Het jaar waarinDe NAVO-familie werd verscheurd

Dit was het jaar dat de liefde tussen Europa en Amerika echt voorbij ging

null Beeld Philip Lindeman
Beeld Philip Lindeman

Er was eens een Amerika dat door Europa innig werd omarmd als bevrijder, beschermer en bondgenoot. Die Europese aanhankelijkheid kwam soms voort uit kleine dingen. Historicus Maarten Brands hielp net na de oorlog als 20-jarige in een zomerkamp in Duitsland een kerk voor vluchtelingen bouwen. Het schoot alleen niet op met het graven van een kuil voor de fundering. Door aanhoudende regen liep de bouwput steeds vol en dieper werd hij ook niet. Totdat er op een dag een enorme oplegger verscheen van het Amerikaanse leger in Frankfurt met daarop een indrukwekkende bulldozer. In een uur was de klus geklaard. ‘Mijn misschien archetypisch beeld van Amerikaanse superioriteit heb ik daar opgedaan, als ik het al niet aan de bevrijding had overgehouden’, schreef Brands later.

Hij was er een van velen. De Amerikaanse soldaten maakten na hun landing in Europa indruk op de Europeanen. De G.I.’s vertegenwoordigden een nieuwe wereld, vol optimisme, idealisme en energie. Andere geallieerde militairen keken jaloers naar hun veldbioscopen, ijsgekoelde Coca-Cola, hagelwitte T-shirts en pakjes Lucky Strike-sigaretten waarmee ze alle meisjes inpikten op weg naar Berlijn.

Zelf ben ik van na de oorlog. Ik kreeg dat beeld van Amerikaanse geweldenaren overgeleverd uit oorlogsverhalen en -films. Ik werd net als Brands een atlanticus die geloofde in de democratische alliantie tussen Amerika en Europa. Die overtuiging werd geregeld op de proef gesteld. De gedemoraliseerde, gedrogeerde en hologige Amerikaanse soldaten in Vietnam leken in niets meer op hun voorgangers van de Normandische invasiestranden. Het Atlantische geloof had het dan zwaar, boog ver door, maar knakte nooit.

Als ik door Duitsland reed, zocht ik altijd de radiostations op van de daar gelegerde Amerikaanse strijdkrachten. De stem van Elvis Presley, de man uit Tupelo, Mississippi, smolt samen met de wouden en heuvels tussen Rijn en Moezel. Muss I denn. De Amerikaans-Europese lotsverbondenheid was meer dan politiek, het was ook romantiek, voor de een de machtige bulldozer en de glamour van de G.I., voor de ander de immer opgewekte Amerikaanse dj op de Autobahn. Ik durf het bijna niet te zeggen, het is geen dorre denktanktaal, maar de Atlantische alliantie wortelde in… liefde.

Er waren crises, maar die gingen altijd weer voorbij. Wat nu gaande is in de Navo-familie, is anders, ingrijpender: een sluipende verkilling, een toestand die in menig huwelijk de ijzige voorbode vormt van een scheiding. De partners gaan elkaar ontlopen, kijken van elkaar weg, vermijden aanrakingen en vieringen, en als men dan toch samenkomt omdat het moet, breekt er meteen ruzie uit.

Zo ging het dit jaar met het 70ste verjaardagsfeest van het bondgenootschap: niemand had er zin in, het werd zo lang mogelijk uitgesteld en tot een minimum beperkt, en toch vloog men elkaar aan in Londen. Scènes uit een huwelijk-in-ontbinding. De partners zijn op elkaar afgeknapt, de een (Trump) wil niet langer betalen, de ander (Macron) verklaart de relatie dood en kijkt om naar iets anders.

De atlantici zijn de kinderen die stilletjes blijven hopen dat het niet tot een breuk komt en dat de liefde van vroeger op een of andere manier standhoudt.

Meer over