Media inSpanje

Door corona loopt het uit de hand met de straatfeesten in Spaanse steden, tot schrik van sommige media

Een ongeorganiseerd feest op een strand bij Barcelona, eind september. De politie zou later ingrijpen. Beeld Getty
Een ongeorganiseerd feest op een strand bij Barcelona, eind september. De politie zou later ingrijpen.Beeld Getty

Spaanse jongeren gaan weer voluit feesten, maar niet in de kroegen, waar nog coronaregels gelden, ze gaan naar een botellón, een feest op straat. Met chaos, overlast en politieoptreden tot gevolg.

Het is goedkoop, gezellig en officieel verboden. Veel fantasie is niet nodig om de aantrekkingskracht te zien van de botellón, een fenomeen dat in de jaren negentig opkwam en nu net zo Spaans is als tortilla en Julio Iglesias. Een botellón is een min of meer spontaan straatfeest, vooral in weekenden in de grote steden. Groepen jongeren nemen eigen bier, wijn of voorgemixte drank mee naar een plein of park, om stukken voordeliger in hogere sferen te raken dan in een bar of discotheek. Vandaar de naam: botellón, een grote fles.

Onomstreden is de botellón nooit geweest. De openbare feesten zouden comazuipen in de hand werken, kosten de horeca omzet en houden buurtbewoners uit hun slaap. Maar de botellón is zo populair dat er voor de politie geen houden aan is en dus wordt het fenomeen min of meer gedoogd. Sinds enkele weken slaan nationale media echter alarm: de Spaanse jeugd zou nu echt zijn doorgeslagen, met een heuse ‘botellón-oorlog’ als gevolg.

Wat is er aan de hand? In meerdere grote steden heeft de botellón astronomische proporties bereikt. Eind september zetten tienduizenden jongeren het drie nachten achtereen op een zuipen in Barcelona, met in de drukste nacht 40 duizend feestgangers op stadsstrand Bogatell. Een week eerder hadden 25 duizend jongeren in Madrid al hun eigen ‘macrobotellón’ gevierd op de universiteitscampus, om het nieuwe schooljaar in te luiden.

Bekogeld met flessen

De afgelopen twee weekenden was het (op kleinere schaal) opnieuw raak in de hoofdstad, in een stadspark dat bezaaid met lege flessen werd achtergelaten. Zorgwekkender is het geweld dat een kleine minderheid gebruikt tegen de politie. Agenten die de macrobotellóns kwamen opbreken, werden bekogeld met flessen en stenen. Tot overmaat van ramp lijken criminelen, anoniem in de menigte, de botellóns aan te grijpen om telefoons en portemonnees te jatten.

De Spaanse media zoeken de verklaring in de coronacrisis, waarin de jongeren zich anderhalf jaar gedeisd moesten houden. Nu de meeste maatregelen zijn opgeheven, komt alle opgekropte feestdrang er in één keer uit. Dat in bars en clubs nog wel wat coronaregels gelden, waaronder het (op papier) verplicht dragen van een mondkapje, maakt de botellóns alleen maar verleidelijker.

Sommige media duiken voor antwoorden dieper in de jeugdige psyche. ABC, een conservatieve krant, wijt de chaos aan de ‘intellectuele verarming’ en zedeloosheid onder jongeren, die verpest zouden zijn door opruiende linkse politici als burgemeester Ada Colau van Barcelona. Wie systeemkritiek zaait, zal dit soort chaos oogsten, aldus ABC.

Opgehitst

Nee, klinkt een links geluid dat dagblad El País opvoert: het is juist rechts dat jongeren heeft opgehitst. Won Isabel Ayuso, de rechtse regiopresident van Madrid, de regioverkiezingen in mei niet met een campagne die volledig om ‘vrijheid’ draaide? ‘Daardoor is het idee ontstaan dat iedereen maar zijn gang kan gaan’, zegt een linkse politicus uit de hoofdstad, ‘en dat er ook vrijheid is om stenen naar de politie te gooien’.

De hoofdredactie van El País benadert het vraagstuk in haar commentaar praktischer: misschien ontbreekt het gewoon aan goede, ruim opgezette plekken in de stad voor dit soort ‘nieuwe vormen van vrijetijdsbesteding’. De ‘bijeenkomsten op straat’ wegzetten als niets dan gewelddadige rellen, en zo de volledige feestende jeugd stigmatiseren, draagt in ieder geval niet bij aan een oplossing.

Intussen moeten de bewoners van geliefde botellón-buurten ­hopen dat de Spaanse winter gauw inzet. Als íéts de jongeren de cafés in kan jagen, is dat het.

Dion Mebius is correspondent in Madrid.

Meer over