COLUMNAleid Truijens

Dóé iets voor jongeren en praat ze niet gemakzuchtig de put in

null Beeld

Er hangt ons een loodzware donderwolk boven het hoofd, en nee, die is niet gevuld met covid-19-deeltjes. Een ander lot bedreigt ons, en vooral de jongeren: burn-out, een ziekte die voor de meesten langduriger en ernstiger is dan corona. Die dreiging is gemeten door het Nationaal Centrum Preventie Stress en Burn-Out. Het centrum vreest, las ik zaterdag in het AD, ‘dat een hele generatie onderuitgaat’; bij 82 procent van de jongeren dreigt een burn-out. RTL en De Telegraaf namen het over. Al snel verschenen angstaanjagende pushberichten op mijn scherm. 80 procent, mijn god.

Wat is dit voor een onderzoek? Onder hoeveel mensen; is het valide; hoe luidde de vraagstelling? Ik kan dat niet checken, ik hoop dat onderzoekers dat doen. Het erge aan zulke hysterisch alarmerende berichten is dat zo’n cijfer onbedoeld geruststelt: iets wat straks bijna iedereen heeft, zal wel weinig voorstellen.

Zo’n averechts effect hebben ook de toonloze onheilstijdingen van Jaap van Dissel, onze vleesgeworden nationale depressie: als we onafwendbaar in de derde golf belanden en de Britse variant toch allang heeft toegeslagen, ondanks lockdown en avondklok, heeft het weinig zin om je aan regels te houden. Dat effect kan niet de bedoeling zijn.

Nog eentje: welke ontmoedigende werking zal de voorspelling hebben die ik las in Het Financieele Dagblad? ‘Tot 40 procent’ van de eindexamenkandidaten gaat dit jaar zakken, concludeert deze krant, na een ‘rondgang’ op scholen. Zo’n schijnbaar exact doemscenario heeft de neiging uit te komen, en wordt gretig aangegrepen door mensen die het eindexamen dit jaar (en eigenlijk voor altijd) toch al wilden afblazen.

Een burn-out, dat was zo’n veertig jaar geleden toen die term in zwang kwam iets als een totale geestelijke en lichamelijk uitputting. Ik kende mensen die dit trof. Die waren er verschrikkelijk aan toe; ze konden niet meer praten, niet bewegen, niet denken en zaten maandenlang huilend thuis. Ik ben bang dat de term aan inflatie onderhevig raakte en synoniem is geworden aan ‘niet lekker in je vel zitten’ en ‘stress hebben’. Dat is erg, want het maakt dat we mensen met een échte burn-out, een diepe depressie of suïcidale neiging niet serieus genoeg nemen.

Ik denk dat de narigheid die corona bij jongeren aanricht groot is. Ik blijf vinden dat jongeren het zwaarst getroffen zijn door deze crisis en dat er te weinig voor hen is gedaan. Hun sociale en schoolse leven is afgepakt, hun vrije ruimte, hun experiment. Maar zij zijn het die straks mogen puinruimen en terugbetalen. Jongeren zijn geen zielepoten en goddank meestal geen patiënten, maar ze zijn ongenadig de sjaak.

Paniek zaaien helpt niet, vals optimisme en opgefokte daadkracht evenmin. Bemoedigen wel. Laat Van Dissel ons vertellen hoe we bij de huidige cijfers die derde golf wél kunnen voorkomen. Help eindexamenleerlingen zich de komende maanden goed voor te bereiden. Die 18 weken onlineles waren niet optimaal, maar ze doen niet meteen alle jarenlang opgedane kennis teniet. En als je toch zakt, is er een herkansing, en daarna nog een. In het ergste geval doe je een jaar extra. Vervelend, maar beter dan een tweederangsdiploma en onzekerheid over je niveau bij de vervolgstudie.

En zorg eindelijk eens voor corona-sneltesten in onderwijsinstellingen, zodat middelbare scholieren en studenten enkele dagdelen naar school kunnen. Betaal collegegeld terug, ontwerp goede inhaalprogramma’s. Dóé iets voor jongeren en praat ze niet gemakzuchtig de put in.

Meer over