Column

Dylan-versus-Cohendiscussie lijkt voor even beslecht

Alsof we twee babyboomers zijn met een irritant uitgebreide platencollectie en nog irritantere meninkjes over muziek - wat op een haar na ook zo is - zaten mijn vriend en ik de afgelopen week de hele tijd te discussiëren over de kwestie 'Bob Dylan versus Leonard Cohen'. Dat is maar een klein eindje verwijderd van de Beatles-versus-Stonesdiscussie waarmee vervelende oudere mannen graag hun tijd stukslaan.

'Bob zei ineens tegen Leonard: 'Jij bent de nummer één.' Leonard helemaal opgetogen, natuurlijk. 'En ik ben de nummer nul', zei Bob toen.' Beeld anp
'Bob zei ineens tegen Leonard: 'Jij bent de nummer één.' Leonard helemaal opgetogen, natuurlijk. 'En ik ben de nummer nul', zei Bob toen.'Beeld anp

Bob Dylan was altijd al de held van mijn vriend, en inmiddels nog meer, omdat hij zo ongelofelijk vervelend ostentatief die Nobelprijs zit te negeren. (Mijn mening over Bob Dylan laat ik subtiel doorschemeren in voorgaande zin.) Leonard Cohen, tijdgenoot van Bob en ook ooit seksbom-slash-Bard is de held die ik daar tegenover stel, middels retoricahoogstandjes als: 'Jij vindt dus dat Bob Dylan de Nobelprijs voor de literatuur verdient. Nou, ze hadden hem net zo goed aan Leonard Cohen kunnen geven.'

Om iets meer gewicht aan mijn argumenten te geven, las ik een lang en vermakelijk artikel over mijn held in het tijdschrift The New Yorker, want Leonard krijgt de laatste weken gelukkig ook veel aandacht, omdat hij vanuit zijn huiskamer, gezeten in een orthopedische stoel, op zijn 82ste een nieuw album heeft gemaakt.

In dat artikel vertelde Leonard over zijn vriendschap met Bob Dylan. Ze zaten ooit samen in een auto naar een nummer van Bob te luisteren toen Bob ineens tegen Leonard zei: 'Jij bent de nummer één.' Leonard helemaal opgetogen, natuurlijk. 'En ik ben de nummer nul', zei Bob toen.

Dat is voor mijn vriend een reden om Bob nog leuker te vinden en langdradig Lay Lady Lay te draaien, en voor mij een reden om Bob nog irritanter te vinden.

Maar nu lijkt het tij te keren. Mijn vriend downloadde de nieuwe plaat van Leonard, You Want It Darker, en draait die nu de hele dag. Niet dat ik daar iets op tegen heb. Ik zing heel hard 'Himeni himeni' mee met het Hebreeuwse achtergrondkoortje en ik vind het zelfs niet erg dat Leonard zijn eigen oude nummer Anthem een beetje geplagieerd heeft. Dat mag op je 82ste.

De hele dag wordt ons huis dus gevuld met muziek om je polsen bij door te snijden, zoals het werk van Leonard vaak beschreven wordt, al heb ik zijn muziek zelf nooit deprimerend gevonden, terwijl ik normaal gesproken weinig externe of interne prikkels nodig heb om in huilen uit te barsten.

'Dit is zó goed', zegt mijn vriend nu de hele tijd. 'Dit is zó'n verschríkkelijk goeie plaat.' 'Ja, zie je wel!', roep ik de hele tijd terug, maar dat hoort hij al helemaal niet meer, zo hard is hij 'You want it darker, we kill the flame' aan het meekreunen.

Een beetje teleurstellend is het toch wel. Leonard was van mij.

Meer over