ColumnThomas van Luyn

Drummen is echt heel, heel makkelijk. Serieus, een aap kan het leren

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld

Er is een mop onder muzikanten. Of eigenlijk zijn er duizenden moppen onder muzikanten, en de meeste daarvan zijn extreem smerig, maar aangezien velen van u dit blad in het weekend lezen en er dan vaak minderjarigen in uw buurt rondhangen, zal ik die niet opschrijven. De mop waarover ik het heb hoort thuis in de categorie instrumentalisten-moppen. In de klassieke muziek bijvoorbeeld, gaan die altijd over altviolisten. Als in: wat is het verschil tussen een echte viool en een altviool? De formulering verklapt dat de altviool de onderliggende partij gaat zijn in deze, maar voor de goede orde het antwoord: een altviool brandt beter en er kan meer bier in. Ja ik zei niet dat ze allemaal even briljant zijn, maar dan weet u wie de pispaal is in orkestmoppen, zijnde de altviolist dus.

In de jazz is dat de drummer. De mop luidt: hoe noem je iemand die graag in de buurt van muzikanten rondhangt? Antwoord: een drummer. Nogmaals, het gaat hier niet om de kwaliteit van de mop per se, maar om hoe er onderling over elkaar wordt gedacht in het wereldje. In de pop bijvoorbeeld zijn de clichés dat zangers arrogant en zelfingenomen zijn, gitaristen in elk stadje een ander schatje hebben, toetsenisten betweterige nerds met eczeem zijn, dat bassisten zwijgzaam en saai zijn, en dat drummers dus niksnutten zijn die eigenlijk niks kunnen – net als in de jazz, inderdaad, dus er zou een kern van waarheid in kunnen zitten.

Welnu, ik heb een drumstel gekocht. Zo eentje met een koptelefoon. Eigenlijk voor mijn zoon, maar steeds als hij wil oefenen zit zijn vader er net op. Geen idee hoe dat steeds kan, het zal wel aan hem liggen. Hoe dan ook, ik kan niet anders zeggen dan dat drummen inderdaad echt heel, heel makkelijk is. Serieus, een aap kan het leren. Je hebt twee stokken; de ene, in je linkerhand, doet alleen maar pats op de trommel. Ik zou heel technisch kunnen doen en zeggen dat die pats op de twee en de vier moet komen, maar als het zo technisch was zouden het niet voornamelijk bajesklanten en drugsverslaafden zijn die zich aangetrokken voelen tot het beroep van slagwerker (u merkt, ik heb mijzelf de humoristische clichés eigen gemaakt). Ook zonder conservatorium weet je wel waar die pats zit: het is de ‘klap’ in de boem-klap, boem-klap. Nou en het andere gedeelte, de boem van de boem-klap, dat is de bassdrum: de trommel die je met het pedaaltje bedient. Wie ooit weleens met zijn voet heeft meegetapt op een lekker nummer kan het al, want dat is precies de beat die je met de bassdrum moet spelen: boem boem boem.

Het enige lastige is die rechterhand, die moet aldoor tiktiktik doen op de hi-hat. Dat is geestdodend werk, maar juist daardoor bij uitstek geschikt voor zwakbegaafden, mensen met obsessief-compulsieve neigingen, of als deel van een reïntegratietraject voor burn-outslachtoffers. Voor hen kan drummer een ideaal beroep zijn.

Zelf zet ik graag heel hard Highway To Hell van AC/DC op repeat, sixpack bier ernaast, en dan gaan, en fantaseren hoe heerlijk het moet zijn om voor volle stadions boemtikklaptik, boemtikklaptik te doen, de rest van je leven, en dat iedereen je dan helemaal te gek vindt. Nóg een roeping die ik heb gemist.

Meer over