VERSLAGGEVERSCOLUMNMICHEL MAAS IN ZWOLLE

Een belofte geldt, zolang de staat wil dat die geldt

null Beeld

De zon is terug, maar de IJssel is nog steeds breder dan normaal. Paaltjes met prikkeldraad steken uit het water dat de boel heeft overstroomd. Dat is de bedoeling. De mens heeft de uiterwaarden teruggegeven aan de IJssel. ‘Ruimte voor de Rivier’, is de ambtenarennaam voor dit project.

Aan het achtergebleven aanspoelsel tegen de dijk kun je zien hoever het water alweer is gezakt. Herefordkoeien zijn losgelaten op het nog zompige stuk weiland voor het huis van Johan Groten en zijn zus Riek. De koeien zijn een idee van de vrijwilligers van A Rocha Zwolle die de ouderwetse uiterwaarden terug willen zoals landschapsschilder Jan Voerman ze honderd jaar geleden schilderde.

Mooi is het wel, maar goed is het niet. Waar de koeien staan had Johan Groten eigenlijk zijn eigen schaapjes willen laten lopen, maar hem is niks gevraagd, zegt hij. Het is de wrok die hier spreekt. Groten is onrecht aangedaan. Ze hadden hem een brug beloofd maar ze bouwden niks. En omdat Groten een man is ‘die de onderste steen boven wil hebben’, begon hij in zijn eentje een gevecht tegen ‘heel grote jongens’, of in rechtbanktermen: ‘de staat’.

Het huis van Johan Groten en zijn zus Riek, met op de voorgrond de Herefordkoeien.  Beeld
Het huis van Johan Groten en zijn zus Riek, met op de voorgrond de Herefordkoeien.

De brug werd Groten beloofd toen werd besloten de uiterwaarden, waarin zijn huis op een terp staat, weer te laten onderlopen. Maar in 2015 lieten de instanties ineens weten dat de brug niet doorging; ze vonden die achteraf toch te duur.

En daarmee begon het ongelijke gevecht tegen de staat. Eerst met een kort geding. Groten: ‘Dat moest ik aanspannen, want zonder eerst een kort geding aan te spannen kun je geen procedure beginnen. Het stond van tevoren vast dat ik dat ging verliezen, en dat gebeurde ook.’

Na het ontmoedigende begin bracht Groten de zaak aan bij de rechtbank in Zwolle. Daar kreeg hij zowaar meteen gelijk: op 21 februari 2018 bepaalde de rechter dat de staat de brug had beloofd, en dat de staat daarom de brug ook moest bouwen. Beloofd is immers beloofd.

De eerste keer dat ik Johan Groten belde nam zijn zus Riek op. Een bezoek was onmogelijk, zei ze: ‘Je kunt nu niet komen hoor, want we zijn behoorlijk geïsoleerd.’ Ze doelde op het water dat de terp van alle kanten had ingesloten. ‘Johan is met de roeiboot naar de brievenbus om de post op te halen.’

De brede IJssel en de spoorbrug. Beeld
De brede IJssel en de spoorbrug.

Het klonk bijna idyllisch en dat zou het misschien ook zijn geweest als het land niet was onteigend (‘of gestolen, zeg maar gestolen’, zegt Johan later). En als het Arnhemse gerechtshof er niet was geweest.

Bijna twee weken na het eerste gesprek zijn broer en zus opnieuw geïsoleerd. Ik ben naar hun huis gereden, en vanaf de hoge IJsseldijk kijk ik erop neer. Zo dichtbij en toch zo ver. Binnen kom ik nog steeds niet, want de IJssel is weliswaar gezakt, maar nu zit corona een rechtstreeks gesprek in de weg. Riek is al ‘tegen de 80' en Johan ‘hoopt binnenkort 81 te worden’, dus ze moeten een beetje voorzichtig zijn. Buiten is het druk met dagjesmensen, zegt Riek, en die maken haar nerveus: ‘Ze komen allemaal naar de IJssel kijken, en ze staan echt niet allemaal ver van elkaar.’ Johan is laconieker. Net zoals het water zal ook de corona straks wel weer weggaan.

Een brug is er nog steeds niet, en die komt er waarschijnlijk ook niet meer. De staat is namelijk in beroep gegaan en op 10 maart 2020 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de uitspraak van de Zwolse rechtbank vernietigd. Enig lichtpuntje voor Groten is dat het Hof vaststelt dat de staat wel degelijk een belofte heeft gedaan (wat de staat zelf steeds ontkende), maar, zegt het het vonnis er meteen achteraan: de staat hoeft zich niet aan zulke beloftes te houden.

Hattem aan de overkant. Beeld
Hattem aan de overkant.

In gerechtshoftaal: ‘De Staat kan zich op het standpunt stellen dat dit geen doelmatige uitgave is en dat het haar belang is (algemeen belang) die uitgave niet te doen.’ Oftewel: de staat kan het beloofde geld van de brug voor iets belangrijkers gebruiken, als hij dat wil.

Groten kan nog in cassatie, maar weet niet of hij dat zal doen. Grotens advocaat Dominique van Dijk twijfelt: ‘Het Hof heeft die uitspraak juridisch behoorlijk dichtgetimmerd.’

En nu is het ook even wachten op corona.

De zon schijnt. Groten beëindigt het telefoongesprek (‘ik kan nog uren praten’) om in de tuin te gaan werken. Hij houdt van het uitzicht op Hattem, aan de overkant, en van de IJssel. Er is een goede wind die het water stroomafwaarts blaast, en de rivier kruipt terug in zijn bedding, maar morgen kan het weer anders zijn, weet Groten: ‘Wind en water zijn verraderlijk.’

Meer over