VerslaggeverscolumnToine Heijmans in Alkmaar

Een demonstratie tegen het coronabeleid zonder wappies en geweld: ook dat mag weleens in de krant

. Beeld .
.Beeld .

Het woord van het jaar is ongetwijfeld ‘wappies’, waarmee mensen worden aangeduid die de wetten van het virus luidkeels ontkennen, maar de demonstranten tegen het coronabeleid die zondagavond gewapend met brandende fakkels door de binnenstad van Alkmaar trekken blijken vooral mensen waar politici graag de term ‘gewone Nederlanders’ op plakken, inmiddels ingewisseld voor ‘hardwerkende Nederlanders’. En die hebben er genoeg van.

Hen is het hof gemaakt, vooral in verkiezingstijd, er zou naar ze geluisterd worden maar nu even niet want de volksgezondheid gaat voor. Het gaat ze niet om de noodzaak van maatregelen, die staat vast, het gaat ze om de directieve toon van de politici, en om het eenrichtingsverkeer. ‘We willen een beetje begrip’, hoor ik, daarom demonstreren ze, met alweer een strenge persconferentie in zicht.

Jeson, Djodie en Kay. Beeld Toine Heijmans
Jeson, Djodie en Kay.Beeld Toine Heijmans

Djodie Joosten is geen activist, het is haar eerste keer, ‘het komt uit mezelf’, maar nu organiseert ze het protest met haar hartsvriendin Deborah Cordes en met Jeson Medina, die ze op Facebook leerde kennen. Ze is alleenstaande moeder van Kay van acht, die ook een fakkel draagt – veel demonstranten nemen vanavond hun kinderen mee.

‘Ik ben geen wappie’, zegt Djodie maar meteen, als disclaimer. ‘Maar we zijn de regels zat. Het is te veel. Het weegt er niet meer tegenop. Het is alleen maar angst, het is klaar. Iedereen zit er doorheen.’

Het idee voor de fakkeltocht (‘mooi en vredig’) komt uit Frankrijk: een stille omgang die niets te maken heeft met complotdenkers en relschoppers. Die domineren het nieuws, zegt Djodie, niet zij, ‘wij worden overschreeuwd door het gedoe’.

Het Museumplein opnieuw leeg geveegd, dat is nieuws. Niet wat de demonstranten beweegt, of de zinnigheid van hun protest: het scherp houden van de macht.

Djodies ouders hebben een stomerij, van de twee winkels moesten ze er één sluiten. Daar is een generatie lang aan gewerkt. ‘Je zit thuis en je ziet het misgaan en dan denk je: wat ga ik doen?’ Aanvraag bij de gemeente, overleg met de politie, route uitzetten, ‘ik ben zomaar een actievoerder geworden, haha, en het is nog hard werken ook.’

Met de lente hangt er een kanteling in de lucht: het coronajaar heeft lang genoeg geduurd. Drie planbureau’s willen een sociaal herstelplan: ‘er is geen tijd te verliezen’, schrijven ze, en Kim Putters van het SCP zei dat ‘de rek’ eruit is: ‘de politiek moet weer normaal gaan doen’.

Precies wat de mensen zeggen die meelopen met de fakkeltocht. Ze willen ‘perspectief’ – iets wat kortgeleden nog door ex-staatssecretaris Eric Wiebes werd afgedaan met een hooghartig ‘ó wat hebben we perspectief nodig’.

Honderd mensen mogen meedoen volgens de protestvergunning, het zijn er bijna twee keer zoveel. De stoet vertrekt en er zijn veel gezinnen bij die vrezen voor de toekomst. De gewone, hardwerkende Nederlanders zijn vaak degenen die het hardst worden geraakt, met hun wankele arbeidscontracten, een ijzerenheinige belastingdienst, met thuisonderwijs en dreigende faillissementen.

Jeson verloor zijn vaste baan als meubelbezorger, ‘ik ontken het virus niet, maar het lijkt alsof de politici de gevolgen niet willen zien’. Nu heeft hij een uitkering en solliciteren is zinloos, machteloosheid is het woord. ‘Hoe gaan we dat straks dan doen?’

Mirjam van Wijk is roostermaker op een middelbare school, ze is met haar kinderen, man, broer en vader, ‘we worden zo báng gemaakt’, zegt ze, ‘en als je dat zegt, ben je een wappie. Het is een verschrikkelijk virus, maar het is niet álles, weet je. Er is meer. En dat is helemaal uit zicht geraakt.’

Jurriaan Klomp, kinderboekenschrijver en componist, was niet eerder bij een demonstratie, ‘nooit de behoefte gevoeld’, maar nu wel, en hij nam zijn dochter mee. ‘Er is geen dialoog’, zegt hij, het virus bepaalt en iedereen heeft zich ernaar te voegen, ‘dat maakt je machteloos. Als ze van tevoren nou hadden gezegd: mensen, het wordt nooit meer normaal, was dat eerlijker geweest. En nu moeten we zelf aan de bel trekken.’

Dat gaat geordend en geweldloos, een slinger lichtjes langs de grachten. Eén politiebusje is genoeg, plus twee boa’s op de fiets, en iedereen is ruim voor de avondklok alweer thuis.

Ook dat mag weleens in de krant.

Meer over