Opinie

'Een monument blijft zelden effectief'

Van monumenten wordt veel verwacht, maar ze hebben vaak een paradoxaal effect: ze brengen het verleden vaak niet dichterbij, maar sluiten het juist af, schrijven Christian Ernsten en Marijn Parmentier.

OPINIE - Christian Ernsten en Marijn parmentier
Monument op de Dam. Beeld ANP
Monument op de Dam.Beeld ANP

Misschien hebt u hem vorig jaar in Het Parool zien staan: de lijst van 21.662 adressen vanwaar in de Tweede Wereldoorlog 61.700 Joodse Amsterdammers werden weggevoerd en vermoord. Ook de nieuwste vorm van herdenken vertelt ons vooral over de samenleving die we wensen te zijn.

Na de publicatie van de adressen werden Amsterdammers opgeroepen informatie over hun huis te zoeken op joodsmonument.nl. De homepage van deze site, ontworpen door het designbureau Mediamatic, geeft een duizelingwekkend beeld. Duizenden gekleurde pixels zijn verdeeld over de vervolgden en genereren tezamen een wiskundig resultaat: een gekleurde zee van vervolgden. De rode pixels verwijzen naar een volwassen man, de blauwe naar een volwassen vrouw, groene en gele staafjes naar jongeren, lichtblauwe en roze naar baby's en jonge kinderen. Door te zoeken op een adres leert men meer over de geschiedenis van het huis en kunnen mensen informatie toevoegen.

Deze database geeft opnieuw vorm aan een gruwelijke misdaad, waarover Jan Wolkers zegt dat '(..) je het gevoel hebt dat die nog niet uitgewist zal zijn als onze planeet over twee of tweeduizend eeuwen in het heelal zal zijn opgelost'. Joodsmonument.nl is een gedenkteken voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, net als bijvoorbeeld het door Wolkers ontworpen Auschwitz-monument in het Wertheimpark of John Raedeckers Nationaal Monument op de Dam. Amsterdam telt er in totaal maar liefst 187volgens de website van het Nationaal 4 en 5 mei comité. Wat doen die monumenten eigenlijk in onze stad, en voor wie bestaan ze?

Emotie
Sinds 1945 sleutelen allerlei partijen aan onze herinnering aan de oorlog; historici uiteraard, maar ook politici, romanschrijvers, filmmakers en kunstenaars dragen bij aan ons beeld van de oorlog. Tegelijkertijd was en is voor heel veel mensen de herinnering aan de gebeurtenissen van 1940-1945, bij gebrek aan een beter woord, dierbaar. Dierbaar op een manier die de herinnering niet comfortabel en onschuldig maakt, maar vreemd en verwoestend. Een gebeurtenis waar we van moeten leren en tegelijkertijd iets afschrikwekkends. Deze emotie moesten de monumentenmakers in onze stad steeds beantwoorden. Dat deden ze door verhalen te vertellen over het verleden, maar vooral over heden en toekomst.

De jaren voorafgaand aan de onthulling van het Nationaal Monument, in 1956, stonden in het teken van de wederopbouw en het monument bevestigde de nationale consensus. Het monument verbeelde de drieslag: overweldiging, onderdrukking, herrijzenis. De oorlogservaring van Raedecker was niet opzienbarend en zijn ontwerp niet controversieel. Wie voor het Dammonument staat, hoort bijvoorbeeld niets van de angstaanjagende echo van de angst van 61.700 weggevoerde Amsterdammers. Je ziet een wensbeeld uit de jaren vijftig over de plek die de oorlogservaring zou moeten hebben in de toekomst van de natie.

Wolkers
Precies in 1956 wordt ook de bijl gelegd aan de wortel van dit nationale verhaal: het Auschwitz Comité werd opgericht. Na een obscure startperiode, waarin verdenkingen van communisme het comité tot paria maakten, kwam langzaam de omslag. In 1977 kreeg de Auschwitz - herdenking een officieel monument. Het abstracte beeld van Wolkers, de onheilsboodschap van de gebroken spiegel, haalde de lijdensweg van onder anderen de Joodse Amsterdammers in Oost-Europa naar huis. Het consensusbeeld op de Dam maakte plaats voor een versplinterd toekomstbeeld, waarin herinneringen van slechteriken, meelopers, wegkijkers en verzetsstrijders naast elkaar bestaan. Het ging voortaan over het herinneren van vervolging en schuld. De gruwelen die de Joden hadden doorstaan kregen een status aparte in ons geschiedverhaal.

Het Joodse Huizen initiatief verkondigt de aanwezigheid van Joods erfgoed in de stad. Het zelf opzoeken en toevoegen van informatie maakt het monument tot iets intiems, je wordt persoonlijk mede- auteur en mede-eigenaar van dit pikzwarte geschiedverhaal, maar ook medeverantwoordelijke en slachtoffer. Het verhaal van de Joodse families gaat spoken in je huis via de herinneringen die kleven aan de deurpost en de muren van de kamers.

Maar joodsmonument.nl geeft ook het individu de ruimte binnen een collectief verhaal. Opnieuw past het goed bij het toekomstbeeld van Amsterdam anno nu, waarin termen als 'de gebruiker' of 'crowd-sourced erfgoed' centraal staan.

Schokeffect
Zoals de grote hoeveelheid onbekende monumenten in Amsterdam aantoonde, is het voor een monument zelden gemakkelijk om 'effectief' te blijven. Het aanvankelijke schokeffect is aan erosie onderhevig, en al snel is het verleden onnaspeurbaar verdwenen. Toen in Zuid-Afrika de waarheidscommissie het verleden wilde afsluiten - en 'verleden' nadrukkelijk verbond aan 'voorbij' en aan 'vergeven', stelden slachtoffers: 'We the victims and survivors declare the past to be in the Present'. Dat was een aanklacht tegen het paradoxale effect dat ook onze monumenten vaak hebben: ze brengen het verleden niet dichterbij, ze sluiten vooral af, en prijzen zelfverzekerd heden en toekomst aan.

Monumenten vertellen ons vaak meer over wie we hopen te zijn dan over de vraag wie we waren of hoe deze gruwel heeft kunnen gebeuren. Hebben we dit recht eigenlijk wel? De Japanse onderzoeker Keisuke Sato stelt de retorische vraag: wat zouden de doden zeggen als ze wisten dat we hun herinnering gebruiken om onze identiteit te scheppen? Doen onze monumenten hen niet opnieuw geweld aan?

Christian Ernsten is directeur van partizan publik, het buro dat leiding geeft aan het amsterdams 4 en 5 mei comité. Marijn Parmentier is student geschiedenis en stagiaire bij het amsterdamse 4 en 5 mei comité.

Meer over