ColumnSheila Sitalsing

Door de rupsjes-nooit-genoeg van de inlichtingendiensten worden we wat we willen bestrijden

null Beeld
Sheila Sitalsing

De mensen zeiden per referendum dat ze niet wilden dat de autoriteiten massaal en ongericht hun communicatie kunnen aftappen, de minister verzekerde dat dit niet ging gebeuren (al liet de wet daar gewoon ruimte voor), de Tweede Kamer liet zich overtuigen. Vier jaar later hebben veel gespecialiseerde Kamerleden van toen het parlement verlaten, is de minister van toen verwarde stukjes gaan schrijven in een krant, en is het sleepnet dat niet zou komen er toch gekomen. Gewoon omdat het kan.

Technisch mogelijk en binnenkort praktijk, schreef Huib Modderkolk (hij is al die jaren wel gewoon op z’n plek gebleven om de wacht te houden) maandag in de krant. Het is een oerbeginsel: zodra iets kan dat niet streng verboden is, zijn de krachten die loskomen om het ook daadwerkelijk te doen niet te houden. Of het nou gaat om het implanteren van een varkenshart in een mens, om het opvoeren van een koe tot ze meer melk geeft dan de natuur ooit had bedoeld, of om mensen in de gaten houden.

De inlichtingendiensten zijn er inmiddels technisch helemaal klaar voor, de minister (de nieuwe, niet die van de wonderlijke krantenstukjes) gaf toestemming, dus kwamen de pogingen om, zoals de toezichthouder verbaasd opmerkte, de communicatie van ‘miljoenen burgers’ in één keer op te scheppen. De toezichthouder zei ‘neen’, maar ook dit bastion wankelt, nu in een nieuw wetsvoorstel het slepen makkelijk wordt en het toezicht op een bankje achter in de zaal moet gaan zitten.

De rupsjes-nooit-genoeg van de diensten hebben het tij mee. Zeggen vol overtuiging dingen als: we worden er alleen maar veiliger van. En de autoriteiten hebben het beste met iedereen voor. En nette mensen hebben niks te verbergen. En hé, het is oorlog met de Rus.

Juist die oorlog maakt deze casus zo boeiend. Want die strijd steunen we uit alle macht om iets te verdedigen. De wereldorde, de internationale rechtsorde, de beschaving, de vrijwaring van despoten die vrijheden en burgerrechten bedreigen, de afspraak dat de dingen niet verdeeld worden conform de logica van degene met de grootste bek (al heb je zoals altijd ook nu natuurlijk de appeasers en de zelfbenoemde ‘realisten’, je kunt ze ’s avonds vaak op televisie dingen horen zeggen als ‘geef hem nou voor een stukje zijn zin, dan kunnen we allemaal lekker naar huis’).

Een tijdje was het in zwang om dit ‘onze manier van leven’ te noemen. ‘Onze manier’ is leven met een betrouwbare overheid die ervan doordrongen is dat ze er voor de burger is in plaats van omgekeerd. Eentje die in toom kan worden gehouden door ons. Zich diep schaamt voor ontsporingen van het systeem (zie: jeugdzorg, zie: het gesneefde Systeem Risico Indicatie, zie: toeslagenschandaal, zie: de ‘buikpijndossiers’ waar rechters onlangs voor waarschuwden). Een overheid die zich laat corrigeren. Die zich niet zonder noodzaak in alle kieren van ons bestaan wringt.

Het omgekeerde van de Chinese, zeg maar. Sla er het huiveringwekkende verhaal maar op na dat China-correspondent Leen Vervaeke onlangs schreef over het zero-covidextremisme waar president Xi zijn prestige aan heeft opgehangen. Gebieden zijn erdoor in openluchtgevangenissen veranderd, mensen zijn opgeofferd aan de grootheidswaan van hun leider en diens eeuwig spiedende overheidsapparaat.

Bij onze manier van leven hoort een parlement dat zegt: we mengen ons actief in de oorlog omdat er verschrikkelijk veel is om voor te vechten en omdat we uit alle macht niet willen worden wat we bestrijden. Daarom zijn we woedend over ongericht slepen.

Meer over