EssayDrugsbeleid

Drugsbazen wanen zich in Nederland onaantastbaar, dat moet stoppen

Beeld Jan Hamstra

De Nederlandse overheid lijkt niet bereid om de naargeestige drugswereld echt aan banden te leggen, signaleren bestuurskundige Pieter Tops en journalist Jan Tromp in hun nieuwe boek Nederland drugsland. Voor- en tegenstanders van het legaliseren van gebruik moeten samen oplossingen zoeken die kwetsbare mensen beschermt en die het verdienmodel van de criminelen ondermijnt. 

Tijdens onze trektocht door het land van de ondermijning kwamen we een officier van justitie tegen die anoniem zijn hart wilde luchten. Hij zei: ‘Overal in Nederland wordt drugshandel bewust genegeerd. Ook bij ons, bij justitie. Het idee is dat we die drugshandel toch niet teruggedrongen krijgen. Dat spoort toch niet? Criminelen beleggen eerst in een wietkwekerij, dat levert groot geld op, dan gaan ze herinvesteren, ze stappen over op pillen, op cocaïne. Wat voor maatschappij creëren we op deze manier? Hoe denk je dat terreur wordt gefinancierd? Hoe visieloos kunnen we zijn? Je hebt als crimineel op een goed moment, en sneller dan wij denken, zoveel geld dat je alles kunt kopen. Je kunt apparatuur aanschaffen die het onmogelijk maakt jou te volgen, je kunt aan contraspionage doen, hackers inhuren om systemen lam te leggen, je kunt liquidaties laten uitvoeren. Je kunt op allerlei manieren een dikke middelvinger opsteken naar de overheid. Dat doet geld. Geld corrumpeert alles. Als we dat niet inzien, wordt het een moeilijk verhaal.’

In Nederland – groot in de productie van hennep, xtc en speed en in de handel van cocaïne – vermengen criminele activiteiten zich met het dagelijks leven van veel mensen die niet persé een criminele inborst hebben. Zij vormen de hulptroepen van de organisatoren van de drugsindustrie, van thuiskwekers tot koeriers. Ze pikken hun graantjes mee en hebben daartegen amper een moreel bezwaar.

Ook in economische zin is drugscriminaliteit sluipenderwijs ingebed geraakt. Elektriciens en autoverhuurders, maar ook financiële adviseurs en notarissen – allemaal nette mensen – maken op hun eigen manier deel uit van de carrousel van diensten die moeilijk grijpbare drugsbazen nodig hebben voor een vlotte gang van zaken.

Zo is in Nederland een parallelle economie ontstaan van onvoorstelbare omvang, geleid door lui die zich onaantastbaar wanen. De overheden hebben er grosso modo geen greep op.

Drugsoorlog

Bij herhaling klinkt de bewering dat de Nederlandse overheid een oorlog voert tegen drugs, tegen productie en handel én tegen gebruik. Maar het gebruik van soft- en harddrugs wordt in ons land niet strafrechtelijk vervolgd. Met de mond belijdt de politiek een harde opstelling, maar opsporing en vervolging van de drugshandel zijn ondergeschoven kinderen. Het ontbreekt aan menskracht en prioriteit om de netwerken achter hennepkwekerijen en laboratoria voor xtc en amfetamine op te rollen. Het gebruik is genormaliseerd en daarmee, min of meer stilzwijgend, ook de productie en de handel. We willen maar zeggen: van een drugsoorlog is in Nederland geen sprake.

Als we criminaliteit willen bestrijden, is niet drugsgebruik het primaire probleem, maar de enorme hoeveelheden geld die met de illegale productie en handel gegenereerd worden. Wat te doen? Een absoluut verbod op drugs leidt tot een illegale markt. Hierover bestaat overeenstemming. Interessanter is de omgekeerde situatie – we gieten die in de vorm van een vraag: verkruimelt die illegale economie met zijn miljardenopbrengsten als we drugs legaliseren?

Voorop staat: in alle varianten van bestrijding zal het verdienmodel van de Nederlandse criminele drugseconomie kapot moeten worden gemaakt. Het grootste deel van de productie en handel in Nederland is bestemd voor de export. Voor synthetische drugs geldt dit in extreme mate. Meer dan 90 procent van de productie gaat naar het buitenland. Daarom geldt: wat we in het binnenland ook legaliseren, de zeer lucratieve schaduwwereld zal blijven floreren. Internetdistributie zal groeien, de overheden zullen achter de feiten blijven aanhollen. Het ‘buitenlandse’ deel van de productie zal bovendien een stevige concurrent blijken van een gelegaliseerde binnenlandse markt. De prijzen zijn er lager dan die in de staatswinkels, het assortiment is veelzijdiger en de werkende stoffen van de illegale drugs zijn krachtiger.

