ColumnEva Hoeke

Een mens kan worstelen met zijn schildklier, al dan niet in combinatie met wintertenen

Beeld Aisha Zeijpveld

We zaten aan tafel. Vriendinnen, vijf stuks sterk, bij een van hen thuis, tijdje geleden alweer, toen dat nog mocht, schitterende tijd, ik weet het nog goed. We hadden de mannen en het werk al behandeld toen ergens tussen soep en servet ineens een gesprek over medische klachten ontstond.

Medische klachten! Ik kende deze vrouwen bijna dertig jaar en daarin hadden we nagenoeg alles gedeeld, maar over fysieke ongemakken was het nog nooit gegaan. Ja, katers ja, die hadden we besproken, zwangerschappen ook, daarna nog even kort over de bevalling, maar echt medisch leed, fysiek gedoe?

Welnee. Medisch leed, dat was het domein van oude mensen, van ándere mensen, gepensioneerden vaak, mensen in beige dracht die elkaar op markten en in supermarkten breeduit onderhouden over zwakke knieën zus en stramme botten zo, hele verhalen, zeer gedetailleerd en steevast breeduit geposteerd in het gangpad, elkaar daarbij begripvol toeknikkend, soms een hand op elkaars arm, tenminste, in de tijd dat dat ook nog allemaal mocht. Soms trof ik onze oude werkster bij de bloemenstal, die me dan rustig een kwartier gijzelde met een verhaal vol krakken en mikken, het een nog oninteressanter dan het ander want medische berichten zijn doorgaans strontvervelend, vooral voor de jeugd, die nul belangstelling heeft voor of voorstelling van het leed dat om de hoek ligt. Zei ik jeugd? Nou ja, frisse veertigers dan, met wel iets van verval onder de leden, maar van het soort dat vooralsnog alleen zichtbaar is onder zeer fel tl-licht.

En dan toch dit gesprek.

Ik was nog zelf begonnen ook.

Over rugpijn, saaier kan niet. Voor een ander dan, voor mij is het onderhand een zaak van belang waarvan ik elke ochtend verslag doe tegen de Man, over hoe ik geslapen heb of liever, hoe het mijn nachtrust weer heeft verpest, dat ik tegen het ochtendgloren echt niet meer wist hoe ik liggen moest, en dan herhaal ik nog maar eens dat ik van alles hebt onderzocht en geprobeerd en dat ik daarom nog maar heel weinig fiducie heb in fysiotherapeuten, daarover zijn we het dan eens, maar dat ik óók geen geld hebt voor musculoskeletaal geneeskundigen die me weliswaar keurig rechtzetten maar daar wel 100 euro per twintig minuten voor rekenen, alstublieft dankuwel, dan kun je net zo goed helemaal stoppen met werken, heb je waarschijnlijk ook geen rugpijn meer. En ja, ik weet dat dagelijks zwemmen heilzaam is, maar welke gek gaat er nu zwemmen in de winter? Ikke niet, dan zit ik liever elke ochtend een kwartier op mijn hurken in de douche, kop tussen de benen, hete straal op de rug, ook een soort zwemmen, welbeschouwd, maar dan zonder die helse tocht naar het zwembad.

Dit hele verhaal herhaalde ik zo’n beetje tegen mijn vriendinnen, die het nog wél konden opbrengen geïnteresseerd te reageren, sterker, daarna was het hek van de dam qua medische berichten. Om de privacy van mijn vriendinnengroep te waarborgen zal ik hier verder niet in detail treden, maar reken maar dat een mens kan worstelen met zijn schildklier, al dan niet in combinatie met wintertenen. ‘Zitten we hier nu al echt een uur over onze pijntjes te lullen?’, deed ik nog een poging om de boel te ventileren, maar het was al te laat, we waren oud geworden, ergens tussen soep en servet had de duivel toegeslagen. Een uur later reden we allemaal het erf af, met de auto natuurlijk want dan ben je lekker op tijd thuis. Eenmaal daar trof ik een man die met een dekentje op de bank lag, hij voelde zich ‘grieperig’.

Slappe hap.

Meer over