ColumnSylvia Witteman

Een boek terugvinden waarvan je vergeten was dat je het interactief aan flarden had geknipt

null Beeld

Een van de weinige écht leuke dingen in het leven is een geweldig boek terugvinden waarvan je vergeten was dat het bestond. De kroondieven kreeg een Zilveren Griffel in 1975, en dus kreeg ik, als 10-jarige, dat boek. Een boek als een schatkamer. Het gaat over drie kinderen, die lukraak het verhaal binnenrollen: Maarten, Johanna en Robert. Tijdens het spelen op de hei plukken ze hazelnoten van een struik die blijkbaar behoort aan ‘koning Spekzwoerd’, een ouderwetse, onverlichte despoot (en een varken, zien we op de plaatjes.) Ze worden opgepakt door zijn handlangers (honden), opgesloten in zijn kasteel en ‘heropgevoed’ door de zoetsappige gouvernante ‘juffrouw Blafmuis’ (een kat).

De kinderen laten het er niet bij zitten, verzetten zich met vrolijke anarchie tegen het regime, brengen de koning ten val door zijn gouden kroon te stelen, en helpen de slimme en rechtvaardige ‘Professor Wet’ (een uil) op de troon. Helaas, zoals te verwachten viel, corrumpeert de macht ook de nieuwe koning Wet; hij blijkt vooral een strenge hoeder van oude waarden zoals gezag en bezit. Met hulp van hun (dieren)vriendjes onttronen de kinderen uiteindelijk ook de nieuwe koning. De gouden kroon wordt omgesmeed tot een heleboel kleine gouden kroontjes en iedere kasteelbewoner krijgt er één. Van nu af aan is iedereen koning.

Een typisch jarenzeventigverhaal, kortom, Jan Terlouw had het kunnen schrijven. Maar het leuke aan De kroondieven is dat het interactief was, in een tijd dat dat woord nog niet bestond. Het zit vol prachtige plaatjes waar je mee kunt spelen. Zo is er een naakte koning te zien, met uilenkop maar een mensenlichaam, voorzien van een dikke, harige buik en een lul met ballen. Op de volgende pagina kun je vijf verschillende zwembroeken uitknippen en kijken welke de koning het best staat.

Ook het stapeltje repressieve ‘koninklijke leerstellingen’ van Koning Spekzwoerd kun je doormidden knippen en de helften onderling verwisselen, waarna ze in absurdistische kolder veranderen. ‘Daarvoor heb je een schaar nodig’, aldus het boek. Daaronder, op ware grootte, de foto van een schaar. ‘Hier is er een. Je kunt hem uitknippen. Daar heb je natuurlijk wel wéér een schaar voor nodig. Als je een schaar hebt, dan kun je de schaar uitknippen. Dan heb je twee scharen. Als je geen schaar hebt, kun je de schaar niet uitknippen. Dan heb je geen schaar. Onrechtvaardig, toch...?’

Ja, zo leg je aan een 10-jarig kind uit wat kapitalisme is. Het boek is sowieso een groot communistisch manifest, met dat ‘iedereen is een beetje koning’. Het verscheen ten tijde van Mao’s Culturele Revolutie, waarbij miljoenen onschuldige mensen een gewelddadige dood vonden. Ook doet de Grote Roerganger behoorlijk aan Koning Spekzwoerd denken. Wel een beetje wrang allemaal, bij nader inzien. Maar wist ik veel? Ik vond het een heerlijk boek. Met die lieve olifant, die niet naar binnen durft bij de bakker, omdat hij bang is dat hij meel in zijn slurf krijgt. En dat geweldige plaatje van een bord spinazie met puree, waarmee de kinderen ‘stille witte zee’ spelen. En al die absurde ‘bijverhalen’ die in het boek opduiken, zoals ‘het verhaal van de zebra die er genoeg van had’.

Het boek is vertaald uit het Duits, wat ik me indertijd niet realiseerde. En ook de namen van de auteurs zeiden me niets. Nu wel. Bernd Eilert (tekst) en Friedrich Karl Waechter (illustraties) zouden een paar jaar later het beroemde satirische tijdschrift Titanic oprichten.

Mijn eigen exemplaar van De kroondieven heb ik toen helemaal stukgelezen en interactief aan flarden geknipt en geplakt. Het tweedehands exemplaar dat ik onlangs heb bemachtigd is nog helemaal heel.

Onbegrijpelijk.

Meer over