Dwing energiebedrijven tot duurzaamheid

De wereld wordt geregeerd door de economie.

Jan Terlouw

Stijging van de welvaart, werkgelegenheid, technologische ontwikkelingen, verbetering van de volksgezondheid, dat en heel veel meer heeft te maken met economische groei.

De conferentie in Kopenhagen ging over energiebeleid. Er waren talloze regeringsleiders, ambtenaren, vertegenwoordigers van NGO’s, maar van de aanwezigheid van de president-directeuren van de grote energieleveranciers, de olie- gas- en kolenbedrijven, heb ik niet gehoord. En toch zijn dat hoofdrolspelers bij het energiebeleid.

Fossiel

Van de nieuwe elektriciteitscentrales die in aanbouw zijn, is meer dan 75 procent gebaseerd op fossiele brandstoffen. Ieder jaar worden honderden miljarden dollars geïnvesteerd in booreilanden, pijpleidingen, olietankers en wat dies meer zij, alles ten behoeve van fossiele brandstoffen. Het grote voorpaginanieuws is nog altijd als ergens fossiele brandstoffen zijn gevonden: gas op Nova Zembla, enorme voorraden olie rond de Noordpool, of als Shell een concessie heeft verworven in Irak.

Shell maakte in 2008 een winst van 34 miljard dollar maar liet in 2009 weten zich terug te trekken uit zon- en windonderzoek. Onvoldoende rendabel. Welke optimist gelooft dat over twintig jaar, als de enorme investeringen die nu worden gedaan tot productie zijn gekomen, de kranen zullen worden dichtgedraaid vanwege de CO2-uitstoot?

Meewarig
De directeuren van de bedrijven die energiedragers op de markt brengen (olie, kolen, gas) moeten meewarig hebben geglimlacht toen ze kennis namen van de pogingen en de mislukkingen om tot een klimaatakkoord te komen. De temperatuur van de aarde mag deze eeuw niet méér stijgen dan twee graden, werd de povere afspraak. Geen enkele indicatie is gegeven hoe dat doel moet worden bereikt. Misschien gaat in de nabije toekomst een aantal landen formuleren in welke mate ze de uitstoot van CO2 willen reduceren. Zoals bijna altijd zullen ze dat doen zonder er bij te zeggen op welke manier ze van plan zijn dat doel te bereiken.

De enige manier om de CO2-uitstoot blijvend terug te dringen is door over te schakelen op duurzame energie. Tot nu toe gebeurt dat nauwelijks. Het Kyoto-verdrag uit 1997, dat nog loopt tot 2012, gaat uit van het principe ‘de vervuiler betaalt’. Het broeikasgas CO2 moest een prijs krijgen, waardoor duurzame, niet-CO2-uitstotende energieproductie, rendabeler zou worden. Dat heeft maar tot een zeer beperkt resultaat geleid.

Overschakelen op duurzame energie, die - let wel - in overvloed beschikbaar is, kan in de praktijk alleen gebeuren door de leveranciers van energie. Waar we iets aan zouden kunnen hebben is dan ook een conferentie met als deelnemers de politieke leiders van de landen die de grootste energieconsumptie hebben en de leiders van de grootste bedrijven die energie leveren.

Duurzame energie
Stel dat voor de volgende aanpak werd gekozen. De regeringsleiders spreken met de bedrijven die fossiele brandstoffen op de markt brengen af dat ze in 2011 2,5 procent van hun investeringen besteden aan de transitie naar duurzame energie. Dat kan met windmolens, of door het produceren van biogas, of door zonnewarmte in de woestijnen te benutten (CSP), of waar de markt ook maar voor kiest, als het maar duurzame energie betreft. Vooralsnog zijn die investeringen minder rendabel dan investeringen in het winnen van fossiele brandstof. De energie wordt dus iets duurder, zeg 1,5%.

