Columnbert wagendorp

Een masochistische zondag met Wopke Hoekstra

null Beeld

Zondag besloot ik tot een dagje Wopke-watching. In een vlaag van masochisme keek ik daarom eerst het ‘Debat van het Zuiden’ terug, georganiseerd door Omroep Brabant en drie Brabantse dagbladen, schakelde daarna naar Buitenhof voor een interview met Wopke en wachtte vervolgens op wat meestal het leukste verkiezingsdebat is, dat van het Jeugdjournaal (mét Wopke), verdiepte me in de peiling van Maurice de Hond om te zien hoe Wopke ervoor stond, las een interview met Wopke in De Telegraaf en speelde het coalitiespel, om erachter te komen of een coalitie zonder Wopke eventueeel mogelijk is.

Een opmerkelijk moment in het Debat van het Zuiden deed zich voor toen Wopke tegen Lilianne Ploumen zei dat ze een antwoord ‘keurig had ingestudeerd’ – een ingestudeerde respons die niet werkte. Hoekstra doet te erg zijn best over te komen als een amicale Mark Rutte, alleen is die daar veel beter in.

In het Debat van het Zuiden kwam ook iets wezenlijks voorbij dat ik nog niet eerder had horen langskomen: het vertrouwen in de politiek. Daar moest aan worden gewerkt, zeiden ze allemaal schuldbewust, en toen was het alweer voorbij.

In Buitenhof ging het natuurlijk weer eens over de WW-plannen van Hoekstra. Nadat hij drie keer hetzelfde had gezegd kende ik Wopkes antwoord uit mijn hoofd, maar was niet overtuigd. Dat is Wopke’s zwakte. En dat is tevens het grote manco van elke verkiezingscampagne in de kleine Nederlandse politiek: het wordt snel voorspelbaar. Je kunt maandag bij Wilders vs. Rutte het geluid uitzetten en toch woordelijk met de dialoog meepraten. Dinsdag wordt dat toneelstukje herhaald.

In het interview met Wopke in De Telegraaf pleitte hij opeens voor ‘veel harder straffen’. Was te verwachten, wanneer politici het ook niet meer weten, gaan ze pleiten voor strenger straffen in een poging daadkrachtig over te komen.

De voorspelbaarheid van de debatten is de zwakte ervan. Als informatieverschaffers zijn ze te verwaarlozen; het politieke debat in campagnetijd is amusement, een flauw wedstrijdje. Dat Jesse Klaver in het Pauw-debat Wopke pakte op het minimumloon, zei niets over de kwaliteiten van Klaver, noch over die van Hoekstra, noch over hun plannen met Nederland. Klaver was even de scherpere debatteerder, dat was alles.

Het leuke van het debat in het Jeugdjournaal was, dat de lijsttrekkers werden gedwongen hun standpunten in eenvoudige bewoordingen voor het voetlicht te brengen. Daaruit bleek de ware aard van de Nederlandse politiek: de verschillen tussen de partijen zijn minder groot dan ze in de ‘grote debatten’ worden gepresenteerd. De neurotische uitvergroting ontbrak.

Het doel van tv-makers is lekkere tv, niet een zinvol debat. Wegloper Baudet die bij Jinek zijn act nog maar eens opvoerde: schitterende televisie. Er zit voor Wopke weinig anders op dan dinsdagavond aan te schuiven bij Jinek, op voorwaarde dat Martijn Koning het laatste woord heeft. Even wachten op een belediging en dan boos opstappen, in de hoop dat Eva Jinek nog een keer kruiperig haar excuses wil aanbieden: zeteltje erbij.

Hoopvol is, dat degene die zich nog enigszins aan de mannetjes- en vrouwtjesmakerij probeert te onttrekken, Sigrid Kaag van D66, flink groeit in de peilingen. Net als de jongeren van Volt: die heb ik nog helemaal nergens in debat gezien; maar ze sprokkelen intussen de zetels opgewekt bij elkaar.

Aan het eind van de dag pakte ik sufgeluld mijn boek er maar weer bij: M, de zoon van de eeuw, van Antonio Scurati, over de opkomst van Benito Mussolini. Vooral om mezelf eraan te herinneren dat politiek geen spelletje is, maar bloedige ernst, en dat het je duur kan komen te staan als je dat te laat inziet.

Op 17 maart kiezen we een nieuwe Tweede Kamer. Op deze pagina leest u onze lijsttrekkersinterviews, vindt u onze analyses van de partijprogramma’s en kunt u onze stemwijzer doen.

Meer over