Dit alles is geen reden om regulering uit het hoofd te zetten. De nationale overheid moet zich dan voorbereiden op gecontroleerd drugs legaliseren, hoezeer de gedachte sommige politieke partijen ook tegen de borst zal stuiten. Handhaving van een papieren norm die door een groot deel van de samenleving niet wordt gedeeld, is vragen om problemen, we zeggen het criminoloog Cyrille Fijnaut graag na. Het heeft de deur opengezet voor een machtige illegale markt en geleid tot ondraaglijke overbelasting van het justitieel systeem.

We blijven achter met een groot probleem: er zal iets moeten worden bedacht opdat een legaal systeem opgewassen is tegen de omvangrijke, goedgeorganiseerde en innovatieve drugscriminaliteit. Een gereguleerd systeem van drugsverstrekking verdient bescherming. Daar hebben we in Nederland een apparaat voor: politie en justitie. Deze diensten moeten de repressie van de drugsindustrie aanzienlijk versterken, de pakkans en de strafmaat moeten omhoog. Anders wordt het niks.

En dan nog. Repressie heeft alleen zin in binnen een brede aanpak van de uit zijn voegen gebarsten drugswereld, met aandacht voor economische, financiële, sociale en morele aspecten van het verschijnsel.

Drugsvrije generatie

Wij zijn op zoek naar meer gemeenschappelijkheid in het drugsbeleid. De minister verklaart in de Tweede Kamer dat zolang hij bewindsman is, legalisering van drugsgebruik geen onderwerp is. Hij meent het. Columnisten vragen zich snedig af hoelang het nog moet duren voordat de minister en zijn achterban het licht van de legalisering zien. Ze menen het. Zo schieten we niet op.

Schadebeperking – harm reduction – is het gezichtsbepalende kenmerk geworden van het Nederlandse drugsbeleid. Er sterven jaarlijks een paar honderd mensen aan drugsgebruik, maar de treurige golf van heroïneverslavingen met zijn talloze slachtoffers in de jaren tachtig hebben we overwonnen. Dat was het succes van een intensief programma van onder meer spuitenruil en methadonverstrekking. Klassieke illustraties van schadebeperking. 

Ontmoediging – use reduction – speelt van oudsher een kleine rol in het drugsbeleid van Nederland. Merk het markante verschil op met het beleid op alcohol en tabak. Daar is drastisch terugdringen van gebruik tegenwoordig de mantra. De liefhebbers van de alcoholische versnapering krijgen te horen dat ze met verstand moeten drinken, met mate. Rokers worden in toenemende mate tot de sneue landgenoten gerekend. Er wordt toegewerkt naar ‘een rookvrije generatie’. Voor drugsgebruik lijkt de vermanende aansporing veel minder te gelden. Ontmoediging van gebruik en veilig gebruik lopen elkaar op onheldere manier voor de voeten. Er is geen duidelijke sociale norm. Minder aanbod – supply reduction – is de eerste taak van politie en justitie. Prima. Maar ze kunnen het niet alleen. Er is een middengebied van gemeentebestuur, welzijnszorg, opbouwwerk en onderwijs dat zich moet inzetten op concreet lokaal beleid.

Beeld Jan Hamstra

Ons advies is: houd op met een stammenstrijd en laat voor- en tegenstanders van legalisering zoeken naar gemeenschappelijkheid. Wij denken dat het mogelijk is in zo’n context vruchtbaar beleid te ontwikkelen. Vormen van legalisering kunnen dan een nuttige bijdrage leveren aan beheersing en controle van gebruik. Dat is niet paradoxaal. Legalisering – liever spreken wij van regulering – is onderdeel van een brede benadering. Hierin gaan beheerst gebruik, controle op gebruik en gelegaliseerd gebruik hand in hand, als sluitstuk van nieuw beleid.

Drugsbeleid kan niet tot doel hebben het gebruik onder verdenking te plaatsen. We moeten behouden dat gebruik niet strafbaar is. Tegelijk moet de drugscriminaliteit zonder mededogen worden aangepakt. Het is een ingewikkelde manoeuvre: hard en repressief optreden tegen de georganiseerde criminaliteit, preventief naar gebruikers en niet-gebruikers en sociaal tegen kwetsbare groepen. 

