VerslaggeverscolumnToine Heijmans in Amersfoort

Een kind verbannen dat hier is geboren en opgegroeid, het kan nog steeds in keihard Nederland

null Beeld

Een kind verbannen dat hier is geboren, leerde lopen, leerde praten, naar school gaat en voetbalt met vrienden, het kan nog steeds in keihard Nederland. Dit zijn de namen: Lili en Howick, Nunë en David, Kamilla en Ashley, Nemr, Mauro, Sahar, Taida – kinderen die de krant haalden en de tv, anders waren ze uitgezet.

Welkom bij de club, Ljowa. 7 jaar oud en opgegroeid in vreemdelingenkampen, en nog moeten zijn ouders zich elke dag melden bij de autoriteiten alsof ze staatsgevaarlijk zijn. En opnieuw vormt zich een haag van helpers, vrienden, ouders van school die inderhaast een protestmars organiseren en die een persbericht rondsturen met familiefoto omdat ze weten dat dit het enige is wat helpt. Petitie. Kamervragen.

Hé Ljowa, hoe heten je vrienden? ‘Maarten, Lucas, andere Lucas, Luuk, Aron, Daniël en Tajeb.’

Moeder Arpine, vader Arman met broertje David op schoot, zusje Arianne – dat zijn de namen. Vriendin Henny doet wat ze kan, en Ilja, moeder van Ljowa’s beste vriend. ‘Met de andere moeders hebben we gezegd: dit kan niet, we gaan ervoor.’ Het is een christelijke school, ook dat.

‘Het is niet alleen voor Ljowa’, zegt Arpine, ‘we vechten ook voor al die andere kinderen.’

Ljowa (linksboven) en familie. Beeld Familiefoto
Ljowa (linksboven) en familie.Beeld Familiefoto

Zo lang al wonen ze in Nederland dat hun vluchtverhaal er nauwelijks meer toe doet. Elf jaar, werken en studeren mogen ze niet, het leven is stilstaand water met af en toe een uitspraak van de immigratiedienst IND, of van de rechter, en dan weer jarenlang niks. ‘Ze spelen een schaakspel’, zegt Arpine, die wiskunde studeerde, ‘je halve leven gaat gewoon weg.’ Had de overheid snel besloten, dan was het duidelijk geweest, ‘maar steeds kregen we nieuwe kansen op een verblijfsvergunning en nu geven we niet meer op.’

De rechtbank bepaalde dat ze konden blijven, want Ljowa valt onder het kinderpardon, maar de IND had tijd en mensen en geld genoeg om dat aan te vechten bij de Raad van State en nu moet Ljowa weg.

Jurist Martin Vegter van Defence for Children kent alle kinderzaken en zelfs hij krijgt het nu te kwaad: ‘Het is onrecht in your face’. Het is aan leken nauwelijks uit te leggen, maar Ljowa’s ouders hadden formulier M35-K moeten invullen, wisten zij veel en daarom is hij nu officieel geen asielzoeker, hoewel hij als asielzoeker werd geboren. Het is een juridisch kiertje dat de IND openwrikte, maar niet bij iedereen.

Er zijn tien kinderen in deze situatie, zegt Martin, de helft mag blijven, de helft niet, en toch ziet de Raad van State geen reden het gelijkheidsbeginsel toe te passen, of het belang van Ljowa mee te wegen. Het is boetseren met de letter van de wet. ‘Ik kan er echt niet bij. Na de toeslagaffaire zouden ze daar toch anders gaan denken.’

En zo werd Ljowa het volgende kind met de schijnwerpers op zich gericht.

Wie besluit eigenlijk, vraag ik de IND, om een zaak als deze door te zetten tot het hoogste rechtscollege? Wat is de bedoeling ervan? De persvoorlichter belooft een antwoord maar laat niets meer van zich horen. Zo is niemand verantwoordelijk behalve de staatssecretaris, en hoe zij over vluchtelingen denkt is inmiddels bekend.

Layan en Karam, ook uit Amersfoort. Maksim en Denis uit Culemborg. Roney, Joney en Lana uit Dongen, ‘we hebben net een project afgerond over vluchtelingen’, zei de directeur van hun school, ‘en zien nu de zwartste kant ervan hier voor de deur’.

Dat was in 2001. En nog steeds groeien er kinderen op in het voorportaal van Nederland, met lange angstige jaren voor de boeg. Dat het ze ernstige schade toebrengt, is allang duidelijk gemaakt door een hele reeks hoogleraren, die er ook een term aan gaven: ‘gewortelde kinderen’, maar het verandert niets.

Het kinderpardon was een politieke uitruil van belangen, het loopt alweer af en de IND doet alles om het in te perken, ook al zucht de dienst onder duizenden achterstallige asielaanvragen die daardoor weer jaren gaan duren. Tegelijk kan de staatssecretaris niet meer over haar hart strijken, want juist die discretionaire bevoegdheid is politiek uitgeruild.

De politie komt altijd vroeg, zegt Arpine, dat weet iedereen op het vreemdelingenkamp. Elke dag de angst voor het busje dat ze naar een detentiecentrum brengt, waar ze ’s ochtends vroeg als ‘deportee’ tegen de muur worden gefouilleerd en dan op weg gaan naar een land dat de kinderen niet kennen.

‘Dát laten we hier dus niet gebeuren’, zegt Henny, druk in de weer met haar nieuwe politieke contacten.

Prosper en Darlington uit Assen. Hayarpi uit Katwijk. Ljowa uit Amersfoort, een stille jongen, slim genoeg voor de verrijkingsklas, die lid is van de bijbelclub en architect wil worden.

Elke keer weer lijken het incidenten, maar dat zijn ze niet.

Meer over