsteek’ aan de goede smaak en de beschaving. Nog steeds is ‘groter als’, ‘hun hebben’ en ‘me moeder’ geen standaard-Nederlands, al blijven veel mensen het onbekommerd zeggen.

Het echte probleem is dat het leren van de standaardtaal helemaal niet meevalt: 40 procent van de basisschoolleerlingen haalt het streefniveau in ‘taalverzorging’ niet. Nu kun je twee dingen doen. Of je legt de lat zo laag dat iedereen er moeiteloos overheen springt, of je probeert, hoe moeilijk ook, alle kinderen de standaardtaal bij te brengen.

In het eerste geval is Hilde Roothart (VK, 20-4-2021) tevreden, die meent dat een standaardtaal een middel is voor de witte, manlijke elite om de taal koloniseren en mensen te discrimineren. Ik deel de woede hierover van Zihni Özdil (VK, 22-4-2021), die wél met succes zijn weg in het onderwijs aflegde. Want het is juist precies andersom: pas als iedereen standaardtaal spreekt en schrijft, word je niet meer afgerekend op je herkomst of sociale klasse. Daarbij, de overheid kan per decreet afkondigen dat spelfouten en kromme zinnen voortaan mogen, maar dat weerhoudt sollicitatiecommissies – of mensen die een partner zoeken – er niet van om brieven of berichten vol fouten op de nee-stapel te leggen.

Vrij naar Karel van het Reve (man, wit, wijs, luchthartig, helaas ook dood): je kunt de eisen zover omlaag schroeven dat iedereen kan inhaken, maar niemand er nog wat aan heeft. Wie is daar blij mee? Waarom nog je best doen, of uitblinken? De glans is er wel vanaf. Al houd je natuurlijk altijd stiekemerds die ergens schandalig goed in zijn: in vioolspelen, timmeren, schaken of schrijven. En reken maar dat de elite mensen gewoon onverstoorbaar blijft afrekenen op hun gedekoloniseerde taalgebruik. Zo creëer je nog kleinere keurtroepen.

Er zit niks anders op dan de hondsmoeilijke weg te kiezen: zoveel mogelijk kinderen zo veel mogelijk te leren, ook degenen die een beroepsopleiding doen. Iedereen heeft er plezier van om heldere mailtjes te kunnen schrijven.

Daarom ben ik zo blij met ‘Red het onderwijs’, een initiatief van een groep docenten en wetenschappers, onder wie vakdidacticus Nederlands Theo Witte, leraar en lerarenopleider Ton van Haperen en hoogleraar pedagogiek Anna Bosman (VK, 20-4-2021). Zij willen het onderwijs uit de impasse helpen waarin het al een tijd verkeert. Ze geven adviezen om het ‘kwalitatieve en kwantitatieve lerarentekort’ te verminderen, om de lerarenopleidingen te verbeteren, de terugval in leerprestaties te keren en iedereen de basisvaardigheden bij te brengen. Ze slaan de noodzakelijke brug tussen wetenschap en onderwijs, en delen rode kaarten uit bij ongewenst beleid. Ze pleiten tegen ongefundeerde experimenten, wijzen op het gebrek aan regie bij de overheid, op ondoelmatige besteding van geld, en veel meer. Kijk op hun website: https://redhetonderwijs.com

Ik hoop dat veel leraren hun noodkreet ter harte nemen en hun streven delen. Wie het kinderen op school makkelijk maakt, verspert hun op den duur de weg.

Meer over