Zo’n divers, maar in wezen samenhangend drugsbeleid kan effect sorteren aan verschillende kanten. Het kan de  criminele drugswereld minder aantrekkelijk maken, waardoor jongeren en kwetsbare personen minder snel zullen kiezen voor het snelle geld en het criminele pad. Het kan de ongelimiteerde beschikbaarheid van drugs beperken en biedt de mogelijkheid om nadrukkelijk te wijzen op de problematische kanten van gebruik, zoals gezondheidsschade. Het zal ook dat wonderlijke verschijnsel van genormaliseerd drugsgebruik weer enigszins twijfelachtig maken. Natuurlijk zal vooruitgang veel inspanning vergen. Maar in onze ogen wordt al veel bereikt als men de gemeenschappelijkheid van belangen erkent en zich zo organiseert. Nu ploetert iedereen maar een beetje voort in zijn eigen domein, met partiële successen, maar zonder greep op het grotere geheel.

Onze vraag is hoe we de woekering van de drugsindustrie met zijn gigantische hoeveelheden illegaal geld kunnen temmen om in algemene zin een rechtvaardige en integere samenleving overeind te houden. De morele vraag over welke samenleving we voor ons zien, krijgt in de politieke en publieke discussie onvoldoende aandacht.  Wij geloven dat zolang dat het geval is, de juridische krachten van de strafvervolging een even hardnekkige als vergeefse strijd blijven voeren.

Wildwestsituaties

Goed drugsbeleid is meer dan een optelsom van persoonlijke voorkeuren. Want dan kom je niet veel verder dan ‘ik heb er recht op’ of ‘ik ben tegen’. Ten minste twee ongemakkelijke kwesties worden niet opgelost als je drugsgebruik alleen als een individuele keuze ziet. Individuele drugsgebruikers dragen hoe dan ook bij aan een florerende, naargeestige criminele wereld. En voorts: drugs worden – net als alcohol – in alle lagen van de samenleving gebruikt, maar de problematische kenmerken ervan (verslaving, ontregeling van het leven, verdwijnen van toekomstperspectief) slaan vooral neer aan de onderkant. Mag dan van drugsgebruikers niet gevraagd worden om terughoudend te zijn in het opeisen van hun hoogst individuele recht op genot? Om rekening te houden met de maatschappelijke effecten van hun individuele keuzes? En mag omgekeerd van tegenstanders niet gevraagd worden om ruimte te geven aan de voorkeuren van drugsgebruikers, mits dat maatschappelijk verantwoord kan?

Wat als we nu eens accepteren dat drugs niet weg te denken zijn uit een samenleving? En dat er tegelijkertijd ook problematische en gevaarlijke kanten aan zitten? Serieus beheerste productie én gebruik van drugs kunnen dan een uitweg vormen. Niet verbieden, niet vrijgeven, maar beheersen. Dit is beter dan het laten voortbestaan van de huidige situatie waarin drugs formeel verboden zijn, maar waar zich in de praktijk wildwestsituaties voordoen, zowel rondom gebruik als productie.

Iedereen moet zijn schuttersputje verlaten. Dat vereist van tegenstanders dat zij zich over hun verwerping van drugsgebruik heen zetten en accepteren dat er in onze samenleving behoefte bestaat aan verdovende middelen. Het vereist van voorstanders dat zij bereid zijn hun drugsgebruik niet louter als een individuele keuze te beschouwen en oog te hebben voor de maatschappelijke effecten.

We kennen rondom drugs een decennialange politiek van polderen, schipperen, gedogen, klooien en aanmodderen. We hebben als samenleving nooit de verantwoordelijkheid genomen. De morele verlegenheid, de achteloosheid moet plaatsmaken voor eerlijkheid, doelgerichtheid en betrokkenheid. Anders zal het in Nederland niet lukken om de lokroep van het grote drugsgeld te weerstaan.

Pieter Tops en Jan Tromp: Nederland Drugsland. Balans € 21,99. 

Lees ook

De Wever denkt aan legalisering cocaïne 
Burgemeester Bart De Wever van Antwerpen noemt het ‘een optie’ dat zijn stad de strijd tegen de aanvoer van cocaïne opgeeft. ‘Het kan zijn dat je moet vaststellen dat we dit niet aankunnen. Dan moet je het opgeven, hè.’

Meer over