Lezersbrieven

Dit schrijven onze lezers over Femke Halsema's voorstel om steden te maken van vluchtelingenkampen

Lezers vinden dat Femke Halsema een verfrissend perspectief heeft op de opvang van vluchtelingen in haar essay Nergensland. Haar denken over 'Zatopia' zal breed worden omarmd. Door links omdat mensen in vluchtelingenkampen niet in de steek worden gelaten, door rechts omdat de druk op de grenzen afneemt. En door de vluchtelingen zelf. Want Zatopia erkent hun waardigheid.

Femke Halsema Beeld Aurélie Geurts
Femke HalsemaBeeld Aurélie Geurts

Met haar essay Nergensland prikkelt Femke Halsema ons tot nadenken over een nieuwe omgang met vluchtelingen. En terecht. Opvang in geïmproviseerde kampen in de regio is een drama voor de mensen die er gemiddeld 17 jaar vast zitten. En in Europa of de VS brokkelt het maatschappelijke en politieke draagvlak voor opvang af. Halsema biedt een verfrissend perspectief.

Laat mensen in vluchtelingenkampen, mensen die niet meer terug kunnen naar huis en die al evenmin een kans hebben om door te steken naar Europa, hun leven weer oppikken. Gun hun de kans om in 'Nergensland' te wónen, werk te vinden, een bedrijf op te zetten, kinderen op te voeden en onderwijs te volgen. Maak het voor vluchtelingen mogelijk om de soms al decennia-oude kampen om te bouwen tot steden. Dat klinkt zonder meer idealistisch.

Maar anders dan ook Halsema zelf overweegt, zijn haar ideeën misschien wel minder utopisch dan het lijkt. Nieuw is het idee allerminst. In Genesis, het eerste boek van de Bijbel, slaat Kaïn op de vlucht en bouwt vervolgens een stad, Henoch. In de 16de en 17de eeuw schonken Duitse vorsten grond aan vluchtelingen die op hun gebied terechtkwamen. Ze mochten er handel drijven, werken, steden bouwen en hun geloof belijden. Namen van voormalige vluchtelingensteden als Glückstadt en Freudenstadt herinneren vandaag nog aan het enthousiasme van de ontheemden.

In de jaren vijftig ontstonden in Israël twintig steden uit kampen vol joodse vluchtelingen uit Arabische landen. In diezelfde periode veranderden ook veel Palestijnse vluchtelingenkampen in Jordanië of op de Westbank in steden. Formeel bestaat tweederde van Gazastad, goed voor 1,2 miljoen inwoners, nog steeds uit acht vluchtelingenkampen. In Oeganda ligt Nakivale, een kamp met 100 duizend mensen, voornamelijk bewoond door kleine boeren uit Congo, Burundi en Rwanda.

In Nakivale bouwen ze hun eigen woning, krijgen ze van de overheid een stuk landbouwgrond en verkopen ze hun producten op omliggende markten. Ook Al Zaatari lijkt die kant op te gaan. Al Za'atari is een immens kamp in het barre 'nergensland' van Jordanië, net over de grens met Syrië. Hier projecteert Halsema haar utopie 'Zatopia'. Meer dan 90 duizend mensen wonen er. En hoewel het kamp begon als een geïmproviseerd tentenkamp voor oorlogsvluchtelingen, krijgt het gaandeweg de contouren van een heuse stad.

Formeel is er in Al Zaatari geen vrijheid om te werken of te ondernemen. Desondanks bestaat het hart van het kamp uit een straat met duizenden winkels, restaurants en werkplaatsen. De meeste tenten zijn vervangen door prefabwoningen. Her en der verrijzen mozaïekfonteintjes. Jongeren vinden elkaar in shishalounges. Zodra de oorlog voorbij is willen velen terug naar Syrië. Maar een groeiende groep twijfelt.

In Al Zaatari ontmoeten ze hun partner of begroeven er hun ouders. Hun kinderen zijn er geboren, sommige van die kinderen zitten er al op school. Hun huis, wijk of stad in Syrië is platgebombardeerd, de familie verdwenen. En in Al Zaatari vonden ze behalve supermarkten, klinieken en speeltuintjes ook een nieuwe vriendenkring. Zouden ze er vrij zijn om te studeren, te werken en te reizen, dan zouden ze wellicht op deze plek willen blijven. Voor de Jordaanse overheid, die al met dergelijke ideeën lijkt te spelen, biedt een formele verstedelijking van het kamp interessante voordelen. In Al Zaatari wonen vluchtelingen die geld kosten, in 'Zatopia' wonen burgers die belasting betalen.

Uitgangspunt van Halsema is dat vluchtelingen ménsen zijn. Dat ze weliswaar huis en haard moesten verlaten, maar daarmee nog niet hun kracht, kennis en kunde verloren. Vluchtelingen zijn metselaars en tandartsen, scholieren en onderwijzers, koks en schoonmakers, lassers en ambtenaren. Net als iedereen willen vluchtelingen veiligheid, een door hen zelf verdiend inkomen en de vrijheid om problemen op te lossen.

Geef je hun letterlijk en figuurlijk de ruimte, plus een infrastructuur van sanitair, elektriciteit, veiligheid en de kans om zelf hun bestuur te kiezen, dan ontwikkelt een gemeenschap zich vanzelf. In het verschaffen van zo'n infrastructuur zouden ontwikkelingsorganisaties een voortrekkersrol kunnen spelen. Zelfs de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN, zegt inmiddels van de provisorische kampen af te willen.

De denkrichting die nu Zatopia heet, zou weleens breed omarmd kunnen worden. Door links omdat mensen in vluchtelingenkampen niet in de steek worden gelaten en hun levensomstandigheden verbeteren. Door rechts omdat de druk op de grenzen afneemt en de kampbewoners worden gezien als ondernemende mensen. En door de vluchtelingen zelf, omdat zij in Zatopia niet onderworpen zijn aan liefdadigheid maar erkend in hun waardigheid als mens. Halsema's essay is eerder praktisch en realistisch dan utopisch. Wellicht zijn Zatopia's minder ver weg dan het lijkt.
Ralf Bodelier, Tilburg

Recht op herstel

Mooi en sympathiek, het idee van Femke Halsema om asielzoekerskampen 'op te krikken' tot woon-, werk- en leefdorpen/steden. Maar wat dan met de landen die zij ooit ontvlucht zijn wegens oorlog en andere ellende? Staan wij toe dat deze landen no-golanden worden? Deze landen hebben na al die lange lange oorlogsjaren ook recht op herstel. Ik denk dat alle vluchtelingen toch het liefst naar hun eigen land terug willen keren mits daar enigszins zicht is op redelijke leefomstandigheden en perspectief, lees geldelijke steun en hulp bij daadwerkelijke opbouw.
Naar mijn gevoel is dit beter dan om de kampen in de regio te promoten.
M.Bruin, Gieten




Opgeruimd staat netjes

In de discussie over het laten verkommeren van vluchtelingen hier of in 'de regio' vormt Femke Halsema's stedenplan een fris geluid. Maar met alle respect voor haar moet ik toch denken aan de wijkplaatsen voor Joden, die in de jaren dertig werden geopperd (in Oeganda, Madagaskar, Oost-Siberië (Birobidzjan)): opgeruimd staat netjes, zaak gesloten. Intussen horen we vreemd genoeg nooit voorstellen voor het voorkomen van vluchtelingenstromen: het verwijderen van corrupte en/of onderdrukkende regimes.
Toon van der Aa, Amsterdam

Meer over