Wie moet dat betalen? De consument natuurlijk, wie anders? Maar de consumenten in rijke landen gebruiken veel meer energie dan die in ontwikkelingslanden, dus zij betalen het meest, zoals het hoort. (Het is trouwens best mogelijk dat energiebedrijven in China al voldoen aan die eis van 2,5 procent.)
Vervolgens moeten in 2012 de energiebedrijven 5 procent van hun investeringen besteden aan duurzame energie. Enzovoorts. Een voortschrijdend schema. Kortom, er wordt een systeem opgezet waardoor in zo’n 20 jaar een groot deel van de investeringen besteed wordt aan transitie naar duurzame energie, wat toch de bedoeling is van velen.

Goedkoper
Wellicht zouden verplichtingen als bedoeld na een aantal jaren niet meer nodig zijn. Het gewenste mechanisme is dat door de verplichte investeringen duurzame energieopwekking ook werkelijk goedkoper wordt. Zijn daar indicaties voor? Ja, want de prijs van duurzame energie daalt nog steeds omdat er betere technische oplossingen worden gevonden en het ‘economy of scale’ effect tot aanzienlijke kostenreductie zal gaan leiden. Duurzame energie kan uiteindelijk zonder investeringsverplichtingen goedkoper worden dan olie, gas en kolen.

Het zou nog verkieselijker zijn als de eis werd gesteld dat in een oplopend schema een deel van de geleverde energie duurzaam moet zijn, maar dat is de eerste zeg 10 jaar geen redelijk verlangen. Het kost tijd om de investeringen tot productie te brengen. Na een jaar of tien zou die eis kunnen worden gesteld.

Protest
De marktpartijen zullen aanvankelijk protesteren tegen zo’n afspraak, zoals ze begrijpelijkerwijs meestal protesteren als hun beperkingen of verplichtingen worden opgelegd. Zo’n afspraak komt niet zonder slag of stoot tot stand. De politieke leiders zullen moeten dreigen met dwingende maatregelen. Maar als aan de belangrijkste eis van de marktpartijen – een gelijk speelveld – wordt voldaan, werkt het bedrijfsleven uiteindelijk wel mee.

Er zouden nog veel problemen moeten worden opgelost. Hoe controleer je of de investeringen werkelijk worden gedaan? Kunnen kleine bedrijven op hun eentje duurzame projecten aanpakken? Enzovoorts. Onoplosbaar lijken die problemen niet, althans niet als de regeringsleiders werkelijk de wil hebben om de schade die zal ontstaan door de temperatuurstijging van de aarde, ( die ongelofelijk hoge kosten gaat meebrengen) te beperken.

Vraag en aanbod
Leidt dit tot marktverstoring? Nee, dunkt me. Het marktmechanisme blijft in tact. Concurrentie op kwaliteit en prijs blijft gehandhaafd. Vraag en aanbod blijven elkaar ontmoeten op een markt met randvoorwaarden.

Overheden stellen zoveel eisen aan de markt. We mogen geen energie kopen die is verworven door kinderarbeid, om maar eens iets te noemen.

De producten van bedrijven die niet voldoen aan de eis van duurzaamheidsinvesteringen mogen niet meer worden verkocht, zoals dat bijvoorbeeld is geregeld voor bepaalde spuitbusgassen. Op zichzelf niets nieuws.
Maar natuurlijk moet de overheid, zoals gezegd, wel zorgen voor een gelijk speelveld, zodat eerlijke concurrentie gewaarborgd blijft.

Lange termijn
Een totaal vrije markt neemt nu eenmaal geen verantwoordelijkheid voor de lange termijn. Dat kan een vrije markt niet, daarvoor is een sturende overheid nodig. De overheid is de enige instantie die verantwoordelijkheid voor de verre toekomst kan nemen, moet nemen.

Duurzame energie heeft als kenmerk dat het niet leidt tot uitstoot van broeikasgas, dus niet bijdraagt aan die zo ongewenste opwarming van de aarde. Tot het einde der tijden zal er genoeg duurzame energie voorhanden zijn. Het is technisch geen enkel probleem die energie bruikbaar te maken. Economisch is het lastiger, maar m.i. op een manier als hierboven aangegeven heel goed te doen, met behoud van de voordelen van het marktmechanisme. Het echte probleem is het ontbreken van het politieke leiderschap dat nodig is om het klimaatprobleem fundamenteel aan te pakken.

null Beeld
Meer over