ColumnMerel van Vroonhoven

Een nieuwe bestuurscultuur betekent dat je als hoogste leider je eigen rommel opruimt

null Beeld
Merel van Vroonhoven

Het is nog donker als ik voor het dagelijkse, coronaproof achtuurtje naar het schoolplein loop. Net op tijd. Snel tel ik de silhouetten in de kring. Zijn er nu wéér minder collega’s?

Wat ziet schooldirecteur Marloes er moe uit. Haar wallen lijken in het maanlicht nog donkerder dan gisteren. Al maandenlang is ze dag en nacht in touw om het onderwijs in de lucht te houden. Elke ochtend om half 7, als ze haar telefoon aanzet, vreest ze het ergste. Als er maar niet wéér een leraar ziek is of in quarantaine. Vervangers zijn er niet, de invalpool is lang geleden opgedroogd.

Het almaar groeiende lerarentekort hakt erin. Net als in de rest van het land, waar scholen uit pure wanhoop de gymleraar taalles laten geven, klassen samenvoegen of zelfs tijdelijk hun deuren sluiten. Intussen daalt de onderwijskwaliteit gestaag en betaalt het kind de rekening. Om precies te zijn: de kinderen van wie de ouders de rekening niet kunnen betalen. Want waar het publieke onderwijs door gebrek aan gekwalificeerde leraren, veel te grote klassen en te hoge werkdruk langzaam dreigt te bezwijken, zoeken ouders met een goed gevulde portemonnee hun heil bij de exponentieel groeiende bijlesindustrie. Miljoenen gaan erin om, benadrukte de Onderwijsraad afgelopen week in zijn rapport Publiek karakter voorop. ‘Een groeiende tweedeling door een private sector die goud geld verdient. Een schande’, klonk het in Den Haag van links tot rechts.

Krokodillentranen. De booming bijlesbusiness is niet de oorzaak van alle kwaad, maar simpelweg het gevolg van een falend, als ‘markt’ gerund systeem. Het gedecentraliseerde onderwijsstelsel, bestuurd door met elkaar concurrerende schoolbesturen, is ons als samenleving niet overkomen. Het is een weloverwogen en decennialang – ongeacht partijkleur – gepredikte politieke keuze.

In plaats van zich te verschuilen achter gemakkelijke schijnoplossingen – zoals het verbieden van reclame op school voor private bijles – moet de politiek zich richten op het structureel oplossen van de problemen in het onderwijs, zodat bijles helemaal niet nodig is. Dus stop met de vele onsamenhangende onderwijsvernieuwingen. Maak een einde aan het doorgeslagen marktdenken. Er is slechts één prioriteit: het op orde brengen van de basis. Dat betekent, naast kleinere klassen: leraren beter opleiden, beter betalen en het bieden van loopbaanperspectief.

Want zeg nu zelf. Is het echt zo verwonderlijk dat er steeds minder leraren te vinden zijn? Hoe bevlogen ook, wie kiest ervoor om dag in dag uit in weer en wind, in een versleten kloffie met een halve voetbalschoen, een lekke bal en een uitgedund team op het veld te staan? Zeker als je met veel minder moeite en risico op de overdekte tribune je geld kunt verdienen.

Maandagochtend kijkt schooldirecteur Marloes weer met een bevend hart op haar mobieltje. Wat gun ik het haar dat dit keer – in plaats van een telefoontje van weer een zieke leraar – er ander breaking news op haar schermpje verschijnt.

‘Formatie rond, Rutte wordt minister van Onderwijs.’

Omdat, zoals Rutte verklaart, hij ‘eindelijk de verwoestende gevolgen van de neoliberale marktwerkingsideologie in het onderwijssysteem inziet. En een nieuwe bestuurscultuur betekent dat je als hoogste leider je eigen rommel opruimt én verantwoordelijkheid neemt voor het oplossen van de problemen met de grootste urgentie en langetermijnimpact. Voor de toekomst van ons land, voor onze kinderen.’

Dat zou nog eens goed nieuws zijn voor een donker achtuurtje op ons schoolplein.

Meer over