ColumnFrank Heinen

Door Hoekstra’s onzorgvuldigheid schemert de weerzin heen om suffig het goeie voorbeeld te geven

Frank Heinen artikel Beeld
Frank Heinen artikel

Het prettige aan het woord ‘belastingontwijking’ is dat er enige geruststelling van uitgaat. Iets ellendigs heeft op het nippertje niet plaatsgevonden. Je ontwijkt een kat die plots de weg op rent, een vage bekende op een vol perron, een uppercut (als je bokser bent) of een bergtop (als je piloot bent).

Afijn. De meeste Nederlanders zijn in staat de last van belastingen te dragen. Daarnaast heb je de groep die door overheidswantrouwen, administratief onvermogen of grove pech (of een cocktail van die drie) voor het oog van een hele natie door de staat wordt verpletterd.

En dan zijn er nog de weggetjesweters, vriendjeshebbers, regelvlooiers, uitzonderingsspecialisten en omzeilkampioenen. Veel belastingplichtigen hebben geen flauw idee waar ze zouden moeten beginnen met ontwijken. Zij ­komen niet verder dan het tijdelijk ongeopend laten van blauwe enveloppen.

Dankzij onverdroten spitwerk van een internationaal ­onderzoeksjournalistencollectief met daarin onder meer journalisten van Trouw, het FD en Investico zijn begrippen als ‘brievenbusfirma’ en ‘belastingparadijs’ terug van weggeweest. Nog zo’n aangenaam woord, ‘belastingparadijs’. Comfortabel als een ligstoel en veel gezelliger dan rijkemensen­eilandenrijk of schurkenarchipel. Maar goed, de brievenbusfirma in kwestie was de vlag waaronder een goede vriend van de minister van Financiën een ­bedrijf voor duurzame safari’s uit de grond stampte. Duurzaam, en toch niet duur.

Zodra het nieuws zondag uitkwam, begon Hoekstra direct te twitteren, op de toon van de echtgenoot die eerst een oude affaire verzwijgt en daarna uitroept: ‘We gaan hier toch geen ouwe koeien uit de sloot halen?’ Conclusie, aldus jurist Hoekstra: juridisch gezien was er geen speld te krijgen tussen zijn handelen en de wet. Correct. Moreel gezien paste er trouwens een heel naaiatelier tussen.

Nonchalance met betrekking tot integriteit, noemde emeritus hoogleraar bestuurskunde Leo Huberts deze soepele houding. Die houding beperkt zich natuurlijk niet tot Hoekstra. Flexibiliteit is noodzakelijk en integriteit maakt stram. Integriteit is als plakband: je hebt het nodig, tuurlijk, dus je hebt er voldoende van in huis, maar als de nood aan de man komt, kun je het nergens vinden. En dan tref je nog een laatste restje in de keukenla. Dat je weer laat vallen en dat vervolgens zo onder de bank rolt, net buiten je bereik. O o o, wat onzorgvuldig weer.

Was het nou alleen individuele integriteitsnonchalance geweest, maar door Hoekstra’s onzorgvuldigheid schemert een ogenschijnlijk wijdverbreide weerzin in de maatschappelijke bovenlaag (vanwaaruit veel bewindslieden komen aanwaaien) heen om gewoon heel suffig het goede voorbeeld te geven. Hoe hoger je komt, hoe ijler de regels. Het is meestal gewoon charmante slordigheid: geld dat uit zicht raakt, of de belasting die onderweg per ongeluk onbetaald blijft, investeer je later heus wel weer, in het algemeen belang, met bakken moreel wisselgeld tegelijk. Filantropie, zo moeilijk nie.

Stel, je staat dezer dagen voor een overvolle klas of op de wachtlijst voor een zware operatie. En je vraagt je af hoe het toch kan dat je regelmatig leest hoezeer het Nederland economisch voor de wind gaat, terwijl jij het omgekeerde ervaart. Denk dan even aan de prachtige, indirecte bijdrage die je op datzelfde moment levert aan allerlei supertoffe goede doelen, uitverkoren door olifantenpaadjes bewandelende figuren. En, wanneer dat geen troost biedt: bedenk dan dat in de mythologie, na alle denkbare rampen en andere onzorgvuldigheden, uit de doos van Pandora als laatste de hoop kwam gevlogen.

Meer over