ColumnAleid Truijens

Een alternatief voor de autonome school, wie durft?

null Beeld

‘Haags micromanagement’ en ‘doorgeslagen regelzucht’ van het ministerie van onderwijs, wie wil dat nu? Een minister die zich tot in detail bemoeit met wat op scholen gebeurt? Mij lijkt het een slecht idee. Ik ken ook niemand die goed bij zijn hoofd is die ervoor pleit. Toch schrijft Omar Ramadan, bestuursvoorzitter van Sophia Scholen en bestuurslid van de PO-Raad mij die ideeën toe.

Ik pleit voor iets anders. Voor een ministerie dat de verantwoordelijkheid neemt die het wettelijk heeft: goed onderwijs aan alle kinderen. Daarin faalt de overheid nu omdat ze die de verantwoordelijkheid grotendeels heeft afgewenteld op de schoolbesturen, verenigd in de PO-Raad en VO-Raad. Op werkgeversorganisaties dus.

Dit systeem, van de autonome school waar het geld vanzelf binnenkomt en een wegkijkende overheid, werkt niet. Scholieren leren te weinig en de verschillen in kansen voor kinderen zijn verontrustend groot. Een kwart van onze pubers is praktisch analfabeet. Het is de scholen, in het huidige systeem, niet gelukt om het tij te keren.

Ik lees in Ramadans stuk geen enkel argument tegen die stelling. Ook hij zegt: ‘De scholen in ons land presteren onvoldoende en halen niet genoeg uit elke leerling, met kansenongelijkheid als gevolg. In vergelijkbare landen scoort de gemiddelde 15-jarige leerling beter dan hier.’ Dat is niet zomaar een vaststelling, het duidt op ernstig falen van de scholen.

Sinds de commissie-Dijsselbloem waarschuwde tegen ondoordachte onderwijsvernieuwingen vlogen de vernieuwingen als ‘gepersonaliseerd’ en ‘zelfsturend’ leren ons om de oren, vaak doorgevoerd tegen de zin van de leraren. Daardoor hebben besturen wel degelijk bijgedragen aan het dedain voor vakkennis. Sinds Alexander Rinnooy Kan in 2007 wees op een ‘kwalitatief en kwantitatief lerarentekort’ werden beide allengs nog veel groter. Het lerarentekort is dramatisch en in het voortgezet onderwijs werken steeds minder academici.

Ramadan wijt de matige kwaliteit losjesweg weg aan twee dingen. Het onderwijs krijgt te weinig geld (een ‘op aandringen van de PO-Raad’ uitgevoerd onderzoek van McKinsey wees dat uit) en de leerlingen worden te vroeg geselecteerd. Op hun 11de ligt hun toekomst vrijwel vast. Maar ja, nú zijn PO-Raad en VO-Raad voorstander van latere selectie, maar dat waren ze lange tijd niet. We moesten vertrouwen op het oordeel van leerkrachten en het toelatingsbeleid van middelbare scholen. Ook heeft de VO-Raad de vorming van categoriale scholen niet tegengehouden. Schoolbesturen hebben daardoor bijgedragen aan de toegenomen kansenongelijkheid. En meer geld? Altijd fijn natuurlijk. Maar dan moeten we zeker weten dat het niet, zoals vaak in het verleden, in de muil van de lumpsum aan de scholen verdwijnt.

Individuele bestuurders is weinig kwalijk te nemen, het zijn doorgaans vast hardwerkende en verantwoordelijke mensen. Het is het systeem dat niet deugt. Het toont weeffouten. De belangen van werkgevers – tevreden ouders, veel diploma’s uitdelen, vergaande digitalisering, homogene klassen, flexibel inzetbare, tijdelijke en goedkope docenten – zijn vaak niet te rijmen met kwaliteitseisen: vaste standaarden voor leerprestaties, bewezen effectieve lesmethoden, kansen bieden om te ‘klimmen’, objectieve examinering, leraren met veel vakkennis en vaste contracten.

Er is geen politieke partij met een goed alternatief voor de autonome school, schrijft Ramadan terecht. Dat is vreemd. In alle hoogontwikkelde landen neemt de overheid wél de volledige verantwoordelijkheid voor de onderwijskwaliteit. Wij zijn de uitzondering. Ideaal zou zijn als ‘Den Haag’ eist, controleert en ingrijpt waar het echt moet, en dat kleine besturen – waarin ook leraren en ouders zitten – zelf bepalen hoe de uitvoering op school gebeurt. Zo’n gedurfd plan is zeer welkom.

Meer over